Naheffing op kostbaar erfstuk

Vier Nederlanders erfden in 2003 een vaas. Waarde: 12.500 euro. Bij taxatie bleek het 23 miljoen. Een aangevochten naheffing van erfrecht is nu door de Hoge Raad bevestigd.

Pot uit de Yuan-dynastie.

Was de Chinese vaas die vier Nederlandse erfgenamen in 2003 in bezit kregen nu 12.500 euro waard – het bedrag dat zij voor de successierechten opgaven – of 23 miljoen euro, zoals de belastinginspectie vond nadat de vaas voor dit bedrag in 2005 bij Christie’s Londen was geveild?

Deze maand kwam, na lange juridische strijd, het definitieve antwoord in een arrest van de Hoge Raad, die daarmee eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof bevestigde: de vaas wordt geacht in 2003, ten tijde van het overlijden van de erflater, 10 miljoen euro waard te zijn geweest, en de erfgenamen moeten over dit bedrag dus erfbelasting voldoen.

De spectaculaire vermeerdering van de waarde van het erfstuk tussen 2003 en 2005 was – zo blijkt uit de stukken – het gevolg van twee omstandigheden. Pas bij nauwkeurige bestudering bij Christie’s in Londen bleek in 2004 dat de vaas veel zeldzamer was dan in eerdere taxaties was aangenomen: niet uit de tijd van de Ming-dynastie (1368-1644), maar de Yuan-dynastie (1279-1368).

In de periode 2003-2005 beleefde China een economische boom, waarbij rijke Chinezen er bovendien eer in stelden geld te beleggen in het naar eigen land terughalen van historisch erfgoed. Dat verklaart de veilingopbrengst in 2005 van 15,7 miljoen pond (23 miljoen euro) – overigens ver boven de richtprijs van 1 miljoen pond die Christie’s toen zelf in gedachten had.

In 2008 meende de Nederlandse Belastingdienst dat de vaas ten tijde van het overlijden in 2003 dus ook 23 miljoen waard geweest was en legde een aanvullende aanslag op. Daartegen hebben de erfgenamen zich sindsdien verzet, schermend met waardeschattingen van ten hoogste drie à vier ton. De rechter, daarin nu gesteund door de Hoge Raad, volgde – uitgaande van een veronderstelde waardevermeerdering tussen 2003 en 2005 van ongeveer 100 procent – geen van beide partijen en kwam uit op 10 miljoen.

Dat is niet zo bijzonder als het lijkt, zegt Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Als u denkt een Bart van der Leck te hebben geërfd, maar bij nauwkeuriger bestudering blijkt het doek een vervalsing, dan wordt eveneens uw aanslag bijgesteld naar de drie tientjes die het doek waard blijkt.” Voor het successierecht geldt de waarde op het tijdstip van overlijden, maar de op dat moment levende inzichten over die waarde zijn niet zaligmakend.

Waarop het arrest van de Hoge Raad misschien van invloed is, meent Hemels, is de in Nederland bestaande mogelijkheid om erfbelasting te voldoen met kunstwerken door deze aan de Staat over te dragen. De Belastingdienst huldigt de richtlijn dat daarbij 120 procent van de taxatiewaarde geldt – met name voor musea een prettige manier om cultureel erfgoed voor Nederland te behouden zonder op veilingen mee te hoeven bieden. Wanneer echter zulke spectaculaire, onvoorspelde waardevermeerderingen een rol gaan spelen, vreest Hemels, dan zou menige erflater of erfgenaam zich nog wel eens achter de oren kunnen krabben.