Column

Wat ik er ooit van gevonden heb

Je hebt standpunten en je hebt stondpunten. We hebben het altijd over wat we vinden, maar is het niet veel interessanter eens uitgebreid te vertellen over wat we vonden? Over de standpunten, die we bij nader inzien hebben verlaten? Sinds taalkundige Wim Daniëls in talkshow Pauw & Witteman deze gedachte opperde, denk ik er over na. Want het is inderdaad een bere-interessante vraag, die ik graag door velen beantwoord zou zien. Laat ik beginnen bij mezelf: wat zijn mijn stondpunten?

Ik weet niet wat dit over mij zegt (vergeetachtig?, standvastig?, koppig?), maar het kostte me moeite om ze te bedenken. Ik kon wel snel bepaalde discussies aanwijzen, waarin ik geen standpunt inneem omdat ik er niet uitkom.

Zo kom ik niet goed uit de ‘begrotingsdiscipline versus stimuleren’-discussie: moet de overheid in deze crisis de begroting zo snel mogelijk op orde brengen, of moet de overheid de klap opvangen door veel meer uit te geven? Ik kan de redenering goed volgen, dat het niet handig is om de belastingen te verhogen op een moment dat huishoudens, bedrijven en banken bezuinigen om van hun schulden af te komen. Dan geeft de overheid nog een trap na aan een economie die het al zwaar heeft.

Maar tegelijkertijd betwijfel ik ten zeerste of grootschalig stimuleren van de economie door de overheid zin heeft. En het lijkt me gevaarlijk om in Europa alle discipline te laten varen. Het kost al die eurolanden al genoeg moeite om elkaar te vertrouwen. Die 3 procentsregel (het begrotingstekort van een Europese overheid mag niet groter zijn dan 3 procent) is niet per se iets goeds, maar tegelijk is het wel het beste dat we hebben.

Dus verhoog de belastingen niet, beperk de overheidsuitgaven door te hervormen, en hou de 3 procentsregel, maar spring er pragmatisch mee om, is telkens mijn conclusie.

Ik kom ook niet uit de vraag of Nederland een verwerpelijk belastingparadijs is voor buitenlandse bedrijven. Aan de ene kant denk ik: welnee! Mogen wij als ieniemienie-landje nog een beetje aantrekkelijk blijven voor bedrijven? Aan de andere kant heeft meedoen aan een race naar de bodem – waar kunnen bedrijven zo min mogelijk belasting betalen? – geen enkele zin.

Waar ik ook maar over blijf twijfelen is de discussie over het gratis-geld-beleid van de westerse centrale banken. Ja, het was nodig de brandkraan met geld open te zetten – maar ik word er ook een beetje bang van. Onze economieën moeten een keer stoppen met die monetaire morfine. Dat lukt echter voor geen meter. Fed-baas Ben Bernanke zit alweer bang in een hoekje spijt te hebben van zijn suggestie dat het in de nabije toekomst een keer ophoudt. De markten werden te angstig.

Maar goed, in al deze discussies heb ik geen keiharde standpunten, laat staan stondpunten. Waarin dan wel?

Europa en de euro. Daarover heb ik zelfs twee stondpunten. Eén: mijn verwachtingen van het economische project euro waren te hoog gespannen. Twee: het politieke project euro zag ik nooit zitten, maar acht ik nu noodzakelijk.

Ik dacht dat de euro economisch gezien veel goeds zou brengen. Geen wisselkoersen meer, één markt, één munt, dat móet welvaart brengen. Maar het Centraal Planbureau erkent ook dat het vooral de Europese interne markt is die welvaart heeft gebracht: het opheffen van importtarieven, grenscontroles en andere handelsbelemmeringen. De munt zelf, de euro, heeft dat veel minder. Bovendien zorgt die ene munt voor allerlei kosten – zoals het redden van landen in de eurozone – die achteraf bezien moeilijk tegen de voordelen opwegen.

Ik ben nog steeds geen voorstander van verdere Europese politieke integratie. Ik kan op niemand met macht stemmen in Europa, de Duitsers en de Fransen maken de dienst uit en de meeste door die landen bekokstoofde besluiten zijn me een gruwel. Politiek Europa is in mijn ogen een moeizaam spel met vuur. Maar ik denk dat verdere politieke integratie nodig is om de eurozone bij elkaar te houden, om de muntunie te laten werken. Er moet enige soevereiniteit van de lidstaten naar de Unie worden overgedragen. Want het uiteenvallen van de eurozone is op dit moment wat mij betreft de slechtste optie van allemaal. Dat kost teveel economische en maatschappelijke welvaart, denk ik.

Tot zover mijn stondpunten, ik blijf zoeken naar nieuwe. Want zonder stondpunten denk je niet genoeg na.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie