De kunst van het weglaten

Na de succesvolle verbouwing van De Witte Dame krijgen opnieuw twee oude Philips-fabrieken in Eindhoven, De Anton en De Gerard, een nieuw leven – met behoud van karakter.

Toen de Philipsfabrieken nog in volop in bedrijf waren, was Eindhoven een merkwaardige stad. Er was een door laagbouw overheerst deel van de stad waar werd gewoond, gerecreëerd en bestuurd en er was een deel met hoge fabrieks- en kantoorgebouwen waar werd gewerkt en geproduceerd. De fabrieken van het immense Philipsimperium vormden een soort Verboden Stad. De fabriekskolossen uit de jaren dertig op Strijp-S, een wijk dichtbij het centrum, waren bijvoorbeeld omheind en vormden een enclave die alleen toegankelijk was voor Philipswerknemers.

Maar nu Philips de productie in veel van zijn fabrieken heeft gestaakt en zijn hoofdkantoor al vele jaren geleden heeft verplaatst naar Amsterdam, wordt Eindhoven steeds meer één stad waar wonen, werken en recreëren gemengd zijn. Zo is het vertrek van Philips voor Eindhoven een blessing in disguise gebleken. Het heeft veel werkgelegenheid gekost, maar de stad is er op vooruitgegaan. De Witte Dame, vroeger een saaie gloeilampenfabriek midden in het centrum van Eindhoven, is bijvoorbeeld sinds de in 1998 voltooide verbouwing een bruisend cultureel centrum waar onder meer de Design Academy is gehuisvest.

De nieuwste toevoeging aan het nieuwe, ongedeelde Eindhoven is het imposante gebouw De Anton in Strijp-S, de vroegere apparatenfabriek uit 1930 die is ontworpen door de afdeling gebouwen van Philips. Net als De Witte Dame is De Anton een rijksmonument dat is verbouwd door de Eindhovense architecten diederendirrix. En net als bij de oude gloeilampenfabriek hebben Paul Diederen en Bert Dirrix zich bij De Anton beperkt tot enkele doeltreffende ingrepen die het exterieur van het witte fabrieksgebouw vrijwel ongemoeid hebben gelaten.

De belangrijkste ingreep is dat De Anton van onder tot boven is doorboord met drie grote, ovale trappenhuizen. De trappenhuizen doorklieven de lange gangen waaraan appartementen van 50 tot 80 vierkante meter liggen. De architecten verwachten dat de trappenhuizen ontmoetingsplekken van de bewoners van de 276 loftappartementen zullen worden. Of hun verwachting uitkomt, is de vraag: veel bewoners van de bovenste van de zeven etages zullen toch liever een van de liften nemen.

De architecten hebben wel hun best gedaan om de trappen zo aantrekkelijk mogelijk te maken. In de grote buizen schieten de trappen verschillende kanten op en leveren zo, vooral van onder gezien, een schitterend beeld op dat doet denken aan de abstracte Proun-composities van de Russische avant-gardistische kunstenaar El Lissitzky. De trappen komen uit bij glazen huisjes op het dak waar, naar een ontwerp van bureau Lubbers, een tuin is aangelegd, compleet met struise bomen. Vermoedelijk zal de daktuin de echte ontmoetingsplek worden van De Anton.

Op de begane grond heeft diederendirrix een grote golvende luifel boven de puien van de bedrijfs- en winkelruimtes gehangen. Maar verder is de verbouwing van De Anton uiterst terughoudend. Overal, in de hoge toegangshal en in de trappenhuizen, is de ruw betonnen constructie van het fabrieksgebouw bijvoorbeeld in het zicht gelaten. Ook de woon/werkappartementen bestaan uit niet meer dan één rechthoekige ruimte met een betonnen vloer en plafonds en verplaatsbare scheidingswanden – het is ook mogelijk om verschillende appartementen te huren.

De huurders moeten zelf hun huis afbouwen en hebben alleen een als houten, minimalistische doos vermomde badkamer en een keukenblok gekregen.

Ook de ramen zijn, met hun mooie dunne stalen kozijnen, zoals ze oorspronkelijk waren. Zo heeft diederendirrix in De Anton vooral de kunst van het weglaten beoefend, met een meesterlijke verbouwing die volledig recht doet aan de oorspronkelijke imposante fabrieksarchitectuur als resultaat.

Gebouw: De Anton. Architect: diederendirrix. Opdrachtgever: Trudo. Bouwkosten: 20 miljoen euro. Ontwerp: 2009. Oplevering: 2013