De ambassadeur van Kazachstan en Rome

In de blik van de Italianen naar de wereld om hen heen overheerste deze week een vraag: wat zullen ze wel niet van ons vinden? We slaan „internationaal een modderfiguur”, schreef de Corriere della Sera. En de zakenkrant Il Sole 24 Ore merkte op dat Italië zich aan het buitenland presenteert als „klunzig, incompetent en ook ongevoelig voor argumenten van beschaving en rechten van personen”.

De Sole hield donderdag nog een pleidooi voor een verreikend handelspact tussen de VS en Europa. Dat „zou het mogelijk maken de invloed van China en India op het mondiale scenario beperkt te houden door een impuls te geven aan landen die een hoge levensstandaard hebben en zich hebben gecommitteerd aan verdediging van de waarden van de liberale democratie en de vrije markt”. We moeten zelf de regels stellen, als ‘beschaafde’ landen, was de teneur van het commentaar. Anders doen autocratische landen als China het.

Maar is Italië wel een beschaafd land? In alle toonaarden werd die vraag gesteld. Casus één: een ondervoorzitter van de Senaat die zegt dat de minister van Integratie hem doet denken aan een orang-oetan. Niet omdat ze oogarts is, maar omdat ze is geboren in Congo. De man, Roberto Calderoli van de Lega Nord, heeft zijn excuses aangeboden en de minister, die al veel over zich heen heeft gekregen van die partij, heeft ze aanvaard. Toch onbegrijpelijk dat die Calderoli nog ondervoorzitter is, schreef de Financial Times vrijdag.

Casus twee:Kazachstan. De afgelopen jaren zijn de relaties met deze Centraal-Aziatische oliestaat heel hecht geworden. Italië is volgens het tijdschrift voor internationale betrekkingen Limes de derde handelspartner van het land, na Rusland en China. Italiaanse energie- en gasbedrijven voeren er grote projecten uit.

Bovendien kon oud-premier Silvio Berlusconi het goed vinden met de man die al sinds 1991 Kazachstan met ijzeren hand leidt: president Nazarbajev. Een Italiaanse centrumpoliticus heeft verteld hoe hij Berlusconi heeft horen opscheppen over een bezoek aan Nazarbajev, die een dertigtal dames had laten opdraven die alleen waren gekleed in kleine rinkelende stukjes metaal. Berlusconi zegt in een verklaring dat dit verhaal niet klopt.

Waren die hechte zakelijke en persoonlijke banden misschien de reden, vragen veel Italianen zich af, dat Berlusconi’s belangrijkste man in de brede coalitie, minister van Binnenlandse Zaken Angolino Alfano, zo de ambassadeur van Kazachstan in Rome ter wille is geweest? Eind mei tipte die ambassadeur de politie: oligarch Mukhtar Ablyazov, een politiek tegenstander van Nazarbajev en veroordeeld in Kazachstan, was in Rome. Bij een inval pakte de politie Ablyazovs vrouw en dochter op. De ambassadeur protesteerde dat de politie vast niet goed had gekeken, waarop die nog een keer terugging. Zonder resultaat. Ongebruikelijk snel, 72 uur later, werden vrouw en dochter in een privétoestel gedeporteerd naar Astana.

Minister Alfano zei dat hij van niets wist, en na een hele week Kazachstan op de voorpagina’s liep de zaak vrijdag met een sisser af. Links wilde niet tegen hem stemmen, om het kabinet niet te laten vallen. Maar de VN zijn woedend. Die deportatie was „illegaal en onaanvaardbaar” en lijkt op de manier waarop de VS terreurverdachten oppakten en voor marteling naar andere landen brachten.

Terwijl de politieke temperatuur het kookpunt naderde, moest premier Letta in Londen vertegenwoordigers van de City uitleggen dat al die cynische commentaren niet sloegen op het plan voor sanering van de overheidsfinanciën. Tegen de BBC onderstreepte hij het verschil met Griekenland: „Italië hoeft niet gered te worden.”