Laatbloeier zakt tot één seconde van de toptien

Zijn lichaam zegt: ga maar even in het gras liggen. Maar Laurens ten Dam moet voor een plek in de toptien twee seconden goedmaken.

Belkin-renner Laurens ten Dam: „Gelukkig is het nog maar één dag. Ik had het niet nog drie weken volgehouden.” Foto Cor Vos

Zie hem over de finish komen in Gap. De slijmdraden druipen uit zijn baard. Belkin-renner Laurens ten Dam is op achterstand gereden door de renners in de top van het klassement en levert een uiterste inspanning om de schade te beperken.

Of zie hem tegen zijn fiets leunen in Alpe d’Huez. Naast hem zit zijn zieke ploeggenoot Bauke Mollema op het asfalt. Ten Dam kijkt voor zich uit. De leegte voelt zich aangestaard.

En zie hem fris gedoucht uit zijn ploegbus komen in Le Grand-Bornand, na de etappe van vrijdag. Ten Dam baalt; hij is gezakt naar de elfde plaats in het klassement, op welgeteld één seconde van de nummer tien, Michal Kwiatkowski. Zaterdag wil hij de Pool, in de aankomst bergop naar Semnoz, coûte que coûte ten minste twee seconden voorblijven. „Kwiatkowski is wel een taaie rakker, maar ik moet hem eraf rijden.”

Op zijn 32ste heeft Ten Dam zich ontpopt tot een volwaardige klassementsrenner. De voorboden daarvan waren vorig jaar al te zien in de Vuelta d’España, waar de inwoner van Maastricht achtste werd in het eindklassement. Deze Tour stond hij even vierde. In de tijdrit naar Chorges, woensdag, sloeg hij over de kop, wat hem naar eigen zeggen een „geblokkeerde rug” bezorgde. In de twee bergetappes daarna moest hij toezien hoe zijn toptienklassering verloren ging.

Ten Dam was in de afgelopen jaren altijd een knecht in de Rabobank-ploeg, nu omgedoopt in Belkin. Een meesterknecht, dat wel. Of de kopman nu luisterde naar de naam Denis Mensjov, Robert Gesink of Bauke Mollema, altijd was Ten Dam hun laatste helper in de bergen. Zelf eindigde hij op z’n best als 22ste – in zijn eerste Tour, in 2008, toen hij al 27 was.

In alles is Ten Dam een laatbloeier. Vanaf zijn 21ste reed hij twee jaar voor de opleidingsploeg van het Rabobank-team, maar hij werd niet goed genoeg bevonden voor een contract. Via de ploegen Bankgiroloterij en Shimano-Memory Corp – beide voorlopers van het tegenwoordige Argos-Shimano – en Unibet.com belandde Ten Dam in 2008 weer bij de Rabobank, de profploeg deze keer.

Grote overwinningen behaalde hij niet, maar Nederland leerde Ten Dam kennen als een onverschrokken en onorthodoxe renner. De man met de baard kampeert en barbecuet graag, en heeft een tijdje antikraak gewoond. In de Tour van 2011 kwam hij hard ten val, zijn gezicht lag open. Toch reed hij de ronde uit.

Bergop kon Ten Dam altijd wel aanklampen, maar hij reed nooit met de allerbesten omhoog. Daarom kwam het in deze Tour als een verrassing dat hij iemand als de Spaanse oud-Tourwinnaar Alberto Contador inhaalde op de klim naar Ax 3 Domaines. Die goede vorm kon hij geen hele Tour volhouden. De laatste paar dagen was het weer „ouderwets aanklampen”, aldus Ten Dam na afloop van de etappe vrijdag in Le Grand-Bornand.

Nog één dag klimmen, en dan kent Ten Dam zijn eindklassering. Vrijdag ging het al weer beter dan de dag ervoor. „Naar Alpe d’Huez reed ik met anderhalf been, nu weer met twee. Je wil zo’n val natuurlijk niet altijd als excuus opvoeren, maar het ging gewoon niet.”

De etappe bevatte officieel 66 kilometer bergop, maar volgens Ten Dam hadden ze de „tussenhupjes” niet meegeteld. „Het was verdomd veel bergop. Dat voel je, na drie weken Tour. Je lichaam zegt: ga hier maar even lekker in het gras zitten en stop er maar even mee. Maar ja, dat mag gewoon niet. Gelukkig is het nog maar één dag. Ik had het niet nog drie weken volgehouden.”

Samen met Bauke Mollema, de nummer zes van het klassement, heeft Ten Dam van Nederland weer een trotse wielernatie gemaakt. Toch is het de vraag of hij ook volgend jaar die rol nog kan spelen. Hij is dan 33, een leeftijd waarop wielrenners doorgaans hun beste jaren achter zich hebben liggen. Het ligt meer voor de hand dat de 26-jarige Mollema en de 27-jarige Robert Gesink – die deze Tour de rol van knecht op zich nam – de komende jaren de kopmannen van Belkin zullen zijn. Al weet je het met een laatbloeier als Ten Dam maar nooit.