De ideale leeftijd voor het podium krijgt Mollema vanzelf

Bauke Mollema had zicht op het podium, maar werd uiteindelijk zesde. Zijn beste jaren liggen voor hem. „Hij is minder verzadigd dan anderen.”

Bauke Mollema is zesde geworden in de Tour de France, net als Robert Gesink in 2010. Na afloop van die ronde schoof Gesink zelfs nog een plaats op in het eindklassement, doordat de Spaanse winnaar Alberto Contador zijn zege moest inleveren wegens dopinggebruik. Toch dient de klassering van Mollema minstens zo hoog te worden aangeslagen als die van zijn ploeggenoot Gesink destijds.

Tot vijf etappes voor het eind stond Mollema tweede in het algemeen klassement, achter de ongenaakbare Christopher Froome. Doordat hij ziek werd, verloor de Belkin-renner kostbare tijd in enkele Alpenritten. Maar het podium heeft hij, anders dan Gesink in 2010, daadwerkelijk in het vizier gehad.

De 26-jarige Mollema komt net niet meer in aanmerking voor het klassement van de beste jongere in de Tour. Doorgaans zijn klassementsrenners op hun best tussen hun 27ste en hun 32ste. De juiste leeftijd krijgt hij dus vanzelf – maar wat kan hij nog meer doen om zijn prestatie volgend jaar verder te verbeteren? Is hij in staat om volgend jaar op dat podium te eindigen?

Ten eerste kan hij kijken hoe hij zijn voorbereiding inricht, zegt de ervaren Tourvolger Hugo Coorevits van de Vlaamse krant Het Nieuwsblad, tevens auteur van diverse wielerboeken. „Mollema zou er goed aan doen voorafgaand aan de Tour het Critérium du Dauphiné te rijden, en niet de Ronde van Zwitserland. Ik denk dat de tijd tussen Zwitserland en de Tour te kort is. Plus: hij krijgt in de Dauphiné kennis van het parcours van de Tour.” De Dauphiné eindigt drie weken voor de Tour, de Ronde van Zwitserland twee.

Volgens Steven Rooks, zelf tweede in de Tour van 1988, maakt het niet veel uit of Mollema zich voorbereidt in de Franse Alpen of in Zwitserland. „Wel denk ik dat hij de Tour de Suisse anders zou moeten rijden dan dit jaar. Nu deed hij daar echt mee voor het klassement, en werd hij keurig tweede. Maar dat heeft hem veel kracht gekost. Het is lastig die vorm dan nog vijf weken vast te houden, tot en met het eind van de Tour.”

Belkin-trainer Louis Delahaye denkt dat elke Tour zijn eigen specifieke voorbereiding vereist. „Dat hangt een beetje af van waar het zwaartepunt in de Tour zit. Ik denk dat het voor deze Tour het beste was zoals we het gedaan hebben, dus eerst een hoogtestage, dan naar Zwitserland, het Nederlands kampioenschap en dan de Tour. Volgend jaar gaan we weer kijken: hoe ziet het parcours eruit, wat moeten we verkennen, hoe is de aanloop, wat gaat hij doen in de klassiekers?”

De ervaring die Mollema dit jaar in de Tour heeft opgedaan, zegt Delahaye, zal hem volgend jaar zeker helpen. „Bauke heeft deze Tour gezien dat hij voor het podium kan gaan. En hij heeft alles meegemaakt wat daarbij komt kijken, media-aandacht, concentratie, voorin rijden et cetera.”

Coorevits denkt dat het een voordeel is dat Mollema een intelligente renner is. „Hij denkt ook weleens na over zaken buiten het wielrennen. Daardoor heeft hij doorgroeimogelijkheden. Hij is volgens mij minder verzadigd van het wielrennen dan sommige anderen, die vanaf hun vroege jeugd met de sport bezig zijn. Hij heeft een andere achtergrond, en dat komt hem nu van pas. Ik denk dat hij nog progressie in zijn mars heeft. Fysiek zeker, en mentaal ook nog. Hij is een leider, overziet de zaak goed.”

Trainer Delahaye ziet Mollema met het ouder worden ook fysiek nog sterker worden. En door sterker te worden, denkt Rooks, zal hij ook bergop en in de tijdritten beter presteren. „Hij moet kijken welke aspecten van zijn koers nog een procentje beter kunnen. Dat zit ook in de aandacht voor de details, in materiaal, training, voorbereiding en voeding.”

En, zegt Coorevits, Belkin kan de ploeg rond Mollema versterken. „Met goede helpers. Robert Gesink is deze Tour in de schaduw gaan staan van Mollema, maar ik denk dat Belkin in de volgende Tour met twee kopmannen kan beginnen. Wie er dan het best is, blijkt vanzelf. Aan het eind van de Tour, zegt men altijd, is iedereen op zijn plaats. Dan weet je wie de kopman eigenlijk was.”

De Vlaamse journalist Coorevits ziet Mollema nog weleens op het podium belanden in de Tour. „Ik denk dat we stilaan aan een generatiewissel toe zijn. Misschien krijgen we nog één of twee jaar Contador en Schleck versus Froome, Mollema, Kreuziger. Mollema zit duidelijk in de groep renners die in de komende jaren de macht kunnen grijpen. Nu is het de beste allrounder die de Tour wint, vorig jaar was het de betere tijdrijder, volgend jaar misschien de betere klimmer. Waar dat eindigt, weet niemand.”