Column

Er is hoop voor Tom Dumoulin

Het was in de zestiende etappe toen een wedstrijdcommissaris het zag. Wat deze renner deed, op die berg, dat ging echt te ver. Hij hield zich de hele tijd vast aan een motor en werd zo omhooggetrokken. Een andere commissaris meende dat het zelfs om een politiemotor was gegaan.

De jury diskwalificeerde de dader na afloop en gaf hem een boete van 140 euro. De wielrenner, een weinig bekende naam, had een excuus: knieproblemen. Misschien wel veroorzaakt doordat hij een dag eerder, ook in een bergetappe, zijn ploeggenoot Greg Henderson erdoorheen had gesleept. En hij had trouwens zelf al besloten maar uit de Ronde stappen. Het ging niet meer.

Het resultaat: Chris Froome, verliet, nu drie jaar geleden, roemloos de Giro d’Italia.

Zo kan het gaan in een carrière.

Twee jaar eerder, in 2008, had hij zijn debuut gemaakt in de Tour de France. Hij was nieuw in het peloton, aan het begin van dat jaar deelde een krant hem al wel in bij de ‘opvallende exoten’, omdat hij in Kenia was geboren.

De 23-jarige Froome eindigde de Tour op de 84ste plaats in het algemeen klassement. In het jongerenklassement finishte hij als twaalfde. Twee uur en elf minuten achter de winnaar van de witte trui, Andy Schleck, en ook op ruime afstand van de nummers twee en drie, Roman Kreuziger en Vincenzo Nibali.

De 22-jarige Nederlander Tom Dumoulin arriveerde gisteravond in Parijs in de wetenschap dat hij als 41ste was geëindigd in de eindrangschikking en als vijfde in het jongerenklassement, op één uur en 34 minuten van Nairo Quintana.

Er is dus hoop voor Dumoulin, die zich deze ronde een veelzijdige en, net als indertijd de jonge Froome, dienstbare renner toonde. Bij Argos-Shimano, de ploeg van meervoudig etappewinnaar Marcel Kittel.

Niet dat Dumoulin hier als toekomstig Tourwinnaar wordt benoemd. Dat is Pieter Weening, nu 32 jaar, tien jaar geleden overkomen in tijdschrift De Muur, een te serieus genomen grap. Hij kwam nooit hoger dan de 62ste plaats.

Duimen dus voor Dumoulin.