Eerst hadden we een taak te vervullen

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Onze trouwdag in de zomer van 2006 was een groot feest. Onze gevoelens voor elkaar hebben we verwoord op een zelf samengesteld gedicht op onze trouwkaart.”

Zij: „Chris was 44 jaar toen hij het roer in zijn leven omgooide. Hij ging naar de pabo, wilde leraar basisonderwijs worden. Vier jaar later, in juni 2003, werkte hij als leraar-in-opleiding. Nog één studiepunt en hij zou gediplomeerd zijn. ’t Was half elf ’s avonds. Chris had op school 10-minutengesprekjes met ouders gevoerd. Ik zat op de bank, hij stond bij de koelkast. Ik hoorde een klap. Hij lag op de keukenvloer. Een hartstilstand. Dood.”

Hij: „Ik heb Carla leren kennen in het ziekenhuis in Woerden, waar we allebei werkten. In 1973 hebben we verkering gekregen. In 1975 heeft ze blijvende schade opgelopen bij een val: chronische hoofdpijn, verminderde kracht aan haar linkerzijde. In 1978 zijn we getrouwd. Ik hield van haar. Haar handicap vond ik geen reden om haar in de steek te laten; dat was overmacht. In december 2003 is ze gestorven, na hersenbloedingen.”

Zij: „In maart 2004 zijn Rinus en ik elkaar tegengekomen via de website lotgenotencontact.nl. Wekenlang hebben we heen en weer gemaild. We bleken zoveel raakvlakken te hebben. We rouwden om Chris en Carla – twee namen die beginnen met een C. Hij overleed op 10 juni 2003, zij op 10 december – exact een half jaar later. We waren weduwe en weduwnaar en hadden de zorg voor drie kinderen die vrijwel even oud waren. Mijn kinderen waren 10, 16 en 19 jaar, zijn kinderen 10, 15 en 18.”

Hij: „Bij de eerste ontmoeting, in mei 2004, voelde ik meteen: ik ken jou, je bent geen vreemde voor mij, we zijn eerder samen geweest, in een vorig leven – dat gevoel.”

Zij: „Ik heb gedroomd dat wij samen voor God stonden en zeiden: wij willen graag samen naar de aarde. En God zei: ‘Dat is goed, maar dan moeten jullie daar eerst een taak volbrengen. Jullie moeten allebei voor iemand zorgen die jullie hulp hard nodig heeft.’ Die taak hebben we vervuld. Carla had fysieke problemen, Chris mentale. Wij hebben hen in liefde bijgestaan.”

Hij: „De relatie tussen Rita en mij is gelijkwaardiger dan die in onze vorige huwelijken. Daarmee zeg ik niets ten nadele van Carla of Chris, maar onze gezinnen hadden toch ook te leven met hun beperkingen. Ik heb me wel eens schuldig gevoeld dat ik met Rita een fietstocht naar Rome heb kunnen maken, dat we samen aan hardlopen doen. Carla was ook zo dol op fietsen. Ze kon het niet.”

Zij: „Vanaf het eerste moment hebben wij gekozen voor een leven met z’n tienen: Rinus en ik, onze zes kinderen én Chris en Carla. Zij horen erbij. We delen herinneringen, we vertellen voortdurend over hen aan elkaar.”

Hij: „In het begin zijn er natuurlijk wel spanningen geweest. Rita woonde met haar gezin in Apeldoorn, ik in Woerden. De kinderen hadden net hun vader en moeder verloren. Ze waren pubers, jongvolwassenen. Ze waren bezig hun eigen leven op te bouwen. Ze wilden in de weekenden niet heen en weer gesleept worden tussen onze twee huizen.”

Zij: „Tegelijk was het ook hartstikke gezellig als we bij elkaar waren. We hadden samen wat tijd doorgebracht in de zomervakantie: stoeien op het strand, zingen bij het kampvuur. Toen Chris net dood was, dacht ik: ik zal nooit meer gelukkig zijn. Vervolgens raakte ik enorm in de war toen ik een jaar later toch ook gelukkig was, ondanks het verdriet om Chris. Ik wist niet dat die totaal verschillende gevoelens naast elkaar konden bestaan.”

Hij: „In oktober 2004 zei ik tegen Rita: misschien moeten we een beetje gas terugnemen, onze relatie ontwikkelt zich toch wat te snel voor onze kinderen. We moeten niet meer ieder weekend bij elkaar willen zijn.”

Zij: „Kort daarop was het herfstvakantie. We zouden weer een paar dagen samenzijn. Toen zeiden de kinderen spontaan: wij gaan met z’n zessen een dagje naar pretpark Walibi, gaan jullie maar iets met z’n tweeën doen. Dolenthousiast kwamen ze terug. Ze hadden een geweldige dag gehad met elkaar.”

Hij: „Ja, Walibi vormde achteraf gezien een scharnierpunt. Toen zeiden we: of we moeten helemaal voor elkaar gaan, of we moeten ermee ophouden. Het probleem zat ’m in die verwarrende situatie met verschillende huizen die nogal ver van elkaar vandaan stonden.”

Zij: „In augustus 2005 zijn we in Woerden bij Rinus ingetrokken. In de zomer van 2006 zijn we getrouwd. We vonden: dat is dan ook maar duidelijk zo. Op die manier hebben we echt helemaal voor elkaar gekozen.”

Hij: „Ja, en toen gebeurde er nog iets bijzonders. In januari 2006 vertelden mijn oudste zoon en Rita’s oudste dochter dat ze verliefd op elkaar waren geworden. Afgelopen mei zijn ze getrouwd.”

Zij: „We leven nu sterk met het gevoel dat Chris en Carla ons kunnen waarnemen. Ze zijn erbij, ze zien ons. Ze genieten ervan dat wij zo gelukkig zijn met elkaar.”

Tekst

Reacties: via nrc.nl/hetnabestaanTwitter: #nrc #hetnabestaan