Cel voor zakenman

De veroordeling van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen is een mijlpaal voor justitie in de strijd tegen witteboordencriminaliteit. De Rotterdamse rechtbank veroordeelde de bekende zakenman vrijdagmiddag na een proces met 21 zittingsdagen tot 2,5 jaar celstraf wegens onder meer faillissementsfraude, meineed en omkoping van een ambtenaar, tevens de directeur van het gemeentelijk Havenbedrijf in Rotterdam.

De straf had, gezien de ernst van de bewezen verklaarde feiten en gezien eerdere gerechtelijke uitspraken in andere witteboordenzaken vol malversaties en miljoenenverliezen, ook best hoger kunnen uitvallen. Het Openbaar Ministerie had 5,5 jaar cel geëist.

Van den Nieuwenhuyzen kreeg in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw van de media de bijnaam bedrijvendokter opgespeld. Zijn zelfverzekerdheid uit die jaren is nog steeds zijn handelsmerk. Weinig veroordeelden komen na een opgelegde celstraf met zoveel bravoure naar buiten en houden een geïmproviseerde persconferentie om hun onschuld uit te dragen. Alsof de rechtbank hem kort daarvoor niet had voorgehouden dat in zijn werkwijze „een zeker patroon te herkennen” is: dat hij op geraffineerde wijze tientallen miljoenen euro’s ten eigen bate in veiligheid bracht als bedrijven in problemen kwamen. Het beeld dat de rechtbank schetst: voorheen de bedrijvendokter is nu een handelaar in kwade zaken.

De veroordeling schept verwachtingen voor de opsporing en vervolging van faillissementsfraude. Complexe onderzoeken als deze gaan met hoge kosten gepaard. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld het vastgoedfraudeproces rond kantoorpanden van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds, waarin justitie eveneens talloze veroordelingen bewerkstelligde.

Zulke zaken vergen jarenlange inzet en een hoge mate van expertise in bedrijfseconomie, fiscaliteit en ondernemingsrecht. Bovendien is witteboordencriminaliteit een vorm van misdaad zonder bloed en vaak ook zonder aanwijsbare individuele slachtoffers. Daar komt nog eens bij dat de plegers (en hun helpers en zakelijk adviseurs) meer dan eens fatsoenlijke heren lijken, keurig gekleed, die ogenschijnlijk nuttige bijdrages aan de samenleving leveren.

Daar staat echter tegenover dat fraude bij faillissementen een enorme kostenpost voor de samenleving is: onbetaalde rekeningen, banenverlies en een inbreuk op het vertrouwen in het zakelijk verkeer. Experts vermoeden dat bij een kwart van de ongeveer 10.000 jaarlijkse faillissementen grote of kleine fraude een rol speelt. Justitie wil al jaren meer greep krijgen op deze misdaadvorm. Deze veroordeling moet nieuwe energie geven.