Bauke koketteerde met snot en braaksel

I n de derde week van de Tour bleek dat Bau en Lau nog geen wereldtop zijn. En dat ze daar waarschijnlijk ook niet aan toe zullen komen. Nuchtere vaststelling na hun tuimelpartij als klassementsrijders.

Een schande is het niet.

Bauke Mollema en Larens ten Dam hebben de Nederlandse wielerfans de voorbije weken veel vreugde verschaft. En zowaar een beetje nationale trots. Na de ontmaskering van Rabobank leek het cyclisme in de polder helemaal verbrand. Sport voor onverlaten.

Iedereen gecriminaliseerd.

Oud-minister Winnie Sorgdrager kwam bij Mart Smeets haar ongeloof in de toekomst belijden. Zij had tijdens een soortement onderzoek begrepen dat het dopingprobleem onuitroeibaar was. Alleen haar liefde voor de fiets liet totale verkettering nog niet toe.

Winnie was altijd al een mokkagebakje. De enige Nederlandse vrouw van vóór de erfzonde. Ze had zich natuurlijk nooit moeten inlaten met de heidense wereld van het peloton. Of met de populisten van de Nederlandse wielerbond. Wie kennis wil nemen van de röntgenfoto van een jezuïet moet bij de KNWU zijn.

Een farce van ethiek.

Het was hoog tijd dat er weer eens een paar Nederlandse wielrenners hun visitekaartje kwamen afgeven. En dan liefst ex-Rabo-renners, want zij waren de vaandeldrager van de ongeloofwaardigheid. Met Niki Terpstra in buitenlandse loondienst krijg je dat nationale gevoel van uitzuivering niet.

Alle ogen gericht op Belkin.

Juist in die toegespitste aandacht konden Mollema en Ten Dam hun naam vestigen. Bauke was al de koning van de verwachtingen, Laurens had op extra sportieve gronden de gunst van het volk mee. Combinatie van een hippie en een krijger. En ook nog gezegend met enige vertelkunst.

Binnen de kortste keren werd Mollema vergeleken met Joop Zoetemelk. Nuchtere Groninger, begenadigd klimmer, vrij kort van stof. Daarmee was alles gezegd. Mollema is in deze Tour boven zichzelf uitgegroeid, mede dankzij lepe berekeningen in een waaierrit, maar een tweede Zoetemelk zal hij nooit zijn. Daarvoor is hij te langdradig in de zelfjubel. Ik hoorde hem zeggen dat hij best eens dicht bij een Tourzege zou kunnen komen. Dat soort uitspraken heeft Joop nooit gedaan. Zoetemelk sprak niet over zichzelf – hij liet alleen de benen jodelen.

Naar de concurrentie toe is Mollema niet erg vriendelijk geweest. Hij refereerde ongevraagd naar het dopingverleden van Contador en Valverde. Ook dat zou Joop in zijn tijd nooit hebben gedaan. In de Mollemania is het de natie een beetje ontgaan, maar Bauke liet zich ook kennen aan vlagen van arrogantie en misprijzen.

In tolerantie was Laurens ten Dam hem ver vooruit. Over zijn lippen geen onvertogen woord voor de tegenstand. Hij werd geen patser in het lijden, doorstond met schouderophalen wat niet te doorstaan is. Bauke daarentegen koketteerde al te graag met snot en braaksel van het diepgaan. Hij is in deze Tour televisierenner geworden. Misschien wel op instigatie van zijn sponsor.

De psalmen over het reveil van het Nederlandse cyclisme zijn voorbarig. Tot een armzalige etappezege is het in La Grande Boucle niet eens gekomen.

Wat een exotische Colombiaan kon, lukte nuchtere Nederlanders niet.

Ook Bauke niet.

De hemel is voor later.