Wetenschapper is geen wegwerpartikel

Met tijdelijke aanstellingen en dubieuze payroll-constructies ondermijnen universiteiten de onafhankelijke wetenschap, weet Hendrik Gommer.

Foto Maarten Hartman

De belangrijkste eigenschappen voor een rechter zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Dat laatste wordt gewaarborgd door een levenslange aanstelling.

Waar rechters nog op een levenslange aanstelling kunnen vertrouwen, wordt de onafhankelijke positie van academisch personeel in toenemende mate ondergraven door tijdelijke aanstellingen. Zelfs hoog opgeleide hoofddocenten krijgen een aanstelling van twee jaar, met mogelijkheid tot verlenging.

Maar cao’s worden niet voor niets afgesproken.

Helaas bieden weinig universiteiten hun nieuwe medewerkers (uitzicht op) een vaste aanstelling. In de meeste gevallen wordt een medewerker zonder opgaaf van redenen na twee verlengingen ontslagen om een vaste aanstelling te ontlopen. Gaandeweg werd deze mogelijkheid tot regel: ‘twee verlengingen = ontslag’.

Enkele universiteiten zoeken zelfs hun toevlucht tot de dubieuze payrolling-constructie. Formeel treedt de werknemer daarbij niet in dienst van de universiteit, maar bij een uitzendorganisatie, ‘opdat de universiteit geen risico loopt’.

Na afloop van de termijn (drie, zes, negen of twaalf maanden) kan hij zonder opgaaf van redenen worden ontslagen. Of krijgt hij een nieuw tijdelijk payrolling contract aangeboden. Een beoordelingsgesprek is niet meer nodig. En als het even tegenzit, tast de werknemer volledig in het duister over de achterliggende reden voor ontslag. Dat kan een artikel in een krant zijn dat zijn leidinggevende niet beviel, een uitval naar een collega, een plotselinge beleidswijziging, het passeren van een bepaalde leeftijd, kritiek op de universiteit, een spelfout in een e-mail.

De gevolgen van payrolling zijn groot. Na het einde van de tijdelijke aanstelling is de werknemer een groot deel van zijn tot dan toe opgebouwde rechten kwijt. Hij krijgt verder geen eindejaarsuitkering. Hij bouwt het eerste half jaar geen pensioen op. Bij ziekte krijgt hij niet of slechts deels uitbetaald. Hij krijgt zelfs twee tot drie weken minder vakantie dan zijn collega’s.

En misschien nog wel het ergste, hij wordt niet als intern kandidaat beschouwd als er een nieuwe vacature ontstaat. Hij is immers formeel in dienst van de uitzendorganisatie en moet dan ook, samen met tientallen anderen die ook een tijdelijke aanstelling hebben, solliciteren op een functie die hij in de periode daarvoor heeft vervuld. Zit er in de sollicitatiecommissie een collega die een van zijn publicaties niet zag zitten, dan is de race gelopen.

Zo worden wetenschappers behandeld als wegwerpartikelen.

Wat heeft dit voor effect op werk en welzijn van de wetenschapper? Zal hij hierdoor harder gaan werken? Dat is maar zeer de vraag, want iedere spaander kan reden zijn om de aanstelling te beëindigen. Zal hij meer publiceren? Wie publiceert, kan kritiek en dus ontslag verwachten. Zal hij werken aan diepgaand onderzoek? Die tijd heeft hij niet. Zal hij investeren in de toekomst van de universiteit? Welke universiteit? Zal hij zich focussen op zijn werk? Hij kan beter om zich heen blijven kijken. Zal hij artikelen schrijven? Hij kan beter sollicitatiebrieven schrijven om ook het volgende jaar nog werk te hebben.

Kortom, dat universiteiten de cao Nederlandse Universiteiten (NU) ondergraven, betekent het einde van de onafhankelijke wetenschap zoals wij die in Nederland kennen. Voortaan wordt wetenschap bepaald door managers met een hoogleraartitel en collega’s die wél een vaste aanstelling hebben en onder de cao NU vallen. Dat zijn niet zelden mensen die al 25 jaar of langer op dezelfde plek zitten. Dat zal vervolgens weer zorgen voor nog slechtere prestaties.

En ook: als de ene werknemer via een rechteloze schijnconstructie moet werken, terwijl een ander binnen dezelfde organisatie beschermd wordt door de cao NU, breekt dat partijen vroeg of laat op.

Kan dit alles zomaar? De Almelose rechtbank vond in een recente uitspraak van niet. In de door de rechtbank behandelde casus selecteerde en wierf de gemeente Enschede een werknemer om die vervolgens ‘aan te reiken’ aan een uitzendbureau.

De werknemer werkte vanaf aanvang enkel en alleen voor de gemeente. De gemeente gaf instructies en maakte afspraken over onder meer werktijden en reiskosten. Van enige uitoefening van gezag door het uitzendbureau was geen sprake. De constructie was alleen gekozen om de ontslagbescherming en andere rechten van de werknemer te ontlopen. De rechtbank bepaalde daarop dat de werknemer niet mocht worden ontslagen.

Terecht. Er worden niet voor niets cao’s afgesproken voor verschillende bedrijfstakken. Iedere bedrijfstak heeft zijn eigen bijzonderheden, zijn eigen vereisten voor goed werk.

De cao voor universiteiten is een verworvenheid die in de loop van de jaren is afgestemd op vereisten voor wetenschappelijke kwaliteit. Ondermijn je die afspraken, dan ondermijn je de wetenschap. En ondermijn je de wetenschap, dan schaad je de maatschappij in hoge mate.

Het is verontrustend dat juist universiteiten en enkele van hun hoogleraren daar het voortouw in nemen. Ze zouden juist op de barricaden moeten staan tegen deze bedenkelijke ontwikkeling. Het wordt hoog tijd dat de nog wel onafhankelijke rechter hier paal en perk aan stelt, al was het maar omdat met deze ontwikkeling ook zíjn onafhankelijkheid op termijn kan worden aangetast. Want als kennis voor de samenleving niet meer waardevol is, wanneer zal het recht er dan aan geloven?

Mr. Dr. Hendrik Gommer had na zijn promotie vijf jaar geleden acht tijdelijke aanstellingen. Het laatste jaar als universitair docent via Tempo Team. Gommer publiceerde in die tijd ongeveer 45 nationale en internationale wetenschappelijke artikelen over de grondslagen van het recht. Hij ontwikkelde de cursus ‘De mens achter het recht’, maar moest die aan het einde van zijn aanstelling weer stoppen.