Een goede vraag is als een bouillonblokje

‘Het is C, gek! Niet B!’ Een goede quizvraag moet uitnodigen om thuis te schreeuwen tegen de tv, zeggen de makers van vragen voor Lotto Weekend Miljonairs, Twee voor twaalf en andere spelletjes. Maandag start een nieuwe seizoen De slimste mens.

Illustratie Pepijn Barnard

Ze zijn dol op weetjes. Feitjes. Verrassende details. En díé dan in een vraag stoppen. Geen jaartallenvragen – die kan iedereen verzinnen. Dus niet: in welk jaar werd Willem van Oranje geboren? (1533) Maar wél: met hoeveel vrouwen is hij getrouwd geweest? (Vier in 33 jaar. Maar te zijner verdediging: altijd maar met één tegelijk.)

Quizvragen maken is een vak. Dat is althans de stellige opvatting van professionele vragenmakers die vragen verzinnen voor verschillende Nederlandse kennisquizzen. De omgeving begrijpt het niet altijd even goed – dat ze hun vak zo serieus nemen. Want: een paar vragen verzinnen, dat kan toch iedereen?

„En dat ís natuurlijk ook zo”, zegt Marian van Eupen (51), die met haar eenmansbedrijfje Vragen & Antwoorden vragen maakte voor onder meer Lotto Weekend Miljonairs (SBS 6), Tien voor Taal (KRO) en Ik hou van Holland (RTL 4). Ze lacht vrolijk. „Maar niet iedereen kan het ook góéd.”

We zijn dol op quizzen – de kennisquiz heeft zich al decennia bewezen als succesvol televisieformat. Soms verdwijnen er programma’s, maar er komen weer nieuwe bij. Zo lanceerde RTL 4 dit jaar zaterdagavondshow Weetikveel met anchor Linda de Mol. Vanaf maandag is de uit België overgewaaide kennisquiz De slimste mens weer te zien, gepresenteerd door Philip Freriks. Het eerste seizoen bij de NCRV vorige zomer was een onverwachte hit met een miljoen kijkers per aflevering.

Maar al die duizenden quizvragen waarop zwetende kandidaten zich elk jaar stukbijten, moeten eerst worden bedacht. Steeds nieuwe. En die verzinnen de presentatoren heus niet zelf. Dat doen die professionele vragenmakers voor hen – de quizspecialisten. Maar wat kunnen zíj dan wat Linda de Mol en Philip Freriks niet kunnen? Wat maakt een vraag een góéde vraag?

„Een goede vraag is als een bouillonblokje”, zegt Ruud van Marion. Ruim twintig jaar maakte hij de vragen voor kennisquiz Twee voor Twaalf, die al sinds 1971 wordt uitgezonden door de VARA. De 62-jarige Van Marion verklaart zich nader. „Een vraag moet gecomprimeerd zijn – kort, maar vol informatie – en er moet smaak aan zitten. Een vraag moet verrassen. Als een soort cadeautje.”

Want saaie vragen kun je net zo goed niet stellen, vinden de quizmakers collectief. Leuke vragen om te maken zijn vragen met een „kronkel”, zegt Van Eupen, die naar eigen zeggen al tienduizenden vragen verzon – als er druk op zit, produceert ze er zo dertig per dag. Een kronkel? „Dat een kandidaat er eerst een beetje van schrikt.”

Ze geeft een voorbeeld: „De verleden tijd van welk werkwoord is in het meervoud een ander werkwoord in de tegenwoordige tijd?” Dan de antwoorden: „Zitten, lezen, staan of zien?”

Het blijft stil – best een tijdje. Dan, monter: „Zien natuurlijk. Want de verleden tijd meervoud is ‘zagen’ en dat is ook een werkwoord in de tegenwoordige tijd.”

Een goede vraag is moeilijk, maar niet te moeilijk, vindt de ervaren Van Eupen. „Het is ontzettend makkelijk om iets moeilijks te vragen. Sla een encyclopedie open en je bent er.” De kunst van het vragen zit hem juist in de subtiele balans tussen flauw en onweetbaar.

En die balans wordt gevonden door te testen. „Ik heb alle vragen uitgeprobeerd”, zegt eindredacteur Geert-Jan Bron van De slimste mens. Hij is geen vragenmaker van beroep, maar maakte dit jaar wel het grootste deel van de vragen voor De slimste mens – een stuk of 1.200. Bron (43) had een vast testpubliek: de drie directeuren van Skyhigh TV, de productiemaatschappij die het programma produceert. Ze schoten direct in quizmodus. „Er ontstond een soort onderlinge strijd, terwijl ze helemaal nergens om speelden.”

Wisten de mannen het antwoord alle drie? Dan was een vraag te makkelijk. Wisten ze het alle drie niet? Te moeilijk. Soms bleven vragen waarvan Bron dacht dat ze vrij makkelijk waren – hoe heet de Birmese oppositieleider, bijvoorbeeld – door de drie testers onbeantwoord. „Op Aung San Suu Kyi konden ze niet komen. En als je het dan zegt, is het: o ja!”

Behalve origineel en beantwoordbaar-maar-niet-te-makkelijk is er nog een belangrijk criterium waaraan een goede quizvraag volgens makers moet voldoen. „Het ligt misschien nogal voor de hand, maar vragen en antwoorden moeten ook voor 100 procent kloppen”, zegt Astrid van Bernebeek (43), die al tien jaar vragen maakt voor kennisquiz Met het mes op tafel (Omroep MAX). „Zeker als er geld te winnen valt, kan het niet zo zijn dat er eigenlijk meer antwoorden goed zijn.”

Een perfecte vraag – of in ieder geval een goede – kan overal gevonden worden, zeggen de vragenverzinners. Letterlijk. Op straat, in de krant, in de supermarkt. Daarom lopen ze standaard met een opschrijfboekje op zak. Gewoon, voor als ze ineens inspiratie hebben.

Ruud van Marion van Twee voor Twaalf legt aan de telefoon uit hoe dat werkt, inspiratie, vanuit zijn buitenhuisje in Zeeland. „Ik zie uit mijn raam een koolmees aan een zakje pinda’s pikken.” En dan begint hij te associëren. „Als ik die pinda’s zie, denk ik aan een vraag over arachideolie. Of over peulvruchten – want een pinda is geen noot, hè, maar een peulvrucht. En als ik naar het gele borstje van die vogel kijk, wil ik een vraag maken over citroenen. Of over clementines – je weet wel, een soort mandarijntjes.” Van Marion associeert nog even verder. Dan, na een korte pauze: „Nou. En dit gaat dus de hele dag zo door.”

Gelukkig voor de vragenmakers lijkt de kennisquiz een tijdloos format. Dat komt, denkt Marian van Eupen, doordat een quiz kijkers uitnodigt zelf mee te doen in plaats van passief achterover te hangen. De „shoutability-factor”, noemt Van Eupen dat. „Lekker schreeuwen tegen de tv als je denkt dat je het zelf beter weet. ‘Het is C, gek! Niet B!’” En dat is ook het effect wat goede vragen op kijkers moeten hebben, zegt Van Eupen.

Zelf houden de vragenmakers ook wel van een spelletje. Triviant, bijvoorbeeld. En de Amsterdamse Van Eupen doet geregeld mee aan een pubquiz in een kroeg bij haar in de buurt. En ja – dan weet ze altijd wel een hoop antwoorden, geeft ze toe. Meer dan de rest. Ze lacht. „De andere teams zijn niet altijd even blij als ik er weer ben.”

De slimste mens (NCRV) Maandag 22 juli, Ned. 2, 20.25u.

Antwoorden van de voorbeeld quizvragen staan omgekeerd afgedrukt.