‘Ik kan een merk gezond maken’

Directeur Susan Veenhoff van Pink Ribbon legt uit dat ze haar goede doel van glamour wil ontdoen. „Nee zeggen tegen geld is moeilijk.”

Susan Veenhoff (43) grijpt me zachtjes bij de arm en zegt: „Zo leuk dat we hebben afgesproken.” Ze graaft in haar iets te volle handtas, op zoek naar een verdwaald roze lintje voor de fotograaf. Het roze lintje is het symbool van de strijd tegen borstkanker, en het beeldmerk van fondsenwerver Pink Ribbon. Daar is zij sinds 2012 directeur van. „Niks”, zucht ze en holt naar de uitgang van restaurant Polder in Amsterdam. „Kijken of ik iets roze in de auto heb liggen.” Ze keert onverrichter zake terug naar de tafel die ze voor ons reserveerde en schuift haar stoel dicht naast de mijne. Zo, zegt ze. Het startschot voor een charmeoffensief dat al geslaagd was voordat ze ervoor ging zitten.

Haar curriculum vitae past net op twee A-4’tjes. Senior productmanager bij Numico, vicepresident marketing bij Philips. Ze woonde in Parijs, Frankfurt en Lausanne. Bij elke functie staat vermeld voor hoeveel miljoen omzet ze verantwoordelijk was en hoe groot het team was waaraan ze leiding gaf. Indrukwekkend. Ze is dochter van een Engelse moeder en een Nederlandse vader. Als ze praat, hoor je een vleugje Engels.

En nu is ze directeur van het goede doel. Met een kantoortje in Bussum, een directie van één teamlid (zijzelf) en tien medewerkers, zwaar leunend op 120 vrijwilligers. Pink Ribbon bestaat in Nederland precies 10 jaar. Het doel is: geld inzamelen om publieksinformatie te geven over borstkanker en onderzoek te doen naar de ziekte. Jarenlang lukte dat heel goed. In 2010 haalden ze 6,7 miljoen op, in 2011 5,6 miljoen euro. Maar toen kwam er kritiek. Samengevat kwam die hierop neer: Pink Ribbon gaf te weinig geld uit aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. En Pink Ribbon was ‘te roze’.

Met ‘te roze’ werd bedoeld: de glitter en glamour waarmee de stichting zich profileerde. Grote gala’s met Nederlandse sterren (met decolleté en zonder borstkanker) op de rode loper, een overvloed aan roze producten (stofzuigers, auto’s, telefoons) waarvan een klein deel van de opbrengst ten goede kwam aan het fonds. Borstkanker, vonden de vrouwen die eraan leden, leek voor Pink Ribbon meer een modeaccessoire dan een dodelijke ziekte.

En dan het geld. In een uitzending van Nieuwsuur werd gesteld dat Pink Ribbon van de acht miljoen euro op de bankrekening maar 288.000 euro besteedde aan wetenschappelijk onderzoek. Veel te veel geld ging naar ‘onzinonderzoek’. Onderzoek naar het effect van yoga gedurende de chemokuur, de opzet van een programma om ex-patiënten te leren omgaan met de angst voor de terugkeer van hun ziekte. Met zulk onderzoek redde je toch geen levens?

„We zijn genaaid”, zegt Susan Veenhoff nu. Ze zal zo uitleggen hoe het volgens haar zat, maar eerst dit: zij werd directeur van Pink Ribbon ná die uitzending. „Ik zat thuis op de bank televisie te kijken.” Ze zat middenin de sollicitatieprocedure om directeur te worden. „Toen zei mijn man: ‘nou, dat ga je dus zeker niet doen’.” Zij was juist in één klap genezen van haar twijfels. „Een merk gezond maken. Dat kan ik.”

Goed, maar waarom wilde ze dat? Voor het antwoord daarop moet ze nog iets verder terug in de tijd. Terug naar het jaar waarin ze 40 werd (2010) en als marketingdirecteur voor Philips de wereld afreisde. „Ik had ineens een life changing inzicht.” Het kwam door de stewardess die haar op de vlucht naar Shanghai begroette met: „Mevrouw Veenhoff, wat leuk dat u er weer bent.” Ik zeg dat ik zo 1,2, 3 het probleem niet zie. „De stewardess. In de businessclass. Ze herkent me. Twee weken eerder zaten we allebei op een vlucht naar Rio de Janeiro.” Wat ze bedoelt is dat ze zich realiseerde dat ze wel heel vaak en veel op reis was. „Thuis had ik een leuke man. Twee leuke kinderen. Dan moet het werk heel gaaf zijn, wil het opwegen tegen alles wat ik miste.” Haar jongste zoon is geboren met een hartafwijking. „Zijn hart heeft alle onderdelen, maar het zit verkeerd in elkaar.” In de eerste twee jaar van zijn leven onderging hij drie open hartoperaties. „Experimentele chirurgie. Ze hebben een klein Goretex buisje in zijn hart genaaid.” Goretex is waterafstotend materiaal waarvan ook regenjassen worden gemaakt. Aha, begrijp ik, ze wilde minder werken om meer voor haar zoon te kunnen zorgen. Ze schudt van nee. „Het ging juist heel goed met hem.” Pas als het levensgevaar geweken is, zegt ze, sta je jezelf toe om na te denken. „Ik kan niet navertellen hoe ik het die jaren heb gerooid. Ik sloeg geen ziekenhuisopname over, ik werkte, maakte zelfs promotie.” Maar het was ineens genoeg. „Ik wilde niet minder werken, ik wilde iets anders.” Ze nam ontslag.

BN’er

De headhunters met wie ze ging praten, kwamen aan met banen bij Microsoft of Shell. „Dan had ik net zo goed bij Philips kunnen blijven.” Ze bood zichzelf als vrijwilliger aan bij de directeur van het Ronald McDonaldhuis, waar ouders tijdelijk kunnen wonen als hun kind in het ziekenhuis ligt. „Ik zei: ik heb zestien jaar marketingervaring, kun je iemand zoals ik gebruiken? Hij zegt: ik heb dertig klussen op de plank liggen. Kies maar.” Ze werd op maandagochtend gastvrouw in een van de Ronald McDonaldhuizen. „De plee poetsen en praten met ouders die meemaakten wat ik al achter me had.” Niet zo gek dat een headhunter op het idee kwam haar eens te polsen voor een baan in de charitatieve sector. „Nee, dat is niet gek,” zegt zij. „Ik stond er ook voor open...” Ze laat voor het eerst een stilte vallen. En ze kondigt vast aan dat ze zich nu heel genuanceerd zal uitdrukken. Een goed doel leek haar prima. Maar Pink Ribbon? „Daar moest ik... over nadenken.” En wat dacht ze? Ze lacht. „Loop ik op hoge hakken? Ben ik een BN’er?” Bedoelt ze dat de roze glitter van Pink Ribbon haar tegenstond? Ja, dat bedoelt ze. Wel fijn dan, en toevallig ook, dat dat nou nèt was wat er daar moest veranderen. Minder poespas, meer patiënt.

Voordat ze definitief besloot directeur te worden, heeft ze onderzoek laten doen naar de financiën. En? „Al het ingezamelde geld is toegekend aan wetenschappelijk en psychosociaal onderzoek.” Maar hoe kan het dan dat Nieuwsuur wat anders vond? Haar verklaring is dat Nieuwsuur keek naar het bedrag op de bankrekening vlak voordat Pink Ribbon het geld overmaakte aan de wetenschappers. Elk jaar doet Pink Ribbon een call for proposal, een oproep aan wetenschappers om een financieringsaanvraag in te dienen voor hun onderzoek. De aanvragen worden beoordeeld door de wetenschappelijke adviesraad van Pink Ribbon, er wordt een selectie gemaakt, en die onderzoekers krijgen, meestal rond februari, het geld overgemaakt. Afgelopen jaar is er 7,7 miljoen euro verdeeld over 34 projecten. Wetenschappelijke projecten, benadrukt ze. Maar in het jaarverslag staat niets over ontwikkeling van nieuwe medicijnen. „Klopt. Dat doet de farmaceutische industrie. Die verdienen daar ook geld aan.” Het doel van Pink Ribbon is niet: sterfte aan borstkanker voorkomen. Kijk maar op hun website. Daar staat waar het geworven geld voor is bedoeld: het leven met borstkanker langer en beter maken.

De kas van Pink Ribbon is nu dus weer leeg. Een nieuwe call for proposal is vorige maand uitgevaardigd. „Het geld dat we straks uitgeven, moeten we nu gaan binnenhalen.” En dat gaat Susan Veenhoff heel anders doen. „Het moeilijkste is: nee zeggen tegen geld.” Pink Ribbon werkt anders dan de meeste andere goede doelen, zoals de Nierstichting of het Wereldnatuurfonds. Die krijgen geld van particuliere donateurs. Pink Ribbon haalt bijna negentig procent van de inkomsten uit fondsenwerving door derden. Bedrijven of organisaties organiseren een evenement of verkopen een (roze) product en doneren een deel van de opbrengst aan de stichting. Susan Veenhoff zegt nee tegen een blote tietenrace door Rotterdam, nee tegen de verkoop van roze dildo’s en nee tegen alles met drank of te veel bloot. En ze bedankt ook voor het jaarlijkse gala dat cosmeticamerk Estée Lauder organiseerde. Ze had graag ja gezegd tegen het magazine dat tijdschriftenuitgever Sanoma altijd uitgaf, maar Sanoma heeft net besloten dit jaar geen gratis magazine meer te maken. Ze is er een week ziek van geweest, zegt ze. „Het leverde ons elk jaar een hoop geld op.”

Vanochtend was Susan Veenhoff op bezoek bij Unilever. Om te praten over samenwerking met Rexona, zegt ze. Een deodorantmerk. „Bij dat merk denk je aan sport, aan uithoudingsvermogen, aan stoerheid.” Deodorant en borstkanker, is dat wel een handige combinatie? Ze begrijpt mijn aarzeling. „Dat je van deodorant borstkanker krijgt, is een fabel. En je krijgt het ook niet door grote borsten of beugel-bh’s.” Waar wel door? „Dat is ingewikkeld. Het verband tussen roken en longkanker, of voeding en darmkanker is makkelijker aan te tonen.” Simpelweg ‘vrouw zijn’ geeft het grootste risico op borstkanker. Per jaar krijgen 15.000 mensen het, onder wie 87 mannen. Jong kinderen krijgen en lang borstvoeding geven, zou de kans erop weer iets verkleinen. Susan Veenhoff: „Ik was boven de 35 toen ik moeder werd. En de baas van de afdeling babyvoeding bij Numico.” En heeft ze ooit...? „Eén keer”, zegt ze. „Toen voelde ik een knobbeltje.” Haar huisarts heeft haar „volgens het boekje” onderzocht, maar niks gevonden. „Ik had niet eens gezegd dat ik van Pink Ribbon ben.”

Strijden en vechten

Het lintje van Susan Veenhoff blijft roze, maar dan stoer. Stoer als het dames rugbyteam dat het afgelopen toernooi in roze tenue speelde. „Echte vrouwen in de modder.” Niet stoer als in: gevecht en strijd. Dat is Pink Ribbon oude stijl. „In Amerika zijn er parades van survivors. Overlevers van kanker worden als helden onthaald. Alsof ze hebben gevochten in de oorlog. Wat zeg je dan tegen de mensen die dreigen te bezwijken aan de ziekte? Jammer, je hebt niet hard genoeg je best gedaan?” Uit dezelfde overvolle handtas haalt ze nu een plastic mapje met papieren tevoorschijn. Met haar wijsvinger tikt ze de cijfers aan. Per dag overlijden negen patiënten. „Mensen vinden soms dat het welletjes is, met al die aandacht voor borstkanker. Nu zijn andere, erge ziektes aan de beurt.” En dan zegt zij? „Het is geen wedstrijd.” Haar vinger glijdt naar het volgende getal op haar blaadje. Voor vrouwen tussen de 35 en 55 is borstkanker doodsoorzaak nummer één.