Zeven jaar voorarrest is veel te lang

Julio Poch, een Argentijnse Nederlander, zit al drie jaar gevangen in Argentinië. De vrees bestaat dat dit voorarrest, inclusief zijn periode in Spaanse hechtenis, zeven jaar zal hebben geduurd als het proces tegen deze voormalige piloot in 2016 eindelijk tot een vonnis leidt.

Poch wordt verdacht van ernstige misdrijven. Ten tijde van de junta in Argentinië zou hij betrokken zijn geweest bij de ‘dodenvluchten’ waarbij tegenstanders van de dictatuur uit vliegtuigen werden gegooid. Hij ontkent.

Dat Poch in een Argentijnse gevangenis zit, is mede door toedoen van de Nederlandse regering. Omdat hij behalve de Argentijnse ook de Nederlandse nationaliteit bezit, was uitlevering niet goed mogelijk. Met behulp van Nederland werd Poch in 2010 via Spanje toch aan Argentinië uitgeleverd. Dat was op zijn laatste vlucht voor zijn werkgever, Transavia.

Het kabinet was hier indertijd zelf over te spreken en incasseerde de dank van de Argentijnse regering. „Als landen zelf daders van ernstige mensenrechtenschendingen voor de rechter willen en kunnen brengen, zal Nederland daarbij de helpende hand bieden”, zei de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Verhagen (CDA).

Vier jaar later staan de zaken er anders voor. In februari liet de huidige minister, Timmermans (PvdA), weten een verzoek aan de Argentijnse autoriteiten van Pochs advocaat om schorsing van de voorlopige hechtenis op humanitaire gronden te ondersteunen. Het heeft niet geholpen.

Langdurige voorarresten komen niet alleen voor in landen die als rechtsstaat geen ongeschonden reputatie hebben. Neem bijvoorbeeld de Servische politicus Seselj, voormalig vicepremier. Hij zit al tien jaar in een cel in Scheveningen, als gevangene van het Joegoslavië-tribunaal. Hij meldde zich daar in 2003 vrijwillig. Seselj wordt onder meer verdacht van misdaden tegen de mensheid ten tijde van de Kosovo-oorlog. Hij was bondgenoot van de vroegere Joegoslavische en Servische president Milosevic, die na vier jaar voorarrest in 2006 in een Scheveningse cel stierf.

De beschuldigingen tegen Poch en Seselj zijn hoogst ernstig. Het vonnis tegen de Serviër wordt op 30 oktober verwacht. De aanklagers hebben 28 jaar cel tegen hem geëist. Het zal geen verbazing wekken dat dan blijkt dat het voorarrest niet voor niets is geweest.

Bij Poch staat dat nog te bezien. De overeenkomst tussen beide zaken is de uiterst trage procesgang. Dat is buitengewoon onbevredigend. Ook voor Poch geldt dat hij pas schuldig kan worden bevonden als het bewijs daarvoor is aangevoerd en de rechter heeft gevonnist. De gedachte dat hij mogelijk zeven jaar onschuldig in de gevangenis zit, is moeilijk te verdragen.