Froome moet eeuw rotzooi opruimen

B ijna kun je zeggen dat het een twijfelachtige eer is de honderdste Tour de France te winnen. Die winnaar wordt namelijk verondersteld een certificaat van echtheid te leveren bij zijn prestaties. Het ‘negatief’ passeren van urine- en bloedtesten is niet meer genoeg. Hij moet het debacle-Armstrong doen vergeten. Hij moet, glim- en grimlachend, ongeveer vijfentwintig jaar bloedmanipulatie wegpoetsen. In feite moet hij in zijn dooie eentje een eeuw aan gerommel en gerotzooi opruimen. Ga er maar aan staan.

Ik moet zeggen dat Chris Froome zich aanvankelijk uitstekend weerde op communicatief vlak. Ja, hij snapte ook wel dat na de barre winter waarin de wielersport op het rooster werd gelegd elke bovenmaatse prestatie door de pers in twijfel werd getrokken. Maar hij, Chris Froome, zou over tien jaar nog steeds de winnaar zijn van de honderdste Tour de France. Zijn echtheidscertificaat bestond uit de spreekwoordelijk blauwe ogen en een appèl op geduld van de sceptische sportpers. Beleefd aangeboden.

Chris kwam er niet mee weg. De vragen die aan Armstrong en de zijnen niet of in elk geval te weinig werden gesteld, kreeg hij als een kosmische zonnestorm over zich heen. Wat was zijn geheim? Een antwoord graag, en rap een beetje! Hij reed toch voor die ploeg die openheid en transparantie beloofd had? Dus, hoe realiseerde hij op beklimmingen dezelfde tijden als in jaren van de bloedverrijking?

Hard werk, toewijding, wetenschappelijke trainingsfinesse, ascese op een vulkaantop, antwoordde Chris verlegen. Hij wist intussen dat er geen redden meer aan was. De honderdjarige Tour de France was een bankschroef.

Op het internet was een groep ‘waakhonden’ actief, bestaande uit sportartsen, inspanningsfysiologen en professoren die in natuurkundige formules en statistiek de prestaties van de beste klassementsrenners analyseerden. Wat ze aan fysieke output berekend hadden, kon dat wel zonder externe hulpmiddelen?

Met andere woorden, volstonden de antidopingmaatregelen? Globaal gezien waren ze niet pessimistisch gestemd, want afgezet tegen de duistere decennia werden menselijke wattages getrapt. Alleen de topdrie van het klassement stak af en toe de kop boven het statistische maaiveld uit. Kortom, scepsis bleef tijdens deze Tour geboden.

Een extra dimensie aan de Tour werd toegevoegd toen een aantal niet tot de waakhonden horende sportartsen, inspanningsfysiologen en professoren de gebruikte rekenmethodes en statistiek begonnen te betwisten. Op het internet werd op het scherpst van de snede een parallelle Tour de France gereden. Fascinerend en leerzaam.

Gedwongen door de roep om transparantie gaf Team Sky een selectie uit Froomes inspanningsdata van de laatste twee jaren vrij aan L’Equipe. In de sportkrant werden de data becommentarieerd door de inspanningsautoriteit Frédéric Grappe. Grappe zag geen inconsistenties in het dataprofiel. Het gaf Chris Froome wat lucht, al haastte Grappe, na een aanval op zijn analyse, op Twitter een kleine aanvulling te geven: „Heb ik één keer gezegd dat hij niet gedopeerd is?”

Of Chris Froome is een deugniet, of hij is een talent dat opereert op de grens van het menselijk mogelijke. Misschien is hij een natuurlijke mutant. Het zou me ook niet verbazen als hij door ruimtereizigers uit een ander melkwegstelsel is achtergelaten.