Vrede? De Palestijnen halen er hun schouders over op

John Kerry heeft aangekondigd dat Palestijnen en Israëliërs gaan praten over vrede Maar dat nieuws heeft de Westelijke Jordaanoever zelf nog nauwelijks bereikt „Vrede wordt het toch nooit.”

Kerry (l) en de Palestijnse president Abbas (r) proberen de vredesonderhandelingen nieuw leven in te blazen. Foto Reuters

correspondent Israël en Palestina

Alsof er niets was gebeurd. Zo kalm vergleed het afgelopen weekeinde op de bezette Westelijke Jordaanoever. De Israëlische kolonisten sloten zich zaterdag op in hun zwaarbewaakte nederzettingen (zaterdag is voor Joden een rustdag). De meeste Palestijnen vastten, vanwege de ramadan, en deden hun boodschappen voor het breken daarvan. Alsof de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry de avond ervoor niet iets „veelbetekenends” had aangekondigd: namelijk de waarschijnlijke hervatting van het vredesproces.

Nu was die aankondiging nogal omslachtig. Een principeakkoord voor vredesonderhandelingen (over een Palestijnse staat naast Israël) moet nog worden vastgelegd. „Als alles goed gaat”, zei Kerry vrijdagavond in Amman, gebeurt dat deze week in Washington. Maar veel bewoners van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever – waarover het vredesoverleg in de eerste plaats zou gaan – hadden niet eens van Kerry’s aankondiging gehoord. En bij het horen ervan halen ze hun schouders op.

„Kerry? Komt die niet uit Engeland?”, vraagt Mohannad Odeh (26), die olijven verkoopt in Huwara, een Palestijnse enclave tussen vier Israëlische nederzettingen. Hij is niet onder de indruk van het feit dat deze Amerikaan Palestina in vier maanden tijd zesmaal bezocht om het vastgelopen vredesproces op gang te brengen. „Vrede wordt het nooit.”

Odeh heeft reden dat te denken, zegt hij. „Want wij hebben niets te zeggen. Israël is de sterke partij, die beslist. En Israël wil geen vrede maken. Niks hebben ze gedaan om ons dat vertrouwen te geven. Ik mag tijdens ramadan niet naar Jeruzalem om te bidden in de Al Aqsa-moskee. Elke week zijn hier kolonisten die stenen naar ons gooien.”

Een klant knikt driftig. Deze Palestijnse universitair docent politicologie Tareq Subah (37) noemt de vredesplannen van Kerry „onecht”. Twintig jaar lang zijn er pogingen gedaan om tot een diplomatiek vergelijk te komen, memoreert Subah. „Waarom zou het nu lukken?”

Netanyahu probeert tijd te rekken, denkt Subah, opdat hij nog meer in de illegale nederzettingen kan bouwen, „tot er niets meer van ons land over is”. Kerry, zegt Subah, staat onder druk van de Joodse lobby in Amerika en kan dus niets voor de Palestijnen doen. Wij, verzucht Subah, kunnen alleen wachten tot er iets in de regio ten faveure van Palestina verandert. „Inshallah.”

Bij de bakker, twee deuren verderop, staat – en dit is ongebruikelijk – een Joodse klusjesman uit Tel Aviv ronde broden te bestellen. Shaul Davidi (47) doet inkopen bij de Palestijnen omdat dat goedkoper is, en gezelliger. „Dit zijn goede mensen”, zegt Davidi.

Gewone Israëliërs en Palestijnen hebben onderling geen problemen met elkaar, zegt Davidi. Het is de politiek die het verpest, volgens Davidi’s complottheorie. „Iedereen weet dat Joden slim zijn en Arabieren sterk. Dus de Amerikanen, Europeanen en Russen willen ons niet verenigd hebben, dan kunnen ze ons niet meer aan. Verdeel en heers is hun tactiek.” Ook voor de Israëlische premier heeft hij geen goed woord over. „Netanyahu is een leugenaar. En al zou hij echt vrede willen, dan vermoorden de religieuzen hem. Net als ze oud-premier Rabin hebben gedood.”

Moorden doet ze niet, zegt de religieuze kolonist Sara Friedman (34) in de nederzetting Kfar Tapuach, op een heuveltop nabij Huwara. Maar ze zal dit land ook niet verlaten. „Dit is het land van de Joden, God heeft het aan ons beloofd.” De kolonisten zullen een vredesverdrag nooit accepteren, zegt Friedman, als dat betekent dat ze het bezette land moeten opgeven. „En de regering krijgt ons met geen leger weg, want we zijn met honderdduizenden.” Netanyahu weet dat, volgens Friedman. „Dus ik vrees geen vredesakkoord.”

Netanyahu verklaarde gisteren dat hij zo’n akkoord eerst per referendum zou voorleggen aan de Israëlische bevolking. Iedereen wil natuurlijk vrede – in principe. Maar volgens peilingen verwacht bijna niemand dat het tot een akkoord komt. Als het al tot onderhandelingen komt. En op de belangrijkste vraag: wat men moet opgeven in ruil voor vrede – heeft ook niemand antwoord.