Een politieke benoeming, met een jaartje vertraging

Eindelijk weer een volwaardige Amerikaanse ambassadeur in Den Haag. Net op tijd, want de leegte begon pijnlijk te worden.

De traditionele receptie ter gelegenheid van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag dreigde begin deze maand een ongemakkelijk sobere bijeenkomst te worden. De staf van de ambassade had de lijst met genodigden voor de partij van de ambassadeur van de Verenigde Staten in Den Haag bewust beperkt gehouden. Van de even traditionele grote feesttent in de tuin van de residentie aan de Tobias Asserlaan werd aanvankelijk ook maar afgezien.

Want voor het tweede achtereenvolgende jaar was er in Den Haag geen ambassadeur om de gasten te ontvangen. En nu had ook de tijdelijk zaakgelastigde, Edwin Nolan, Den Haag verlaten. De ambassade moest het doen met de ingevlogen, reeds gepensioneerde ex-diplomaat Michael F. Gallagher. Rustig aan dus maar, dachten de medewerkers op de ambassade. Don’t rock the boat.

Maar het aantal afzeggers onder de mensen die wél waren uitgenodigd was zo klein, dat op het laatste moment was besloten toch maar een tent te plaatsen. Van bescheidener afmetingen, dat wel. Meest besproken thema onder de gasten: wanneer krijgt Den Haag nu eindelijk weer een echte Amerikaanse ambassadeur?

Met de aankondiging van het Witte Huis, eind vorige week, dat Tim Broas is voorgedragen als ambassadeur voor de Verenigde Staten, komt nu snel een eind aan een pijnlijke leegte. Dat wil zeggen: waarschijnlijk. Want de Amerikaanse Senaat moet nog akkoord gaan met de voordracht.

Dat Tim Broas het echt moeilijk zal krijgen lijkt niet aannemelijk. Daarvoor heeft hij het voorbije jaar al te veel over zich heen gehad. Broas was namelijk vorig jaar mei al voorgedragen als ambassadeur en kreeg een maand later de goedkeuring van de Senaat. Maar enkele dagen later trok hij zich terug. Om persoonlijke redenen, was het officiële verhaal. Hij was bij een controle in Maryland betrapt op rijden met te veel alcohol op, luidde de aanklacht. Bovendien zou hij zich bij zijn aanhouding hebben verzet.

Broas heeft nu een schikking getroffen. Na een gedeeltelijke schuldbekentenis van zijn kant is een deel van de aanklacht tegen hem ingetrokken.

Als de Senaat niet dwars gaat liggen, zal Broas snel na de zomer in Den Haag beginnen. Dat is dan twee jaar nadat zijn voorganger, Fay Levin, haar post voortijdig had verlaten omdat ze meer tijd met haar familie in Chicago wilde doorbrengen.

Haar voorganger, Roland Arnall, verliet overigens begin 2008 Den Haag ook al eerder dan de reguliere termijn. Hij wilde bij zijn ernstig zieke zoon zijn. Enkele weken na zijn terugkeer in de VS overleed Arnall zelf.

Het gaat bij Broas, net als bij zijn voorganger Levin, om een zogeheten ‘politieke’ benoeming. De ambassadeurspost Den Haag is een in de Verenigde Staten gebruikelijke beloning van de president voor bewezen diensten. Broas en Levin waren belangrijke fondsenwervers voor Obama. Voor Obama’s herverkiezingscampagne zamelde Broas ruim een half miljoen dollar in. Ook voor diens eerste campagne, in 2008, wist hij de nodige geldschieters te vinden.

Den Haag is niet altijd een post geweest waar een Amerikaan ambassadeur werd benoemd omdat hij beloond moest worden. Begin jaren tachtig werd er de beroepsdiplomaat Paul Bremmer III aangesteld, de man die later gezant werd in Irak. Dit betekende dat Nederland serieus werd genomen. Maar er was toen ook alle reden: voor de Amerikanen was Nederland met zijn kruisrakettenstandpunt een groot probleem geworden.

Aan verbetering van de relaties hoeft Broas niet veel te doen. De verhoudingen tussen beide landen zijn goed. Er zit weer een ambassadeur. Dat is voorlopig het belangrijkste