Pionier op de eerste rij van de geschiedenis

Politiek journalist Helen Thomas versleet tien presidenten. Ze stelde hen harde vragen, maarschreef ook over hun kinderen en kapsels.

Helen Thomas zat altijd vooraan in de perskamer van het Witte Huis. Links met Obama in 2009, rechts met Nixon in 1971. Foto’s AP

Vijftig jaar lang zat ze op de eerste rij van de Amerikaanse geschiedenis, en zeventig jaar lang was ze een rolmodel voor vrouwen in de journalistiek. Helen Thomas, Amerikaanse Witte-Huis-correspondent, is zaterdag op 92-jarige leeftijd in Washington overleden. Thomas diende al onder president Kennedy (1961-1963) en maakte tien presidenten mee. Zij was de enige journalist die haar naam geïnscribeerd kreeg op een stoel in de perskamer van het Witte Huis. Op de eerste rij. Zij sprak ook de laatste woorden van de persconferenties uit: „Thank you, mister President.”

President Obama zei zaterdag: „Helen Thomas was de deken van het perscorps van het Witte Huis, niet door de lengte van haar dienstverband, maar door haar vurige geloof dat democratie het beste werkt als je harde vragen stelt en onze leiders ter verantwoording roept”. Die scherpe tong maakte Thomas ook controversieel. In 2010 moest zij haar loopbaan beëindigen omdat zij na een persconferentie had gezegd dat de Joden uit Palestina moesten vertrekken en naar huis moesten gaan, naar Polen, Duitsland en de VS. Verder moest vooral president Bush junior het ontgelden. Thomas was fel tegen de Irakoorlog. Zo stelde zij hem de ‘vraag’: „Uw besluit om Irak binnen te vallen heeft de dood van duizenden Amerikanen en Irakezen veroorzaakt. Waarom wilde u werkelijk deze oorlog?”

Vooral sinds zij was weggegaan bij persbureau UPI werd zij steeds meer uitgesproken. Daarover zei ze: „Als verslaggever heb ik mijzelf vijftig jaar lang gecensureerd. Nu denk ik iedere ochtend bij het opstaan: ‘Wie zal ik vandaag eens haten?’”

Thomas was een pionier voor vrouwen in de journalistiek die in haar begintijd alleen over ditjes en datjes mochten schrijven. Thomas berichtte over politiek, en schuwde daarbij de lichte kanten niet, zoals het familieleven en de kapsels van de presidenten. In 1974 werd zij de eerste bureauchef van een persbureau (UPI) in Washington. Zij was de eerste vrouwelijke voorzitter van de National Press Club, waar vrouwen vroeger geweerd werden.

Thomas werd in 1920 geboren in Winchester, Kentucky, als zevende van negen kinderen van uit Libanon afkomstige ouders. Ze begon als loopmeisje bij de Washington Daily News, waar zij onder meer was belast met koffie en donuts halen. Vanaf 1943 werkte zij voor persbureau UPI. Haar doorbraak kwam toen zij in 1961 mocht gaan schrijven over Kennedy. In 1972 volgde zij president Nixon op zijn reis naar het China van Mao. Thomas bleef 57 jaar bij UPI. Daarna werkte ze tien jaar als Washingtoncolumnist voor de kranten van Hearst. Na haar val in 2010 werkte zij nog als columnist voor een gratis lokale krant.

Op 4 august 2009, haar 89ste verjaardag, verraste president Obama haar in de persruimte met cupcakes.