Supers boycotten producten bezet gebied

De supermarktketens Aldi, Jumbo en Hoogvliet weren producten uit illegale Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. Dat schrijft dagblad Trouw. De supermarkten controleren zelf bij hun Israëlische leveranciers of producten uit Israël komen of uit de bezette gebieden. Hiermee nemen zij stelling in een al jaren durende discussie over ‘nederzettingenproducten’.

Vooralsnog zijn er op dat punt geen richtlijnen voor Nederlandse supermarkten. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de brancheorganisatie, heeft het kabinet al herhaaldelijk gevraagd een standpunt in te nemen, zegt een woordvoerder. „Wij hebben geen mening over de hele kwestie, als het maar helder is aan welke regels de supermarkten zich moeten houden.”

Terwijl het CBL wacht op het kabinet, wacht Albert Heijn, de grootste supermarkt van Nederland, op een advies van het CBL. En het kabinet wacht weer tot de Europese Unie met richtlijnen komt. Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken (PvdA) zei in maart nog etiketten met ‘Made in Israël’ op producten uit de nederzettingen te willen weren, maar hier was coalitiepartner VVD het niet mee eens. Nu zegt Timmermans aanwijzingen uit Brussel af te wachten.

Jumbo wil zich niet mengen in de discussie over de rechtelijke status van de bezette gebieden, zegt een woordvoerder, maar omdat de emoties rond de kwestie zo hoog oplopen, heeft de supermarkt gecontroleerd of zijn huismerkproducten niet uit de nederzettingen komen. Aldi wil niet dat producten ‘op enigerlei wijze ter discussie komen te staan’.

Dit voorjaar bleek dat op veel producten staat dat ze uit Israël komen, terwijl ze afkomstig zijn uit de nederzettingen die niet in Israël liggen. Het gaat om onder meer cakejes, wijn en groenten en fruit. De nederzettingen zijn volgens het internationaal recht illegaal. Zeker achttien Israëlische bedrijven exporteren hiervandaan producten naar Nederland, meer dan dertig Nederlandse bedrijven importeren of verkopen die.