Ramadan is niet spiritueel

Door ramadan spiritueel te noemen, maak je hem nog niet spiritueel. Hafid Bouazza over de folkloristische charade van het vasten.

Foto Reuters

In een ingezonden brief (NRC, 13 juli 2013) schrijft voorzitter Anton van Hooff van de atheïstisch-humanistische vereniging De Vrije Gedachte waarachtige woorden over de flauwekul die moslims tijdens ramadan over de vasten verkondigen: „Het is de bekende hovaardigheid die zich vermomt als deemoedige onderwerping aan Gods wil.”

Dit, nu, is een welluidende paukenslag.

De opzichtigheid van ramadan begint het folkloristische equivalent te worden van de zebiba (bidbult) op het voorhoofd van de Moslimbroeders. Ook die begint steeds zorgwekkendere vormen aan te nemen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was het al mogelijk om in Marokko zo’n donkere bles kunstmatig te laten aanbrengen, maar wie de recente gebeurtenissen volgt in Egypte – geen Moslimbroeder zonder islampuist – kan toch niet anders concluderen dan dat er wel eens reden tot ongerustheid zou kunnen zijn: er kunnen nare infecties ontstaan, om over pusvorming nog maar te zwijgen. Joden bonken langer tegen de Klaagmuur, maar hun voorhoofd blijft toch ongeschonden.

Het paradoxale is dat een roep tot acceptatie van de moslimgemeenschap en haar gebruiken (‘Wij Blijven Hier’) niet strookt met een hang naar bevoorrechting en uitzonderlijke behandeling, al dan niet tijdens de vasten. Moslims willen gelijk behandeld worden, in dier voege dat zij moslims zijn en dus anders dan anderen.

De roep om spot van deze traditie door Van Hooff onderschrijf ik in zijn geheel, maar er zit al iets bespottelijks in opzichtige vroomheid, al was het maar alleen in deze oxymoron: ‘opzichtige vroomheid’.

Men hamert maar op de spirituele kanten van deze maand, maar is niet in staat gebleken het ‘spirituele’ van de exercitie te bewijzen. Uiteindelijk blijkt de hele traditie enkel en vooral gekenmerkt te worden door fysieke deprivatie en juveniele overlast. Dat de jeugdige ellende al langer aan de gang is en nu een religieus randje krijgt (de politie draait zelfs ‘ramadandiensten’), heeft met ‘spiritualiteit’ niks te maken.

Het doet denken aan het gesprek dat een jonge Marokkaanse fietsdief had met een politieagent en waarbij het knulletje zei: „Ik heb de fiets niet gejat, want het is ramadan en tijdens ramadan mag ik niet stelen.”

Politieagent: „Mag je buiten ramadan dan wel stelen?”

Knul (na enige aarzeling): „Nee, maar tijdens ramadan mag je écht niet stelen.”

Trots op een externe en extra reden om op het rechte pad te blijven en dan ook nog begrip eisen voor die trots, is natuurlijk het begin van verval. Vanwaar de opgedrongen eerbied voor een traditie? Wat valt er te ‘respecteren’ aan onnadenkende volgzaamheid en arrogante onnadenkendheid in het kielzog van die volgzame onwetendheid?

Het antwoord is dat voor inheemse Nederlanders, die enkele individuele stappen verder zijn, hun voortvarendheid enkel bevestigd kan worden door een achtergesteldheid van gemeenschappelijkheid. Daarvoor voelen zij een nostalgie, omdat zij de ellende ervan nooit ondervonden hebben, maar daarin wel een strijd weerspiegeld zien (hoe vervormd ook) die hun verwekkers en voorverwekkers hebben gevoerd. Aldus kunnen zij hun atavistische besef overdragen, omdat zij de luxe hebben nooit met de ellende ervan te zijn opgezadeld.

Het gaat hier om een gevaarlijke soort sentimentaliteit: de sentimentaliteit die een benauwd hart het liefst uitgedroogd houdt om de eigen wangen te kunnen bevochtigen. Het is hardvochtigheid.

Het is de verrukking over de vastende moslim als nobele wilden met halitosis.

Het is hypocrisie.

Want het is een begrenzing en distantie van wat men veinst te ontvangen.

De moslims – en laten we eerlijk zijn: vooral Marokkanen zijn hieraan schuldig – hebben constant de behoefte, de uitzonderlijke, overheersende, onredelijke behoefte aan erkenning van onhebbelijkheden en tradities die zij zelf niet eens begrijpen. Het is opmerkelijk wat een erkende hadith vermeldt over de oorsprong van de islamitische vasten. Het verhaal gaat dat toen Mohammed in Medina arriveerde, hij joden zag vasten voorafgaand aan Jom Kippoer. Toen hij vroeg wat zij aan het doen waren, kreeg hij ten antwoord dat zij eten en drinken vermeden om te gedenken dat Mozes en de Israëlieten door de Heer verlost werden van de Farao. Hierop gebood hij zijn volgelingen ook de vasten te betrachten en sprak: „Wij hebben meer recht op Mozes dan zij.” (Het motief voor de vasten, tiendaags voor Jom Kipoer, heeft de hadith fout, maar dat doet er niet toe, want moslims zullen zeggen dat joden – en christenen – de rituelen gecorrumpeerd hebben, zoals zij de geschriften vervalst zouden hebben.)

Hierin is geen ‘spirituele’ oorsprong voor vasten te ontwaren: dit kan niet anders verklaard worden dan als onteigening van andermans traditie en ritueel.

Natuurlijk, lichamelijke onthouding, een ascetische levenswandel, kan de mens tot een staat van natuurlijke roes brengen, een natural high, gratis en voor niks, maar dat is een overtuiging, niet een oefening in tijdige abstinentie die enkel leidt tot chagrijn en ongekende prikkelbaarheid. (O de rokers onder de moslims!)

Iets constant ‘spiritueel’ noemen, maakt het nog niet ‘spiritueel’. En als het ‘spirituele’ losstaat van het lichamelijke, hoe verklaar je dan dat menstruerende vrouwen niet hoeven te vasten?

Dat moslims zich in deze, in essentie minachtende, positie laten drukken en erin zwelgen, is geheel begrijpelijk: in welk islamitisch land krijgt men subsidie voor een iftar? Geld voor het gezamenlijk verbreken van de vasten. Gefinancierde goedertierenheid.

Uiteindelijk is het een vorm van opgelegde inertie, van reactionisme. Als je als moslim al twijfelde, dan zal het ontzag van de bewonderende niet-moslim een betere aanmoediging zijn in volharding van hongerige kul dan de dwang van de ouders tegen wie je je twijfels over deze hele folkloristische charade niet eens hebt durven uitspreken.

Neem het NRT-programma rondom deze ‘spirituele’ maand, Ramadanjournaal genaamd. Deze stond geheel in het teken van eten, de fitr, het dagelijks verbreken van de vasten. De kijkers waren te gast bij twee vers bekeerde Chinese moslims die in de keuken prei en kipfilet aan het snijden waren, want wat eten Chinese moslims eigenlijk tijdens ramadan? Daar zijn wij natuurlijk reuze benieuwd naar. Maar dan zegt de presentatrice tegen de jongevrouw: „Die hoofddoek staat je heel mooi.” Ze zei het echt! En al sla je mij dood, ik zou niet weten hoe een verpakking iemand mooi kan staan.

Alsof bekering tot het muzelmanisme een esthetisch voordeel oplevert. Ergerlijker nog is de bevoogding die de ene moslima tegen een nieuwe moslima denkt te kunnen aannemen. Het zal vast wel heel spiritueel bedoeld zijn.