Een slingerende bolhoed op bed

Wereldse hotels willen zo lokaal mogelijk zijn, schrijft in deel 3 van een serie over hoteltrends.

De inrichting van Phinda Private Game Reserve in Kwazulu-Natal in Zuid-Afrika is afrochic

Plaatselijk. Regionaal. When in Rome, do as the Romans do. Allemaal kreten die hotels omarmen. De trend is dat je bij het ontwaken meteen weet waar je bent. Exit eenvormige, ondefinieerbare hotelkamers zonder een typische lokale sfeer. Amsterdam is een van de koplopers hierin. Vind nog maar eens een kamer in de hoofdstad zonder replica van een Hollandse meester aan de muur (Vermeer en Rembrandt zijn favoriet, en dan liefst een uitvergroot detail, zoals een immens groot oor met parel boven je bed). Delfts blauwe bordjes, kussende Volendammertjes, klompen en zelfs, in het Andaz hotel, vertaalde uitspraken van Johan Cruijff aan de muur (‘Every disadvantage has his advantage’) en het dagboek van Anne Frank op de boekenplank. Hotelbars en -restaurants doen er alles aan om buurtbewoners te lokken opdat Urbi et Orbi mixt.

‘Community building’, noemt Andrew Tarlow, uitbater van het trendy Wythe Hotel in Brooklyn dit fenomeen.

De wereldwijde hotelketen W huurt stilisten in om de ruimtes de gewilde, lokale sfeer te bezorgen. Denk daarbij (in Londen) aan een enorme Engelse vlag als boekenkast, Chesterfieldbanken, Londense fotoboeken en een verdwaalde bolhoed op tafel, alsof hij door iemand is vergeten.

InterContinental Hotels Group organiseert buurtevenementen in hun hotels en haalt plaatselijke bakkers en bloemisten in huis. Af en toe vliegt iemand filosofisch uit de bocht door de trend een diepere betekenis te geven, zoals hotelarchitect David Rockwell in de Financial Times: „De mens heeft behoefte aan een herkenbare identiteit, geborgenheid en een verkleining van het wereldbeeld om de hectiek van het leven aan te kunnen.” Wat hij dus denkt op te lossen door het neerleggen van een bolhoed.