Holocaustontkenner krijgt geen onderdak in Berlijn

David Irving, één van de bekendste ‘Holocaustontkenners’ ter wereld, zal tijdens een gepland verblijf in Berlijn wellicht bij vrienden moeten overnachten en zijn toespraak in een huiskamer moeten houden. In de Berlijnse horeca is de 75-jarige Irving namelijk niet welkom.

Irving kondigde begin juli op zijn website aan op 10 september „in het hart van Berlijn” een rede te houden, met aansluitend een diner. Kosten voor deze „unieke ervaring”: 91 euro.

Het zou voor het eerst in 20 jaar zijn dat Irving weer in Duitsland is. Irving, in extreem-rechtse kringen populair, werd in 1993 de toegang tot Duitsland ontzegd, mede omdat hij het lot van de Joden in Auschwitz bagatelliseerde.

In maart dit jaar werd zijn beroep tegen dit verbod door een rechtbank in München gehonoreerd en kon Irving weer reizen.

Toen zijn geplande bezoek bekend werd, riep parlementslid Volker Beck (Grünen) de Duitse Vereniging voor Hotels en Restaurants op Irving geen onderdak voor zijn verblijf en zijn toespraak te bieden. Beck verwijst daarbij naar een oordeel van het hoogste gerechtshof in 2012, waarin staat dat „de politieke overtuigingen van een gast tot weigering van een boeking mogen leiden”.

De horecavereniging gaf daaraan gehoor en plaatste op haar website een oproep „geen Raum te bieden aan extreem-rechtse propaganda”. Dit initiatief heeft ook tot kritiek geleid. Journalist Alan Posener noemde het in Der Tagesspiegel een schandaal: „Het is één ding om iemand geen podium te geven voor het houden van een toespraak, maar het is simpelweg totalitair om iemand vanwege zijn of haar overtuigingen geen slaapplaats aan te bieden.” Overigens zijn veel kleinere hotels en restaurants niet bij de Berlijnse horecavereniging aangesloten.