Blij voor Froome

De demarrage is een van de mooiste onderdelen in de wielersport. Kilometers lang kunnen de renners in hetzelfde tempo rijden. Langzaam schuiven de voorwielen langs elkaar.

Totdat een renner denkt: en nu ga ik ervandoor.

De renner wil weg van de meute, ontsnappen aan de anonimiteit. Hij weet hoeveel pijn hij gaat krijgen in zijn benen. Met een demarrage tart je je tegenstander, maar vooral ook jezelf.

Bij de eerste, plotselinge demarrage van Christopher Froome tijdens een bergetappe schrok ik. Het zag eruit als iemand die blijft malen in het luchtledige terwijl de ketting er al een minuut af ligt. De snelheid die Froome ontwikkelde was angstaanjagend. Zijn belagers leken stil te staan.

Het was machinaal fietsen.

Ik wist even niet goed wat ik met de demarrage van Froome aan moest. Het was sensationeel snel en ja, ook verrassend om het zo te doen, met dat extreem hoge beentempo en zittend op het zadel.

Froome voorzag de demarrage van een nieuwe glans.

Aan de huidige Tourwinnaar vraag je niet hoe hard hij ging tijdens een klim. Dat is uit een andere eeuw. Het is nu: „Chris, wat trapte jij aan wattages weg?”

Moesten alle aanvallers in het peloton zo gaan malen om de Tour de France te winnen? Was op de pedalen gaan staan uit de tijd?

Nog niet heel lang geleden golden de demarrages van de Spanjaard Alberto Contador als een schoolvoorbeeld van een felle aanval; dansend versnellen, het tempo hoog houden en als het moest, nog zo’n versnelling er achteraan.

In deze Tour bleven die aanvallen van Contador uit. Hij was zijn aparte klasse kwijtgeraakt. De prijs voor de snelste demarrage ging naar Froome. Zijn wattages werden door kenners gemeten. Het kon allemaal door de beugel, Froome hoefde er niets extra’s voor te gebruiken.

Van Bauke Mollema en Laurens ten Dam hebben we nauwelijks demarrages gezien. Dat was te veel gevraagd, het tempo van de kopgroep lag te hoog. De klasse van Mollema en Ten Dam bestond uit het gevecht om bij de eersten te blijven. Ten koste van een steeds leger wordend lichaam.

In een gesprek met Mart Smeets kreeg Ten Dam te horen dat hij voor blijheid in de Nederlandse huiskamers had gezorgd. Dat zag Lau als een ‘enorm compliment’: „Blijheid geven aan mensen is het mooiste wat je kunt doen als sportman.”

Blijheid. Het is een woord dat cursisten tijdens een trainingsweekend mindfulness elkaar in de oren fluisteren.

Was ik blij met deze Tour? Ja, heel, eh… blij. Blij voor Froome, blij voor Lau en Bau, blij voor Kittel. En blij voor Quintana, de aaibare Colombiaan. Hij kleurde de ritten door de Alpen.

Demarreerde Quintana bijzonder? Nou, nee. Het was meer ‘harder rijden dan de ander’. De Colombiaan sprak na zijn overwinning niet over wattages, wel over zijn lieve familie.

Daar werd je blij van, ja. Het was sowieso een blij stemmende Tour.

De karavaan demarreerde in drie weken weg van 100 jaar smerige en wonderschone Tourhistorie en kon moeiteloos 1.000 jaar door.

De komende weken is er geen column van Wilfried de Jong, omdat hij het tv-programma Zomergasten presenteert.