Ja , een groot kampioen

Christopher Froome was in de Tour veruit de beste, zowel in de tijdritten als bergop Zijn imposante prestaties werden hier en daar met scepsis begroet, wegens alle dopingperikelen in het verleden

De renners rijden om de Arc de Triomphe in Parijs, aan het begin van de avond in de laatste etappe van de Tour de France. Foto AFP

sportredacteuren

Dit was hem dus, de honderdste Tour de France. Nooit eerder werden de verrichtingen van de renners op de Franse wegen met zo veel argwaan gadegeslagen als tijdens de editie van 2013. Het beeld dat bijblijft, is dat een groot renner zich moest verantwoorden voor het feit dat hij beter is dan de rest.

Vanaf de eerste uitzonderlijke prestatie van Christopher Froome (Sky), in de rit naar Ax 3 Domaines, rezen de twijfels. De Britse Keniaan reed daar bergop de derde tijd ooit, vlak achter Lance Armstrong, de Amerikaan die de wielerwereld afgelopen winter in een diepe crisis had gestort met zijn bekentenissen over jarenlang, systematisch dopinggebruik. In zekere zin is het ook logisch dat de pers kritisch was in de eerste Tour die daarop volgde.

Op de tweede rustdag, in Orange, liep Froome boos weg van een persconferentie. De dag daarvoor had hij naar eigen zeggen de beste prestatie uit zijn carrière geleverd, door te winnen op de Mont Ventoux. Van de vijftien minuten die zijn ploeg voor de schrijvende pers had gereserveerd, gingen er dertien over doping.

Kritische vragen over doping

Toch realiseerde ook Froome zich dat hij niet de media de schuld kon geven van het jarenlange bedrog in het wielrennen. Enkele dagen later, in Le Grand-Bornand, zei hij dat het legitiem was dat de pers kritische vragen stelde over doping. Als Froome boos zou moeten worden, zou het op een hele reeks geletruidragers voor hem moeten zijn, die allemaal de weg kenden naar de apotheek – van Bjarne Riis tot Jan Ullrich, van Marco Pantani tot Armstrong en van Floyd Landis tot Alberto Contador.

Sportief liet Froome keer op keer zien, in tijdritten en in de bergen, dat hij veruit de beste renner was in deze Tour. Een van de grote smaakmakers was Nairo Quintana (Movistar). De aanvalslustige renner was de enige die bergop echt de strijd aankon met de Brit. Als beste Colombiaan aller tijden werd hij tweede in het algemeen klassement, veroverde de witte trui voor beste jongere en werd bergkoning. Op de voorlaatste dag pakte hij zijn meer dan verdiende etappezege, in Semnoz. Toch eindigde de Colombiaan op ruim vijf minuten van Froome, die voor alle andere klassementsrenners niet meer in te halen was.

Het goede nieuws voor de Nederlanders was dat ze weer meetellen. Belkin-renner Bauke Mollema stond lang tweede, achter Froome. Pas twee keer eerder had hij de Tour gereden, zonder succes – vorig jaar viel hij zelfs uit na een zware val. Dit jaar ontpopte de Groninger zich tot een klassementsrenner. In deze Tour heeft Mollema bewezen dat hij niet meer onder hoeft te doen voor erkende klimgeiten als de Spanjaarden Alejandro Valverde, Joaquim Rodríguez en Contador. Slechts door ziekte moest Mollema uiteindelijk zijn tweede plaats afstaan. Hij eindigde als zesde.

In de bergen streed Mollema zij aan zij met zijn ploeggenoot Laurens ten Dam, die zelfs even vierde stond in het klassement. Voor Ten Dam (32) duurde de Tour iets te lang. In de laatste bergetappes zakte hij naar de dertiende plaats, de beste prestatie in zijn carrière. Als klassementsrenner van Belkin verving hij Robert Gesink, de voormalige kopman die het goed deed als knecht. Gesink eindigde nog in de top-30, net als Wout Poels (Vacansoleil).

Tot Nederlands dagsucces leidde het niet. Als de Tour volgend jaar van start gaat, in Leeds, zal het 3.283 dagen geleden zijn dat Pieter Weening de Duitser Andreas Klöden versloeg in een sprint à deux in Gérardmer.

In zekere zin profiteert Froome van een nieuw, kampioenloos tijdperk in de Tour. De winnaar van vorig jaar, zijn land- en ploeggenoot Bradley Wiggins, deed wegens ziekte en blessures niet mee. De kampioen van het jaar daarvoor, de Australiër Cadel Evans (BMC), zakte weg naar een bedenkelijk niveau. En ook Andy Schleck was niet de renner die hij ooit was. Gewezen Tourwinnaars blijken te kunnen zakken tot de 39ste plaats, zoals Evans dit jaar.

De kans bestaat dat Froome de Tour ook de komende jaren zal domineren. Concurrentie zal hij waarschijnlijk krijgen van Quintana en – als hij meedoet – Giro-winnaar Vicenzo Nibali, en verder de Spaanse klassementsrenners en wellicht ook Mollema.

Slag om de arm

Is Froome een groot kampioen? Ja – althans, voorlopig. Dat is helaas de slag om de arm die zijn oorsprong vindt in het recente verleden. Het dopinggebruik in het wielrennen dwingt liefhebbers ertoe om zich af te vragen waarnaar ze zitten te kijken.

Om renners al tijdens hun explosieve demarrages als grote sportmannen te kunnen herkennen, zal het wielrennen verder moeten gaan met het zuiveren van de sport. Alleen dat zal ertoe leiden dat grootse prestaties op het moment zelf al worden erkend als groots, en niet pas na vijf jaar, als alle dopingstalen uit en te na zijn beoordeeld. Laten we hopen dat we tegen die tijd niet horen dat niet Froome, maar Quintana de Tour van 2013 heeft gewonnen – of, nog erger, dat niemand tot winnaar kan worden uitgeroepen. Het zou niet voor het eerst zijn.