Pompen of schieten

De Super Soaker danken we aan de ruimtevaart. De waterwapenwedloop gaat door. Alles is toegestaan.

Warm weer. Tijd genoeg. Wat gaan we doen?

Ga op een zomeravond met een zak te testen watergeweren de straat op, en je weet het antwoord. Je wordt onmiddellijk omringd door geïnteresseerde buurmannen. Het zal de aantrekkingskracht zijn van onschuldige maar heel bruikbare wapens. Mooi ding zeg! Hoe ver komt die? Hé, niet op mij schieten! Ineens wordt besproken wie in militaire dienst is geweest. Kinderen steken hun hoofd uit het raam: morgen watergevecht!

Lang geleden, voor 1989, had je alleen kleine waterpistooltjes, met een waterballetje om in te knijpen of met een klein wijsvingerpompje. Leuk, maar je kwam er niet ver mee. 1989 was een revolutiejaar in de wereld van het waterschieten, toen verscheen de Super Soaker, aanvankelijk onder de naam Power Drencher. Met een grote tank en een vernuftig pompsysteem, waarmee het water onder druk wordt gezet, kon een watergevecht voortaan veel grootser worden uitgevochten. Met veel meer verrassingen. Bereik: zeven à elf meter.Het waterpistolengevecht werd volwassen. Pistolen werden geweren.

Het watergevecht zelf is altijd een regelloos spel geweest waarbij iedereen de ander probeert weg te jagen door met water te schieten. Het is een ideale vorm van agressieregulatie. Gewonden vallen vrijwel nooit. Het grootste gevaar is struikelen. Je hebt wel een grasveld nodig, er moet gerend kunnen worden. Bomen, struiken en andere obstakels maken het spannender. Het is verbazingwekkend hoe goed je kan schuilen achter een klein boompje. De eerste ronde eindigt na een half uur als de eerste kinderen gaan huilen: water in het oog! Dat huilen duurt nooit lang. Tweede ronde! Je kan ook met watertanks en watergeweren de bossen in gaan. Leuker dan lasergamen.

In het gevecht gelden – soms – een paar basisfatsoensregels. Niet schieten tijdens het water bijvullen. Niet in het gezicht. En liever niet op mensen die niet meedoen. En belangrijk: genade = genade.

Er zijn allerlei gevechtstechnieken. Er is de ‘stormloop’: schietend (en schreeuwend) op iemand afrennen die dan hopelijk van schrik vergeet terug te schieten. Er is het ballistische schot van de ervaren schutter: schuin omhoog over de struiken heen. En het verradersschot: schieten als de ander net moet pompen. Gevreesd is de ‘ik ben toch al nat dus onkwetsbaar’-verdediging. Die is meestal alleen te breken door tóch in het gezicht te schieten.

Plutoniumgenerator

De Soaker-revolutie is het werk van één man, NASA-ingenieur Lonny Johnson, die in de jaren tachtig werkte aan de koeling van de plutoniumgenerator van de Saturnusverkenner Cassini (die uiteindelijk in 1997 werd gelanceerd). Het lijkt een scène uit een film: toen hij thuis een koelingspomp uitprobeerde, schoot een waterstraal door de badkamer en Johnson dacht: ‘hé’.

Het basisidee van Johnsons Super Soaker (een merknaam die een algemene aanduiding is geworden) is dat het waterreservoir eerst onder druk wordt gezet. Pas dan haal je de trekker over: hoe hoger de druk, hoe verder de straal reikt. Om dat mogelijk te maken zit het inwendige van een Super Soaker vol buizen en kleppen, alsof het een werkstuk is voor een loodgietersopleiding.

Typisch voor Super Soakergevechten is dat de verdekt opgestelde schutter zich vaak verraadt door het noodzakelijke pompen vooraf. ‘Gggk, gggk, gggk, gggk’ klinkt het dan vanachter een struik. Te wapen!

Aanvankelijk pompte je bij de Super Soaker simpelweg lucht in het grote waterreservoir. Dat oerprincipe wordt nog steeds gebruikt in veel merkloze waterschieters. Het is makkelijk te herkennen: zet het geweer onder druk en draai de dop van de watertank los. Als ’ie sist is, het een ‘oerschieter’.

Maar geperste lucht wordt heet, zo heet dat in langdurige watergevechten onderdelen gingen smelten. Johnson kwam daarom vrij snel met een belangrijke verandering. Vanaf 1991 kregen de Soakers een tweede tank: een aparte hogedruktank, waarin vanuit het waterreservoir het water wordt gepompt. Samengeperst water wordt niet heet. Door het bijpompen van water wordt de lucht in die druktank samengeperst. De watertank zelf komt niet onder druk en kan bij dit type dus niet sissen. In 1996 kwam er nog een nieuwe verbetering: de druktank met lucht werd vervangen door een rubberbal die helemaal volgepompt wordt met water en daardoor uitrekt en onder spanning komt.

Sinds die rubberbal staat de technologische ontwikkeling vrijwel stil. Ja, er zijn nu Super Soakers die dankzij een ijsreservoir een tijdje met ijskoud water kunnen schieten. Een echte rotstreek, zou je kunnen zeggen. Er zijn waterschieters met een luid brommend elektrisch pompje: voor de luie schutters met genoeg batterijen op zak. En sinds een paar jaar zie je weer veel ‘pompgeweren’ (quick blast, bottle blitz, wave thrower). Vaak kun je die op een plastic colafles schroeven (anderhalve liter!). Met krachtige slagen pomp je die fles leeg. De vrij dikke straal komt meestal redelijk ver (6 à 8 meter). Maar door het voortdurende gepomp is goed richten moeilijk. En je krijgt een lamme arm. Het ‘pompgeweer’ heeft een simpeler systeem dan de Super Soaker, er zijn geen drukkamers.

Waterraket

Als iedereen is uitgeschoten, wordt het tijd voor de waterraket, een lancering als feestelijke afsluiting van de dag.

Onze eigen Rokit K30, afkomstig van waterflesraket.nl, haalt makkelijk 20 meter. Wie de raket in zijn achtertuin lanceert, moet hem al snel op het dak gaan terugzoeken.

Door de komst van de sterke, superlichte petfles heeft de waterraket een grote ontwikkeling doorgemaakt. Op YouTube (zoek op: water rocket) zijn zelfgeknutselde twee- of drietrapsraketten te zien die honderden meters hoog komen (het record schijnt zeshonderd meter te zijn). De essentie van de waterraket is dat je lucht bijpompt in een half met water gevulde fles met de opening naar beneden. Voortgedreven door de samengeperste lucht zal het water daarna met grote kracht naar buiten spuiten. De opwaartse kracht jaagt de fles razendsnel omhoog.

In essentie is onze K30 een dop waarin een los slangetje past met aan het eind een ventiel dat je op de fietspomp aansluit. De dop – met ook drie stabilisatievinnen – past op iedere gewone petfles. Het lanceersysteem is simpel: als de druk hoog genoeg is, schiet de slang los, en daar gaat-ie! Wooooosh! Meest gebruikte woorden op dat moment: ‘wouw!’ En: ‘zoooo!’.