Column

Kankerberg

Dus dit keer gingen ze twee keer de Alpe d’Huez over. Waarom? Voor de controle. Om zeker te weten dat het echt was. Dat het niet een of andere dagmerrie was, een hallucinatie als bijwerking van de nieuwe, nog moeilijker op te sporen dope op basis van kalverenbloed. Nog een extra keer die Nederlandse kankerberg op om met eigen ogen te zien dat er werkelijk zoveel dronken lamlullen waren die met een vlag vlak voor je stuur gingen staan dansen en die wielrenners uit een ander land uitscholden omdat ze uit een ander land kwamen.

Ik heb het allemaal met eigen brilletje mogen zien. Ik liep er tussen om het van heel dichtbij te aanschouwen. Ik wilde weten wat bijna zestig jaar vrede en welvaart met een volk doet. Ik was die banaan.

Oranjesupporters. In Thialf zitten ze steevast met bossen wortelen op hun hoofd en gooien ze na afloop knuffels naar de rijders omdat ze denken dat schaatsers verstandelijk gehandicapt zijn en behoefte hebben aan een pluchen beest. Bij wedstrijden van het Nederlands voetbalelftal staan ze als oranje sinterklazen of in een generaalsuniform van die kleur stomdronken over bier en tieten te lallen.

Maar in beide gevallen hinderen ze de sporters niet bij het uitoefenen van hun vak. Ze bemoeien zich niet met de wissels die Kemkers aan Kramer doorgeeft. Hadden ze dat toen maar gedaan! Net als in 2004 bij Dickie Advocaat tegen de Tsjechen. Maar nu bij het wielrennen bemoeiden ze zich wel met de koers. Nu versperden ze de weg en sprongen steeds op het laatste moment weer in het publiek. Dat heet humor in die kringen.

Na zo’n actie wordt er onmiddellijk met het thuisfront in Jezuswappenerveen ge-sms’t met de vraag of ze in beeld waren. Is het antwoord nee, dan doen ze nog een poging en als het antwoord ja is, doen ze die poging ook. Een vriend van mij staat op een camping in de Alpen. Hij heeft zijn auto aan de rand van het dorp geparkeerd en een Deens vlaggetje bij zijn tent gehangen. Hij wenst niet met ons volk geassocieerd te worden.

Toen het mij als banaan te veel werd, heb ik me even teruggetrokken achter het publiek. Daar lag een krant met nieuws over de ultieme mens, ofwel: kapitein Schettino. Wat een geweldige man. Je belooft een steward dat je oceaanreus wat dichter langs de kust zal varen zodat hij zijn Italiaanse mama in haar ogen kan kijken. Je gaat zelf lekker dineren om je daarna met een Russisch danseresje te vermaken in de kapiteinshut. Op het hoogtepunt van de seks kapseist je schip en gaan de alarmbellen. Dat noemen wij thuis een orgasme.

Vervolgens zit je als eerste in een reddingssloep om je moeder te janken en laat je 4.200 mensen letterlijk modderen om het schip af te komen. Daarna vraag je aan de rechter strafvermindering in ruil voor een schuldbekentenis. Een kort scenario van een mensenleven. Zo gaat het met bijna iedereen. Consumerende lafbekken zijn we.

Achter mij hoorde ik het dronken volk op de kankerberg de wielrenners hinderen. Ik keek uit over het dal waar een klein keuterboertje druk was met een vuurtje. Ik vroeg wat hij verbrandde. Het waren schilderijen. Meesterwerken. Ooit gejat uit een museum. Ik vroeg waarom hij het deed. Hij hield een betoog dat de mensheid deze schoonheid niet waard was en wees op de feestende meute bij de wielerkoers. Ik riep dat dat volk nooit naar een museum gaat. Maar volgens de boer doet dat er niet toe. Dan was het handel voor rijke zakenlieden en andere Joep van den Nieuwenhuyzens. En die gunde hij het ook niet. Hij gunde het niemand. Ook zichzelf niet.

Hij vroeg of ik wist dat het volk op die berg urine over wielrenners gooide en of die urine getest was. Ik schreeuwde dat deze Tour schoon was. Hartstikke schoon zelfs. Toen begon de boer hard te lachen. En terwijl hij het vuurtje oppookte riep hij: „Weet je wie schoon is? Usain Bolt!” Hierna rollebolde de man zichzelf gierend van het lachen het dal in.