Amsterdam onderzoekt Joodse banktegoeden

Amsterdam. - Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam heeft een onderzoek ingesteld naar slapende banktegoeden bij de voormalige Gemeentegiro van Joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. Dat schrijft hij in een brief aan Herman Loonstein, voorzitter van Federatief Joods Nederland, die in het bezit is van deze krant. Loonstein had Van der Laan onlangs verzocht „tot op de bodem” uit te zoeken wat er met de Joodse tegoeden is gebeurd.

Eind jaren negentig publiceerde de commissie-Scholten een onderzoek naar de roof van Joodse bezittingen in de oorlog. Ook slapende banktegoeden werden onderzocht, maar die van de Amsterdamse Gemeentegiro bleven buiten beschouwing omdat het archief destijds in ongeordende staat verkeerde. Dat nadien nooit duidelijk is geworden wat er met de tegoeden is gebeurd, noemt Loonstein in zijn brief aan de burgemeester „onverkwikkelijk”.

In zijn reactie aan de voorzitter van Federatief Joods Nederland schrijft Van der Laan dat er „reeds langer” onderzoek loopt naar Joodse tegoeden bij de Gemeentegiro. Hij kan daarover nog niets bekendmaken omdat hij na de zomer „eerst de gemeenteraad over de resultaten van dit onderzoek wil inlichten”, aldus de burgemeester.

Een woordvoerder van Van der Laan laat desgevraagd weten dat de burgemeester „sinds zijn aantreden met het onderzoek bezig is”. „Het onderzoek is intussen afgerond. Er vindt op dit moment een second opinion plaats om zo zorgvuldig mogelijk te werk te gaan. Direct na de afronding zal een gesprek met vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap en de ING worden gevoerd.” De Gemeentegiro was tot 1979 eigendom van de gemeente Amsterdam en fuseerde daarna met de Postgiro, later Postbank, tegenwoordig ING.

Van der Laan is de eerste burgemeester die onderzoek doet naar Joodse banktegoeden bij de voormalige Gemeentegiro. Zijn voorganger Job Cohen zag daar eerder van af, omdat de Joodse gemeenschap in 2000 al 400 miljoen gulden van de staat had ontvangen als compensatie voor de gang van zaken bij de teruggave van in de oorlog geroofde bezittingen.