Dwalen door verweerd landschap

Voor de vakantiekoffer maakt Hans Steketee een keuze uit de reisliteratuur. Vier reisboeken, die vaak ook zelfportretten zijn.

Cees Nooteboom: De omweg naar Santiago. Uitgeverij Atlas Contact, 398 blz, 29,90 euro

Hoeveel ‘land- en volkenkunde’ er ook in een reisboek zit, het gaat als het goed is ook altijd over de auteur en zijn wortels. „Reizen is de kortste omweg naar jezelf”, schrijft Jan Brokken. Zo’n omweg bedoelt ook Cees Nooteboom in De omweg naar Santiago, zijn weer herdrukte bundeling reisverhalen uit Spanje. Het verweerde landschap en het Spaanse karakter „corresponderen met datgene waar ik over ga”, zegt Nooteboom, die deze maand tachtig jaar wordt. Volgens hem zit het in een combinatie van frivoliteit, chaos, dromerigheid, anarchisme, egocentrisme, iets hards en wreeds, en de neiging te verdwalen. Niet slecht als zelfportret. Zijn beste verhalen in de bundel gaan over romaanse bouwkunst en zijn pogingen de denkwereld te doorgronden waarin die ontstond, die van middeleeuwse fabeldieren en het ongepolijste Christendom uit het Oude Testament. Ergens noemt hij een kerk die hem bevalt, „het soort ruimte waarin je zelf een mathematisch punt wordt, alsof er voortdurend lijnen uit jouw bewegende aanwezigheid worden getrokken naar de vlakken, rechthoeken, lichtbronnen om je heen.” Precies zo is het in dit boek.

John Steinbeck: Reizen met Charley. Een zoektocht naar Amerika. Vertaling Tineke Funhoff, uitgeverij Atlas Contact, 253 blz, 15 euro

In het landschap de tijd laten verstrijken. John Steinbeck doet het keer op keer weergaloos in Reizen met Charley, het geestige en melancholische verslag van zijn reis in 1960 met een geïmproviseerde camper door Amerika, in gezelschap van zijn poedel Charley. Bij zijn geboortestad Salinas in Californië beklimt hij een rots en schrijft: „Deze eenzame, stenen top biedt uitzicht op mijn hele kindertijd en jeugd.” Steinbecks boek is al zeven keer herdrukt in de slipstream van Geert Maks Reizen zonder John, die het vijftig jaar later als kompas gebruikte voor zijn eigen zoektocht naar de ziel van Amerika. Hij betrapte Steinbeck daarbij op tal van dichterlijke vrijheden. Maar dat is het punt (gelukkig) niet. Sommige reizen zijn al voorbij voor je bent teruggekeerd, schrijft Steinbeck. En andere, zoals deze zoektocht naar wat ‘thuis’ betekent, „gaan nog lang door nadat de beweging in tijd en ruimte is opgehouden”.

Bettine Vriesekoop: Heimwee naar Peking. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 128 blz, 7,50 euro

In Heimwee naar Peking, voor het eerst gepubliceerd in 1994 en nu herdrukt, reist Bettine Vriesekoop in drie etappes terug naar het China waar ze intensieve tafeltennistrainingen deed. Ze kwam er voor het eerst in 1980 en opnieuw in 1991 en 1992, aan de vooravond van het Europees kampioenschap (dat ze herovert). Je ziet China in die jaren veranderen in een consumptiemaatschappij en hoe het ping pang qiu als volkssport naar de achtergrond verdwijnt. Maar ze beschrijft vooral openhartig en loepzuiver hoe die onzekere, broodmagere, door haar Nederlandse coach half gehersenspoelde achttienjarige zich sindsdien ontwikkelde. En hoe China haar leerde „dat ik mezelf kon overwinnen”. Ze zou – maar dat weten we hier nog niet – het Mandarijn leren spreken en er vaak terugkeren, waaronder drie jaar als correspondent van deze krant.

Adriaan van Dis: Stadsliefde. Scènes in Parijs. Atlas Contact, 240 blz, 10 euro

Op zijn vaste metrotraject tussen het Gare du Nord en zijn Parijse appartement zijn vijf stations genoemd naar katholieke heiligen. „Onder de grond kent Frankrijk de scheiding tussen Kerk en Staat niet”, noteert Adriaan van Dis. In Stadsliefde neemt hij je opnieuw mee op zijn zwerftochten in de decors die we al kennen uit zijn roman De wandelaar (2007). Van Dis is een ideale gids: onvermoeibaar, geestig, scherpzinnig en warm. En als zijn Parijse avontuur na zeven jaar eindigt, heeft hij ook zijn vaderland scherper leren zien, zoals iedereen ontdekt die daar langere tijd niet is. En hij beseft ook dat ‘thuis’ niet langer hetzelfde betekent. Zoals in Amsterdam ergens op een muur staat: ‘Terugkomen is iets anders dan thuisblijven’.