Indische twisten over de feiten en een woord

De dopingoorlogen over de Tour de France lijken over hun hoogtepunt heen, maar een ander, veel ouder conflict smeult nog altijd na. De krant bracht zaterdag een groot stuk over Indië-veteraan Harrie Nouwen die zich meent te herkennen op een foto van een executie van een groep Indonesische mannen (‘Je doet wat je wordt opgedragen’,

De dopingoorlogen over de Tour de France lijken over hun hoogtepunt heen, maar een ander, veel ouder conflict smeult nog altijd na. De krant bracht zaterdag een groot stuk over Indië-veteraan Harrie Nouwen die zich meent te herkennen op een foto van een executie van een groep Indonesische mannen (‘Je doet wat je wordt opgedragen’, 13 juli). Die foto dook vorig jaar op in de Volkskrant, maar Nouwen (87) is de eerste die claimt dat hij erop staat.

Wist de krant dan niet dat ‘Indiërs’ echt mensen uit India zijn?

Het stuk leverde waarderende, maar ook kritische brieven op, soms van lezers die twijfelden aan het verhaal zelf, maar vooral van lezers die kritiek hadden op het gebruik van de term ‘Indiërs’ door de krant. In het stuk schreef Emilie Van Outeren over ‘Indonesiërs’, maar op de voorpagina en in de inleiding van het artikel was sprake van ‘Indiërs’.

Oorlogsjournalist Arnold Karskens uitte op zijn blog twijfels aan het hele verhaal; onder meer door details over de executie, die zouden zijn gedaan door één man, en over Nouwens vaardigheid om, als telegrafist, een mortier af te schieten.

Eerst die betrouwbaarheid.

Of Nouwen echt de man op de foto is, noteerde krant zelf al, „is zonder andere getuigen niet met zekerheid vast te stellen”. Ja, dat is nogal een slag om de arm. Maar dat wil niet zeggen dat de krant dit relaas ‘zomaar’ heeft afgedrukt. Het is gedetailleerd voorgelegd aan onderzoekers van het Veteraneninstituut en het KITLV in Leiden, die het plausibel vonden, behoudens de precieze datum van het voorval.

Van Outeren, die Nouwen drie keer sprak, wijst er ook op dat hij niet zelf naar de krant is gestapt, op zoek naar aandacht, maar op haar pad kwam via instituten die de foto in onderzoek hadden. Zij zegt: „Na al die jaren zal niet elk detail kloppen, maar ik geloof dat hij naar eer en geweten vertelt wat hij zich herinnert.” Ook een onderzoeker sprak de veteraan herhaaldelijk en beoordeelde hem als betrouwbaar. Feiten uit zijn relaas strookten met de geschiedschrijving over zijn eenheid.

De krant liet het daar niet bij. Correspondent Melle Garschagen reisde naar het Indonesische dorp dat Nouwen noemde, Gedong Tataan; dat leverde bevestiging op van een mortieraanval, en van een plattegrond die Nouwen had getekend. Maar niet van executies.

Het grote probleem is natuurlijk om 64 jaar later nog getuigen te vinden. Volgens Nouwen waren er vijf of zes anderen van zijn eenheid bij het incident betrokken; maar hij kende sommigen alleen bij hun bijnaam en onderhield later geen contacten. De bataljonslijst, die honderden namen bevat, vergt nog aanzienlijk meer tijd en onderzoek.

Tegen die achtergrond vind ik het heel verdedigbaar dat de krant deze getuigenis, getoetst door deskundige instanties, heeft afgedrukt als oral history, met alle mitsen en maren er bij. Er zouden zich nog getuigen kunnen melden; dat is niet gebeurd.

Maar één woord, ‘Indiër’, bleek minstens zo omstreden. Weet de krant niet dat Indiërs uit India komen, sneerden verschillende lezers.

Eén lezer („Mijn familie ging in 1764 naar Indië en vluchtte in 1957”) verduidelijkt dat in de koloniale tijd staatsrechtelijk van drie groepen sprake was: ‘Europeanen en aan hen gelijkgestelden’, ‘inheemsen’ en ‘Vreemde Oosterlingen’. In die laatste categorie vielen Arabieren, Chinezen en: Indiërs.

„Het woord zal zeker wel eens gebruikt zijn voor de inheemse bevolking”, aldus deze lezer, „maar dat is geen maatstaf. Men sprak over ‘inlanders’, formeel over ‘inheemsen’, en als men modern wilde doen over ‘Indonesiërs’.” Oud-correspondent Dirk Vlasblom vult daarbij aan dat één term voor alle ‘inlanders’ toch al ongebruikelijk was: Nederlanders in Indië spraken van Javanen, Balinezen, Atjehers, enzovoorts.

Nu was er op de eindredactie ook over gedelibereerd. Maar Van Dale vermeldt bij ‘Indiër’, als tweede betekenis: „(veroud.) bewoner van Indië.” Later werd daar een site bij gehaald over Bahasa Indonesia (voor beginners), die verwees naar Land en volk van Java (1938) van C. Lekkerkerker. Die noteerde: „De benaming Indisch (en Indiërs) werd ook gegeven aan de ‘inlandse’ (= inheemse) bevolking.”

Maar ook alle academische Indonesiëkenners die ik raadpleegde, ontkennen stellig dat zulk gebruik van het woord gangbaar was.

Harry Poeze, verbonden aan het KITLV in Leiden, noemt de term op de voorpagina en in het intro „helemaal fout”. „Indonesiërs was toen al de ingeburgerde term, ook aan koloniale zijde.” Ja, zegt Remco Raben van het Niod, er was wel even de ‘Indische Partij’ (1912-1913) van Ernest Douwes Dekker, achterneef van Multatuli, met de leus ‘Indië voor de Indiërs’. Maar daarin was ‘Indiërs’ geen etnische, maar een politieke term, „voor blank en bruin”.

Tijdgenoten en historici zijn gevoelig voor zulke feiten en nuances – maar kan een krant zich niet op het woordenboek beroepen? Taalkenner Ewoud Sanders zegt het gebruik van de term wel te kunnen billijken, zolang maar duidelijk is wie ermee zijn bedoeld. Geen lezer zal toch écht hebben gedacht dat de krant mensen uit India bedoelde?

Ook in het eigen archief van de krant kom ik het gewraakte woord in verband met Indië nauwelijks tegen. Wel vond ik een brief van oud-redacteur Peter Schumacher, die al in 1993 puntig uitlegde: „De term ‘Indiërs’ kennen wij slechts als aanduiding van bewoners van India” (Migranten, 18 september 1993).

Nog verder terugzoeken?

Een korte blik in de archieven van Het Algemeen Handelsblad en De Nieuwe Rotterdamsche Courant bevestigt dat met ‘Indiërs’ ook in die kranten doorgaans Brits-Indiërs werden bedoeld. Zo gaat De Indiërs in Nederlandsch-Indië (Handelsblad, 6 mei 1930) over „Bombayers, Bengalezen en Klingalezen” die protesteren tegen de arrestatie van Gandhi.

Kortom. De krant had overal bij het stuk ‘Indonesiërs’ moeten aanhouden. Omwille van de geschiedenis, maar ook gewoon om duidelijk én consequent te zijn.

Reacties: ombudsman@nrc.nl