Aantal internettaps in 2012 vervijfvoudigd

Nederlandse opsporingsdiensten plaatsten vorig jaar 16.676 internettaps, vijf keer zoveel als in 2011. Dat heeft minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) vrijdag de Tweede Kamer gemeld.

Opstelten schrijft de stijging toe aan de opkomst van smartphones. Omdat Nederlanders minder bellen en meer gebruik maken van online berichtendiensten als WhatsApp – en verdachten ook – kan hun communicatie alleen gevolgd worden met een internettap.

Van de 16.676 getapte nummers behoren er soms meer aan één verdachte. Opstelten: „Criminelen gebruiken vaak verschillende telefoons en wisselen van telefoonnummer.”

In zijn brief verwijst de minister naar onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van Justitie, waaruit blijkt dat ‘de tap’ zijn nut bewezen zou hebben in de bestrijding van ernstige misdrijven. In hetzelfde WODC-onderzoek staat dat de Nederlandse overheid haar burgers veel vaker afluistert dan in omringende landen gebeurt.

Data verzamelen is geen wondermiddel: het WODC waarschuwt dat „de grote hoeveelheid data die een internettap kan opleveren” verwerkt moet worden met weinig gebruiksvriendelijke software. Ook is er „een tekort aan digitale expertise binnen de teams.”

Het College voor de Rechten van de Mens noemt het aantal telefoontaps in Nederland zorgelijk. Ook in het tijdperk van de smartphone wordt nog altijd op grote schaal meegeluisterd met traditioneel spraak- en sms-verkeer. In 2012 kwam het aantal telefoontaps uit op 25.487, 3 procent meer dan in 2011.

Nederlandse opsporingsdiensten vorderden vorig jaar 56.825 keer belgegevens, een toename van 10 procent. Hierbij gaat het om het nummer van een beller, het gebelde nummer, datum, tijdstip en locatie op het moment van het begin van een gesprek.

Nederlandse opsporingsdiensten oen ook vaak een greep in CIOT, de databank waar telecombedrijven dagelijks klantgegevens naartoe sturen. In 2011 werden 2,3 miljoen maal klantengegevens opgevraagd – verzoeken van AIVD en MIVD daargelaten. Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens houdt de politie zich onvoldoende aan de voorschriften: er is te weinig controle op de aanvragen.

Opstelten deed onlangs een omstreden wetsvoorstel om de politie in staat te stellen ‘terug te hacken’. Als verdachten communicatie versleutelen, kan dan via computer of smartphone toch worden meegekeken. Ook kan de politie digitale huiszoeking doen of van afstand ingrijpen als strafbare feiten via de computer gepleegd worden. Terughacken zou vooraf door de rechter goedgekeurd moeten worden.