CPB krijgt geen topeconoom, maar een topambtenaar

Op haar benoeming als directeur van het Centraal Planbureau kwam forse kritiek. Laura van Geest is geen econoom met gezag. Maar ze heeft wel veel ervaring in Den Haag.

Foto Rijksoverheid

De ontvangst was hartelijk. Er klonk zelfs een applausje, toen Laura van Geest twee maanden geleden het zaaltje bij het Centraal Planbureau in Scheveningen binnenkwam. Verrassend. Zij had direct na haar benoeming bakken met kritiek over zich heen gekregen. Een niet-gepromoveerde econoom, en dan ook nog afkomstig van het ministerie van Financiën? Moest zij de komende zeven jaar het boegbeeld zijn van het wetenschappelijke en onafhankelijke CPB?

Van Geest (51) kreeg dan wel een welkomstapplaus van de tientallen medewerkers, maar dat wilde niet zeggen dat zij die ochtend werd gespaard. Alle olifanten in de kamer werden genoemd, zoals een aanwezige het uitdrukt. Wat vond zij er eigenlijk van dat de helft van het functieprofiel voor de nieuwe directeur zomaar was genegeerd? En het was nog wel de bovenste helft, waarin werd gezocht naar een „gezaghebbende econoom met meerdere publicaties in internationale tijdschriften” op zijn of haar naam. Werd hiermee het einde van de wetenschappelijke ambities van het CPB ingeluid?

Geen gemakkelijke start, maar volgens verschillende aanwezigen nam Van Geest, vanaf 1 augustus CPB-directeur, de zaal opvallend snel voor zich in met haar nuchtere en ontspannen houding. Ze straalde het vertrouwen uit dat ze in haar carrière bij Financiën voldoende kennis had vergaard om op economisch gebied mee te tellen. Van Geest maakte tot opluchting van de zaal duidelijk dat ze niet geforceerd „wetenschappertje” zal spelen door direct mee te willen schrijven aan wetenschappelijke artikelen of voor een paar uur hoogleraar te worden.

Al snel gingen haar sterke kanten domineren in de CPB-bijeenkomst, zoals haar kennis van de Haagse arena. De afgelopen vijf jaar is Van Geest directeur-generaal Rijksbegroting geweest. In die functie onderhandelde zij met alle ministeries over hun begrotingen. Dat versterkte haar imago als afstandelijk en vasthoudend type. „Ze springt weliswaar niet op tafels, maar Laura is zeker niet saai of humorloos”, zegt Tweede Kamerlid Wouter Koolmees (D66), die tien jaar geleden door haar werd aangenomen bij Financiën. „Vergeet niet dat zij namens de minister de discussie aangaat over de begrotingen van andere ministeries. Dan kun je niet altijd even aardig zijn. Uiteindelijk is ze op stap namens de belastingbetaler.”

Die belastingbetaler zal geen beeld hebben van de invloedrijke Van Geest, die zich als topambtenaar altijd op de achtergrond hield. Ze schreef in 2006 als thesaurier-generaal een artikel in Het Financieele Dagblad over het begrotingstekort en de vergrijzing. En ze liet zich twee of drie keer interviewen, meestal voor interne publicaties. Dat was het. Ook aan dit artikel wilde Van Geest niet meewerken.

Collega’s en voormalige ministers hebben alleen maar positieve woorden voor haar. Ook betrokkenen die op basis van anonimiteit spreken. „Laura is een vrouw die zich moeilijk laat kennen”, zegt voormalig minister van Financiën Wouter Bos (PvdA). „Maar als je haar eenmaal kent, zie je dat ze buitengewoon intelligent is, een grote loyaliteit heeft, lastig eigenwijs is en een zeer onderkoeld gevoel voor humor bezit.” Haar humor uit zich vooral in het gebruik van eufemismen. Koolmees: „Als ze zei dat een wetsvoorstel niet in helderheid uitblonk, wist je dat ze bedoelde: dit is complete bagger.”

Als teken voor haar populariteit voert Bos aan dat medewerkers in 2008 actief bij hem lobbyden om Van Geest directeur-generaal Rijksbegroting te maken. „Dat gebeurt niet zo snel op dat niveau.” Volgens voormalige collega’s geeft Van Geest ondergeschikten veel verantwoordelijkheid en worden zij daar „op een faire manier” op afgerekend.

Echt goed kennen de meesten haar niet. Zelfs naaste medewerkers weten weinig van haar privéleven. Bijvoorbeeld hoe haar „mannie”, zoals ze hem zelf noemt, heet. Ze houdt van wandelen in verre oorden en van ‘alternatieve’ muziek als Bettie Serveert, daar houdt het op.

De overstap naar Rijksbegroting in 2008 betekende dat ze minder dan twee jaar thesaurier-generaal bij Financiën is geweest. Die post is volgens velen zo’n beetje het hoogste wat een ambtenaar kan bereiken. Waarom heeft ze dat zo kort gedaan? Ingewijden komen met dezelfde verklaring: als ‘TG’ ben je meer diplomaat dan econoom en verkeer je vaak in het Brusselse circuit. In die wereld is het minder makkelijk knopen doorhakken dan in Den Haag. „Daar komt bij dat ze niet alleen maar op pad wilde zijn. Ze wil ook een leven thuis hebben, en een maand op vakantie kunnen gaan”, zegt een collega op Financiën. Het zijn meestal vakanties in verre landen, waarbij Azië favoriet is. In 2001 ging ze met haar partner – een econoom bij De Nederlandsche Bank – een jaar op wereldreis.

Ze was aan het wandelen in Oezbekistan toen dit voorjaar haar benoeming bekend werd en bekende economen de noodklok luidden. Hoogleraren als Eric Bartelsman en Bas Jacobs voorzagen het einde van een onafhankelijk CPB. In plaats van een vermaarde, internationale wetenschapper diende zich een verlengstuk van de minister van Financiën aan. Ook Sylvester Eijffinger, hoogleraar in Tilburg, was kritisch. En is dat nog steeds. Door haar benoeming laat het kabinet volgens hem zien „geen behoefte te hebben aan een kritisch CPB als economisch adviseur”. Verder denkt hij dat het planbureau ontdaan zal worden van „de economische beleidsanalyse zoals die door haar voorganger Coen Teulings is opgebouwd”. Volgens Eijffinger wil Den Haag alleen nog maar een „brave rekenmeester”. Op de korte termijn is dat prettig voor het kabinet, zegt hij, maar op lange termijn „dodelijk”.

Ook Jean Frijns pleitte na het vertrek van Teulings voor een gezaghebbende econoom die „in de voetsporen van Tinbergen [Nobelprijswinnaar en oprichter van het CPB] en Teulings kan treden”. De voormalige topman van pensioenfonds ABP kent het CPB goed, omdat hij eerder dit jaar een commissie leidde die het beleid toetste. Frijns constateerde onder meer dat de modellen van het CPB herzien moeten worden, zeker omdat de ramingen het nog wel eens laten afweten. En dan moet er een econoom van naam aan de knoppen zitten. „Ik vind het jammer dat Van Geest geen economisch trackrecord heeft”, zegt Frijns nu, „maar dat dit ontbreekt, weet ze zelf ook wel. Die kennis zal zij mobiliseren. U hoort mij niet zeggen dat zij een verkeerde keuze is.”

De visitatiecommissie van Frijns vond dat het CPB de relaties met ministeries moet verbeteren en bepaalde taken moet afstoten. Op dat gebied heeft Van Geest volgens Frijns „haar sporen natuurlijk wel verdiend”. Als vierde aandachtspunt noemde de commissie „het meer inhoud geven” aan de onafhankelijkheid. „Hiervoor was het plezieriger geweest als een onafhankelijke econoom was benoemd. Maar dat staat los van de vraag of zij niet een goede directeur zal zijn.”

Voor oud-minister Bos is het gebrek aan wetenschappelijke achtergrond geen item. „Er zijn genoeg economen bij het CPB die die achtergrond wel hebben. Bij Teulings was het juist de vraag of het niet te veel een wetenschappelijk instituut werd. En of dat niet ten koste ging van de beleidsrelevante studies. Het zou best kunnen dat dit het geval was.” Volgens Bos is juist behoefte aan studies die gericht zijn op de politieke praktijk. „Zeker als je je realiseert dat er wel eens controversiële of zelfs incorrecte doorrekeningen verschenen, zoals over de woningmarkt, rond de laatste kabinetsformatie.”

In de vergelijking met Teulings zal Van Geest het afleggen op het gebied van de internationale wetenschappelijke contacten. Ook al heeft ze twee jaar voor het Internationale Monetaire Fonds in de VS gewerkt. Daar staat tegenover dat de hoogleraar Teulings niet bekendstond als een ijzersterke manager. En hij was in politiek Den Haag niet overal even populair. Van het Haagse netwerk van Van Geest kan het CPB juist optimaal profiteren. „Zij weet als geen ander wat de klant (de politiek) wil”, zegt een ambtenaar op Financiën. „Als ambtenaar is ze gewend om te zeggen: dat zijn de mogelijkheden, daar kunt u uit kiezen. Dat is haar stijl.” En, zo zegt een econoom bij het CPB, „onze studies zullen wellicht ook beter landen in Den Haag.” Een andere ambtenaar noemt haar ervaring met belangrijke onderwerpen als zorg, WAO en vut. „Dat zijn allemaal politiek gevoelige onderwerpen die ook economisch complex zijn.”

Om de studies en adviezen beter te laten ‘landen’ heeft het CPB wel een scherp profiel nodig, zo is de gedachte in Scheveningen. En daar hoort iemand bij die de boodschap uitdraagt en daarmee ook voor legitimiteit van het planbureau zorgt. Bij de kennismaking met de CPB’ers zei Van Geest het minst uit te kijken naar de verwachte media-aandacht. Maar dat mag geen reden zijn om de media te ontlopen, vindt ze. De komende tijd krijgt ze een stevige mediatraining, daar doet niemand geheimzinnig over. „Het zou amateuristisch zijn als je dat niet doet”, zegt CPB-directiesecretaris Edwin van de Haar.

Als Van Geest naar buiten treedt moet zij ook zeker haar onafhankelijkheid tonen, die door sommigen in twijfel wordt getrokken. Mensen die met haar hebben gewerkt prijzen juist haar autonomie. „Ik heb tot woedend worden toe met haar samengewerkt, zo onafhankelijk is die vrouw”, zei premier Rutte ten tijde van haar benoeming.

Bij het CPB maken ze zich hierover nauwelijks zorgen, zo werd tijdens de kennismaking met Van Geest wel duidelijk. Voor die onafhankelijkheid zorgen we zelf wel, denken de ruim honderd medewerkers – dat bepaalt de chef niet zomaar. En, zegt een CPB’er: „Ze lijkt ons geen lief mevrouwtje dat doet wat de baas zegt.”