Drie nachten vogelvrij in een Turkse politiecel

Nu het Taksimprotest in Istanbul gedoofd is, houdt de politie massaal mensen aan om de ‘verantwoordelijken’ te straffen. Een ooggetuigeverslag uit de cel.

Turkse agenten in burger arresteren eind vorige maand een demonstrant (niet de vrouw uit het artikel) op het Taksimplein in Istanbul. Foto AFP

Ayse Adanali slaapt al zeven nachten slecht. Ze ligt tot vier uur ’s ochtends wakker, soms later dan het begin van de vroegste eczane, de eerste van vijf oproepen tot gebed in de buurtmoskee. Soms dommelt ze in en schrikt ze wakker omdat ze denkt dat er iemand voor het bed staat. Dan zit ze rechtop in bed, met gebalde vuisten en gekruiste armen.

Ayse werd vorige week maandag opgepakt op het centrale plein van Istanbul, Taksim. Ze bracht vier dagen en drie nachten door in het politiebureau aan de Vatan Cadessi in Istanbul. Daarna werd ze vrijgelaten „bij gebrek aan bewijs”.

Haar verhaal staat voor de ervaring van honderden arrestanten die sinds het begin van het Taksim-protest begin juni om uiteenlopende redenen werden meegenomen door de politie. Ayse Adanali is mijn collega. Ze vertaalt, produceert en assisteert bij het maken van reportages voor deze krant en andere media. Ze is geen betoger. Die maandagmiddag hebben we samen verslag gedaan van de heropening van het Gezipark. Het is kalm in de stad. Na het praatje van de gouverneur zijn de Istanbulu het park weer ingetrokken dat de politie wekenlang hermetisch afgesloten hield. Onder die eerste bezoekers zijn demonstranten, die het niet kunnen laten om „Taksim is overal, overal is protest”, te scanderen. Er zijn ook bejaarden naar het park gekomen, vrouwen met hoofddoeken, kiezers van de regeringspartij die voor het eerst sinds weken ook eens op die bankjes willen zitten.

We houden interviews en praten nog even na in een eettent aan de rand van het Taksimplein. Rond 17.00 uur beginnen agenten hun oproerpakken aan te trekken: scheen- en borstbeschermers, helmen, gasmasker, wapenschild. Er is geen betoger in zicht. Eerder die dag heeft het Taksim Solidariteit Platform een bericht geplaatst met een oproep voor een bijeenkomst om 19.00 uur in het heropende Gezipark en kennelijk wil de politie dat voorkomen.

We nemen afscheid. Ayse gaat richting de winkelstraat Istiklal, waar haar moeder op haar wacht. Daar loopt ze in een haag van agenten die bezig zijn het plein af te sluiten. Als ze vraagt naar het waarom van die actie, gebiedt een agent in burgerkleding zijn collega’s: „Afvoeren”.

Zes agenten trekken haar de bus in, die aan de rand van het Taksimplein staat. Twee vrouwelijke agenten onderzoeken haar tas en kleren. „Dit is overduidelijk kasar”, zeggen ze. Kasar is het Turkse woord voor ongepasteuriseerde schapenkaas, tevens het scheldwoord voor overspelige vrouwen. „Kijk naar je korte broek. Ik weet hoe jullie zijn. Al wat jullie kunnen is drinken. Ik heb er heel wat gezien zoals jij.” De portofoon kraakt. Een agent vraagt om orders. „Commandant, we zien vlaggen op het plein. Er staat ‘verzet’ op. Wat zullen we doen?” De portofoon kraakt opnieuw. „Commandant, zullen we het plein schoonvegen?”

Ayse stuurt een sms-bericht. „Taken by police for no reason.” Vanaf dat moment geeft haar telefoon een voicemail. De politiebussen aan de rand van het Taksimplein zijn afgezet met een lint. Ik vraag een agent naar Ayse. Zijn commandant springt ervoor: „Wat moet je hier? Waar is je paspoort?” Als hij de perskaart ziet schreeuwt hij: „Wat moet jij hier? Dit is niet jouw land. Rot op.”

In de voorafgaande weken heeft premier Erdogan de buitenlandse pers keer op keer ervan beschuldigd onderdeel te zijn van een samenzwering tegen Turkije. Zo werkt retoriek. De kracht van de leugen zit hem in de herhaling. In restaurants maken obers nu grapjes als je zegt dat je journalist bent: „Ah, je bent dus een geheim agent.” Voor deze agent is die leugen waarheid genoeg om de verslaggever met een ferme stoot in de rug weg te duwen bij het lint waarin Ayse wordt vastgehouden. „Ga terug naar je eigen land.”

Om 19.00 uur gaat de deur van de bus open en worden 47 leden van het Taksim Solidariteit Platform naar binnen gebracht. Zij waren degenen die zich het eerst verzetten toen bulldozers op 27 mei begonnen met het weggraven van de bomen in het Gezipark voor de bouw van een winkelcentrum. De politie beschuldigt hen van het organiseren van een illegale bijeenkomst en lidmaatschap van een illegale organisatie. Omdat Ayse in dezelfde bus wordt afgevoerd, wordt ze op het politiebureau aan de Vatanboulevard ook als zodanig behandeld: niet als burger die het Taksimplein op het verkeerde moment overstak, maar als lid van een illegale organisatie.

Op het politiebureau nemen dezelfde twee vrouwelijke agenten haar mee naar een inspectiekamer. Daar wordt haar gevraagd alle kleren uit te doen, ook haar ondergoed. Ze moet op haar hurken gaan zitten. Op het moment dat een van de agenten naar haar kruis grijpt, zet ze het op een gillen. De agenten deinzen terug en laten haar gaan. Haar getuigenis komt overeen met die van andere vrouwelijke arrestanten. „Ze dwong me mijn kleren uit te doen. Ook mijn onderbroek, maar niet mijn beha. Toen stak ze mijn hand in de beha en droeg ze me op om te hurken en te hoesten, steeds weer opnieuw”, vertelde een student eerder tegen The Economist. Andere arrestanten getuigen over dezelfde methode.

Ayse wordt apart van de leden van het Taksim Solidariteit Platform opgesloten. Ze deelt de cel met een Venezolaanse drugskoerier, die haar overall prompt bij binnenkomst afpakt. Urenlang mag ze niet naar de wc. Als Ayse uiteindelijk toch mag gaan, laat de agent haar bij de deur struikelen. Als ze op de met uitwerpselen besmeurde tegelvloer valt, trekt de agent haar omhoog en bitst: „Heb je jezelf pijn gedaan, lief?”

’s Nachts wekken de agenten de arrestanten iedere twee uur. Als Ayse midden in de nacht wakker schiet, ziet ze een cipier foto’s van haar maken met zijn mobiele telefoon.

Intussen verzamelen agenten bewijsmateriaal tegen de leden van het Taksim Solidariteit Platform. In het politierapport worden ze beticht van het „vormen van een illegale groepering met het doel een misdaad te begaan” en „het verstoren van de openbare orde”. „Hun oproep aan duizenden om zich te verzamelen op Taksim leidde tot de provocaties van marginale groepen”, claimt het rapport, verwijzend naar extreem-linkse groeperingen die verantwoordelijk worden gehouden voor molotovcocktails en stoeptegels waarmee de politie tijdens het protest werd bestookt. „Ze veroorzaakten de verwondingen van honderden agenten en burgers en desondanks gingen de oproepen door.”

Ieder bericht op Twitter en Facebook dat sinds het begin van het protest op 27 mei door de initiatiefnemers is verzonden, geldt als bewijsmateriaal. Zoals deze van 31 mei: „Er zal een persconferentie zijn tegenover het Divan-hotel”. En: „De politie valt het Divan-hotel aan”. En: „De correspondent van de krant Sabah is gewond geraakt. Anderen zijn ook gewond.”

Op de tweede dag van hun detentie worden alle arrestanten naar het ziekenhuis gebracht voor een medische controle. De vrouwelijke bewaker grijpt Ayse bij haar arm, en drukt haar nagels diep in het vel. Op het moment dat ze gilt om haar te stoppen, gooit de agent haar met een smak tegen de muur en draait haar arm achter haar rug. Ayse slaat met haar handen op de ramen van het politiebureau en roept om hulp. Als de advocaten buiten het gebouw vragen wat er aan de hand is, stopt de agent. Ze sist: „Wacht maar tot je in de bus zit, dan zul je zien waartoe ik in staat ben.”

Die nacht loodst de regeringspartij een wet door het parlement die de Kamer van Architecten verbiedt zich nog langer te bemoeien met de goedkeuring van bouwprojecten. De Kamer van Architecten verzette zich vanaf het eerste begin tegen de bouwplannen voor Taksim. De rechter gaf de Kamer in juni gelijk en gaf de regering opdracht het bouwproject te annuleren. Het project zou alle voorschriften over inspraak van de bevolking hebben geschonden. De regering beloofde de rechterlijke uitspraak te respecteren, maar verzekert zich intussen van een toekomst zonder bemoeienis van lastposten.

Zo’n 8.000 mensen raakten gewond door het politieoptreden. De Commissaris voor Mensenrechten van de Raad van Europa hekelde deze week het politiegeweld, met name het gebrek aan onderzoek naar aanleiding van klachten over excessief optreden. De klachten gaan vooral over het rechtuit afvuren van traangasgranaten, in plaats van met de voorgeschreven hoek van 45 graden. En over de behandeling van arrestanten in detentie.

Op een lezing voor de nationale politieacademie prees premier Erdogan de nationale politiemacht voor „het succesvol uitvoeren van haar taak binnen de limieten van de wet”. „U bent voor een belangrijke test van de democratie geslaagd”, zei Erdogan. „U heeft een heldenepos geschreven.”

Ayse en de 47 andere gedetineerden werden na vier dagen vrijgelaten. Hun zaak is nog onderwerp van nader onderzoek. „Wat ik in die dagen heb geleerd, is dat ze daarbinnen alles met je kunnen doen. Maakt niet uit wie je daarbuiten kent. Dat is hun arena”, zegt ze na haar vrijlating. Sindsdien zijn er meer dan duizend Turken aangehouden, dertig gearresteerd en honderden huiszoekingen geweest.