Frustraties bij Energiewende

Het is crisis bij de Duitse energiecentrales. Ze kunnen niet op tegen gesubsidieerde groene stroom. De harde lessen uit Duitsland.

Op het voormalige wijngoed Erlasee in Beieren wordt gebouwd aan wat het grootste zonnepark ter wereld moet worden. Foto Hollandse Hoogte

De Duitse Energie-wende is in een lastige knoop geraakt. Terwijl Nederland deze zomer druk zit te rekenen op de mogelijke gevolgen van een langjarig omvattend energieakkoord, kampt Duitsland met de onverwachte gevolgen van de abrupte overstap naar duurzame energie. Ruim twee jaar geleden, na de kernramp in het Japanse Fukushima besloot Duitsland definitief een streep te zetten door kernenergie (Atomausstieg) en de weg vrij te maken voor massale productie van duurzame energie.

Intussen wordt de Duitse markt overspoeld met gesubsidieerde duurzame energie uit wind en zon. De stroomprijzen zijn gezakt naar een niveau waarvoor de traditionele elektriciteitscentrales niet meer kunnen leveren.

Peter Terium, de Nederlandse bestuursvoorzitter van RWE, één van de grootste Duitse energiebedrijven, sprak deze week van een regelrechte crisis. Hij voorspelde dat minstens eenderde van de RWE-centrales de komende jaren verlies zullen draaien en kondigde (opnieuw) ingrijpende bezuinigingen aan. Terium deed een dringend beroep op de Duitse politiek om de wetgeving op hernieuwbare energie te hervormen.

De huidige wetgeving schrijft voor dat hernieuwbare energie voorrang heeft op het Duitse net. Dus als het flink waait onder een strakblauwe hemel, verdringt de energie die is opgewekt door zonnepanelen en windmolens, de traditionele energie.

De producenten van hernieuwbare energie leveren tegen een vast tarief dat voor twintig jaar is vastgesteld en ruim boven de prijs voor stroom op de stroommarkt ligt. Het verschil wordt aan de consumenten doorberekend middels een opslag. Volgens berekeningen van adviesbureau McKinsey betalen Duitse huishoudens hierdoor een stroomprijs die ongeveer 44 procent hoger ligt dan het Europees gemiddelde.

Maar lang niet iedereen betaalt die opslag. Huishoudens die zelf energie opwekken, zoals met zonnepanelen op hun dak, vallen erbuiten. Hetzelfde geldt voor een groot aantal bedrijven dat een uitzonderingspositie heeft weten te bemachtigen, bijvoorbeeld om te kunnen concurreren met het buitenland waar de stroomprijzen lager liggen.

Dit leidt tot wat de Duitse media de energieparadox noemen: steeds minder mensen betalen een steeds hogere stroomprijs. Het aantal eindverbruikers dat opdraait voor de bekostiging van de subsidie wordt steeds kleiner naarmate steeds meer mensen zelf energie gaan opwekken. Tegelijkertijd leidt de overvloed van duurzame energie op de markt tot lagere prijzen – en wordt het verschil met de vastgezette prijzen groter. Milieuminister Peter Altmaier (CDU) wil dit oplossen door een maximum in te stellen voor de stroomprijs, maar dat zou betekenen dat de rekening doorschuift naar de deelstaten – die daar fel tegen zijn.

Leveringszekerheid is een ander probleem bij de Duitse energierevolutie. De energiebedrijven willen de productie van stroom verminderen. RWE is van plan de capaciteit de komende twee jaar te verminderen met 6.000 megawatt (MW). Eon wil voor 2.500 MW gaan afbouwen. Er liggen vijftien aanvragen bij de Bundesnetz-agentur, de toezichthouder, om centrales ‘voorlopig’ te sluiten. Zomaar uitschakelen kan niet, energiebedrijven moeten minstens een jaar van tevoren bekendmaken dat ze van plan zijn een centrale uit te zetten, zodat de netbeheerder voor alternatieven kan zorgen.

De energiecentrales blijven voorlopig een hoofdrol spelen. Zij moeten bijspringen als de windmolenparken en zonnepanelen door weersomstandigheden te weinig stroom produceren. En zij moeten zorgen dat verbruikers in het zuiden, die ver van de duurzame bronnen in het noorden van het land afliggen, op stroom kunnen rekenen. Tot nu toe ontbreekt de infrastructuur, hoogspanningsleidingen van noord naar zuid, om snel te kunnen schakelen.

De Duitse duurzame sprong komt al doende tot stand, zonder alomvattend plan. Gaten worden gestopt met subsidies, wat niet alleen de Duitse overheid op enorme kosten jaagt maar ook de Europese energiemarkt ernstig verstoort. De noodkreet van RWE-topman Terium om in te grijpen zal voorlopig niet worden verhoord. Voor de Bondsdagverkiezingen, dit najaar, wil geen enkele politicus zich branden aan de Energiewende die inmiddels 25 procent duurzame energie heeft opgeleverd.

Het is verleidelijk te denken dat Nederland, met nu nog slechts 4 procent duurzame energie, straks voor dezelfde problemen komt te staan. Het aanstaande energieakkoord tussen milieubeweging, overheid, werknemers en werkgevers moet dat echter voorkomen. Als alle partijen eind augustus hun handtekening zetten, moet er een ‘allesomvattend’ plan liggen. Of, in de woorden van SER-voorzitter Wiebe Draijer, die de onderhandelingen over het energieakkoord leidde: „De Duitsers doen het op hun manier, wij op de onze.”