Je kind niet laten inenten als een vorm van verzet

Waarom zijn kinderen van orthodoxe protestanten soms niet ingeënt tegen mazelen? Godsvertrouwen? Theoloog Huijgen: „Als je consequent bent, zou je ook geen spaartegoed hebben.”

Zelf is hij ingeënt. Zijn kinderen zijn dat ook. Hij is een „uitgesproken voorstander” van vaccinatie. Theoloog Arnold Huijgen is docent aan de Theologische Universiteit Apeldoorn en dominee van de christelijke gereformeerde kerk van Genemuiden – diep in de Biblebelt.

„Ik heb mijn huiswerk gedaan”, zegt Huijgen, en haalt twee boekjes uit zijn tas: Polio. Afwachten of afweren? en Polio; een gesprek hervat. Geschreven door gereformeerde ethici in 1979 en 1994, na polio-uitbraken. Het debat ging over vaccinatie. Net als nu, terwijl een mazelengolf vooral niet-ingeënte kinderen in orthodox-gelovige streken treft. Huijgen kent de argumenten. Zo noemen tegenstanders van vaccinatie ‘Gods voorzienigheid’: God leidt de wereld zoals hij wil en de mens mag dat niet manipuleren. Maar die redenering bijt zichzelf in de staart, vindt hij. „Eigenlijk zeg je: als wij ingrijpen, verhinderen we God te handelen in deze wereld. Dan doe je alsof Gods handelen van jou afhankelijk is. En daarmee haal je die leer van de voorzienigheid – die je zegt te belijden – onderuit.”

„Wat steviger” vindt Huijgen het argument dat mensen juist wíllen vertrouwen op God, in plaats van op vaccinaties. Met het idee: hoe minder zekerheden we hebben, hoe meer we afhankelijk zijn van God. „Maar dan vraag ik me af of dat godsvertrouwen tot uiting moet komen in het afzien van inentingen. Voor veel mensen is geld een belangrijke zekerheid. Als je consequent bent, zou je ook geen spaartegoeden hebben.”

Reformatorische kinderen die niet zijn ingeënt, wordt wel aangeleerd hun handen te wassen. En de autogordel om te doen. Hoe zit dat dan? Huijgen pakt een van de boekjes. Dominee Moerkerken heeft het daarin over geoorloofde en ongeoorloofde middelen om jezelf te beschermen. Als een vaccin wordt geïnjecteerd, komt „de autonomiegedachte letterlijk je lichaam binnen”. Maar een autogordel tast je lichamelijke integriteit niet aan. „En een autogordel kun je afdoen, maar een inenting is onomkeerbaar.”

Je kind niet inenten, legt Huijgen uit, is voor sommige mensen ook „een vorm van verzet”. Tegen de maakbaarheid van de samenleving, tegen het idee dat de mens alles onder controle moet hebben. „Het gaat hun om het idee dat gezondheid en ziekte niet alleen te maken hebben met medische techniek maar ook met het geheim van het leven.”

Dat religieuze motief kan ook nuttig zijn in het debat over stijgende zorgkosten, denkt Huijgen. „We kunnen technisch heel veel, maar we kunnen het niet allemaal meer betalen, waardoor we keuzes moeten maken. Wat is het leven? Wat is het waard? Wat is een waardige manier om te sterven? Het leven is meer dan techniek – en daar hebben deze mensen een punt, vind ik.”

Huijgen benadrukt dat de meeste bevindelijk gereformeerden zijn ingeënt. Alleen bij twee kleine kerkgenootschappen, de Oud Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, ligt de vaccinatiegraad onder 50 procent. Hij heeft ook het idee dat kinderen in jonge reformatorische gezinnen steeds vaker worden ingeënt. Wat hij zeker weet: dit is een discussieonderwerp in de gereformeerde huiskamers.

Van premier Mark Rutte en oud-minister van Volksgezondheid Els Borst (D66) zouden predikanten gemeenteleden moeten oproepen hun kinderen te laten inenten. Bepaald niet nuttig voor deze discussie, vindt Huijgen. ‘Euthanasieminister’ Borst werkt in bevindelijke kringen „als een rode lap op een stier”. Maar ze geven ook een te „simpele voorstelling” van zaken, zegt Huijgen: „Een predikant zegt het en gemeenteleden doen het.” Lachend: „Dat mocht ik willen.”