De allerbeste spoorzoekers

Afrikaanse spoorzoekers onderzochten Europese voetafdrukken uit de IJstijd In de Fontanet-grot identificeerden ze 16 individuen De San uit Namibië zijn veel beter in voetsporen dan hightech apparaten

De drie spoorzoekers van de San uit Namibië halen veel meer uit voetsporen dan de westerse wetenschap. Foto Tracking in caves

medewerker archeologie

Zeventienduizend jaar geleden hebben een man van 38 jaar en een jongen van veertien hun voetsporen in de grot Tuc d’Audoubert in Zuid-Frankrijk achtergelaten, door in de klei heen en weer te lopen.

Het is een van de resultaten van onderzoek naar prehistorische voetsporen in Franse grotten die twee Duitse archeologen vorige week tijdens een drukbezochte persconferentie in Keulen bekendmaakten. Die drukte had alles te maken met de bijzondere onderzoeksmethode van Tilman Lennsen-Erz van de Universität zu Köln en Andreas Pastoors van het Neanderthaler Museum in Mettmann. In plaats van moderne hightechapparatuur hebben ze gebruikgemaakt van de kennis en kunde van drie spoorzoekers van de San (Bosjesmannen) uit Namibië.

Bij het wetenschappelijk onderzoek in de Franse grotten is de laatste jaren de meeste aandacht uitgegaan naar de wandschilderingen. Voetsporen en handafdrukken zijn wel opgemerkt en bestudeerd, maar als bijzaak, constateerden vorig jaar Lenssen-Erz, die in Namibië rotskunst onderzoekt, en Pastoors, die betrokken is bij onderzoek in de Franse grotten. „Het onderzoek van de voetsporen had nooit veel meer opgebracht dan het herkennen van het aantal personen dat ergens had gelopen”, vertelt Lenssen-Erz. „In Namibië heb ik te maken gehad met de San, die bekendstaan als de beste spoorzoekers ter wereld. Daarna was het geen grote gedachtesprong om te kijken of zij meer uit de versteende sporen zouden kunnen halen dan de westerse wetenschap.”

De Amerikaanse antropologe Megan Biesele, die al meer dan veertig jaar onderzoek doet bij de San, sloot zich aan bij het onderzoeksproject, dat Tracking in Caves werd gedoopt. Ze bracht de twee Duitse archeologen in contact met de twintiger Tsamkxao Ciqae, die Engels spreekt. Hij wendde zich weer tot de ouderen van zijn gemeenschap met het verzoek nog twee uitstekende spoorzoekers aan te wijzen. Dat werden de veertigers Ui Kxunta en Tui Thao, die behalve Ju/’hoa ook Afrikaans spreken.

Na een korte training in Namibië reisden de spoorzoekers begin juli met de Duitse archeologen naar de Franse Pyreneeën, waar ze de voetsporen in vijf grotten gingen onderzoeken. Bij een van die vijf, de Reseau Clastres, moesten de spoorzoekers het doen met een replica. Tot nu toe waren de sporen toegeschreven aan vijf verschillende personen, maar de San stelden vast dat ze allemaal van dezelfde persoon waren. Pastoors: „Toen we het Jean Clottes, de grote man van het Franse grottenonderzoek, vertelden, legde hij uit dat de sporen echt van vijf verschillende personen zijn. Voor de replica hebben ze echter voor het gemak een 3D-model van maar één linker- en rechtervoet gebruikt – de San hadden op zich dus wel gelijk.”

De spoorzoekers onderzochten alle sporen gezamenlijk. „Ieder van ons gaf zijn mening. Daarna overlegden we met elkaar wat de betekenis van de sporen was”, zegt Tsamkxao Ciqae. Al die gesprekken zijn vastgelegd. „We zullen ze later transcriberen, zodat iedereen kan controleren hoe ze tot hun conclusies zijn gekomen”, voegt Lennsen-Erz toe. „Hun taal kent geen aanvoegende wijs. Zij zeggen dus niet dat iets mogelijk is of misschien kan, maar drukken zich alleen uit in feiten. Als ze iets niet zeker weten zeggen ze niets.”

In de grot Fontanet ontdekten de spoorzoekers niet alleen de voetsporen van zestien individuen (man en vrouw, jong en oud door elkaar), maar stelden ze ook vast dat de tot nu toe enige bekende afdruk uit de IJstijd van een geschoeide voet gewoon de afdruk van een blootsvoets lopende man was. In de sporen in Pech Merle die tot nu toe aan twee personen waren toegeschreven ontdekten de San vijf personen. Vreemde hielsporen in Tuc d’Audoubert zijn volgens de San gemaakt door een oude en jonge man.

Het onderzoek heeft ook een raadsel opgeleverd: de San merkten in de grot Niaux als eersten op dat er meer linker- dan rechterafdrukken zijn. Verder weten ze zeker dat een meisje van twaalf op een bepaalde plek rechtop gestaan moet hebben, hoewel het plafond daar maar tachtig centimeter hoog is. „Voorlopig hebben we geen plausibele verklaring”, zegt Pastoors. „Geologen zullen moeten onderzoeken of de ruimte vroeger hoger geweest kan zijn. Maar een vervalsing moeten we ook niet uitsluiten.”

Vaststaat dat alle vijfhonderd onderzochte sporen duiden op gezonde mensen die gewoon liepen. Lenssen-Erz: „We hebben dus geen sporen gevonden van rituele dansen, die met de schilderingen in verband worden gebracht. Wat overigens niet wil zeggen dat die niet hebben plaatsgevonden.”