De bouwvak verdwijnt, met dank aan de crisis

De bouwvakvakantie is begonnen. Maar veel bouwbedrijven sluiten liever niet. De crisis maakt flexibel. Als er werk ís, werken ze door.

HTO-directeur Manning op de laatste werkdag voor de bouwvak.

Wie in april of mei geboren is, kreeg vroeger nog wel eens wat lacherig te horen: „Ach, een bouwvakkindje.” Verwekt als de zomer op zijn hoogtepunt is, de bouwvakkers vrij zijn en hardwerkende mannen eindelijk tijd hebben voor andere zaken. Geen branche waarvan de vakantie zo’n wijdverbreid begrip is als de bouw. De bouwvak, die kent iedereen. Maar voor hoe lang nog?

Want onder bouwondernemers wordt de traditionele zomersluiting steeds minder populair. Die trend is al een tijdje zichtbaar, maar door de crisis gaat het extra hard.

Hoeveel bouwbedrijven in Nederland ’s zomers nog collectief de deuren sluiten, weten ze bij Bouwend Nederland niet precies. Maar dat het er steeds minder zijn, staat voor de brancheorganisatie vast.

De vakbonden zijn al jaren van mening dat bouwvakkers het recht hebben zelf te kiezen wanneer ze met vakantie gaan – net als werknemers in andere bedrijfstakken. Maar de start van de bouwvak werd dit jaar voor het eerst níét aangegrepen om te pleiten voor afschaffing van die verplichte collectieve vakantie.

Aandacht vragen voor dit „onrecht” is niet meer nodig, merkten ze bij FNV Bouw. „We krijgen van onze achterban de signalen niet meer. Dan zal er toch wel iets aan het veranderen zijn”, denkt woordvoerder Natasja Nossent.

De bouw heeft wel iets anders aan het hoofd. De bedrijfstak beleeft de zwaarste malaise sinds tijden. Bouwbedrijven vallen bij bosjes om. Veel bouwvakkers zijn, al dan niet noodgedwongen, zzp’er geworden, ‘zelfstandige zonder personeel’. Naar schatting zijn er inmiddels ruim 100.000 zzp’ers in de bouw.

De crisis én het grote aantal zelfstandigen spelen een grote rol bij het vervagen van de bouwvak. Wie eigen baas is, is flexibel. Kan een zzp’er in de bouw vandaag geld verdienen, dan neemt hij de klus aan. Zekerheid voor alles.

Want er is dus wel werk, en dat is een reden om geen vakantie te nemen. Theo Scholte, woordvoerder van Bouwend Nederland wijst op de tijdelijke verlaging van de btw. Om de bouw te stimuleren, heeft de overheid het belastingtarief op renovatie en herstel van woningen teruggeschroefd van 21 naar zes procent, tot maart 2014. Huiseigenaren kunnen hierdoor goedkoper hun woning laten opknappen. Scholte: „En wanneer gaan particulieren klussen? In de zomer.”

Bij grotere projecten is iets anders aan de hand. Daar is de druk om op tijd op te leveren onder invloed van de crisis opgelopen, zegt vakbondsbestuurder Daan Wilthagen. „Wie niet op tijd is, riskeert een boete. Nu de winstmarges zo gering zijn, en bedrijven door de moordende concurrentie zelfs genoodzaakt zijn onder de kostprijs in te schrijven, zetten ze alles op alles om de deadline te halen. Ook al moet de bouwvak daarvoor wijken.”

Is de verminderde populariteit van de collectieve zomerstop dan een tijdelijk fenomeen? Bij Bouwend Nederland denken ze van niet. „De trend is al een tijdje zichtbaar, los van de conjunctuur. Als het zo doorgaat is de geest uit de fles. Dan blijft dat zo”, zegt de woordvoerder.

Toch geeft de brancheorganisatie nog iedere zomer adviesdata waarop bouwbedrijven het beste de deuren collectief kunnen sluiten. Vandaag begint op basis daarvan de bouwvak in Noord-Nederland. Drie weken lang zijn de deelnemende bouwbedrijven, toeleveranciers en opdrachtgevers dan als vanouds gesloten. Zo’n onderlinge afspraak biedt productievoordelen. Beter relatief kortstondig allemaal stoppen met werken, dan vertragingen oplopen omdat de aannemer wil doorwerken en zijn belangrijkste toeleverancier aan de Costa Brava ligt.

Meestal start de bouwvak twee weken na de schoolvakantie. Volgende week is het midden van het land aan de beurt. In het zuiden zijn ze al een week met bouwvak. Regiobestuurder René Meyboom van Bouwend Nederland schat dat in Limburg één op de drie bouwbedrijven deze zomer doorwerkt.

Eigenlijk bestaat de bouwvakvakantie al sinds begin jaren tachtig niet meer. Toen schrapten bonden en werkgevers de verplichte zomerstop uit de cao. Beide partijen hadden belang bij een flexibeler benadering van de zomervakantie. Werknemers wilden niet langer gedwongen zijn in het dure hoogseizoen een vakantie te boeken. Werkgevers wilden beter kunnen inspelen op de markt en vertragingen in projecten kunnen ondervangen.

Min of meer gelijktijdig besloot de politiek de schoolvakanties te spreiden. Vorming van drie regio’s met wisselende vakantieperiodes zou de drukte op wegen en bij toeristische trekpleisters verlichten. Bouwbedrijven gingen mee in die regionale spreiding. Dat betekende dat toeleveranciers, bouwbedrijven en opdrachtgevers die landelijk opereren niet meer gelijktijdig de deuren sloten.

Toch hielden veel bouwbedrijven, ook zonder cao-afspraak, nog jaren vast aan de bouwvak. Tot ergernis van de vakbonden. Vakbondsbestuurder Wilthagen verklaart die starheid: „De bouw staat niet bekend als de meest progressieve sector. Als je het de aannemer vraagt, zegt hij: mijn leverancier is dicht. Vraag je het de leverancier, dan zegt hij hetzelfde over het bouwbedrijf. Zo hielden ze elkaar in de greep.”

Maar nu de bouwvak teloorgaat, komt ook een eind aan een andere traditie: die van de rustige vakantie. Boren, heien, trillen, drillen – het gaat allemaal door deze zomer.