Scoren met succes en optimisme

Ongefundeerd optimisme en een ziekelijk verlangen naar succes. Twee eigenschappen die vaak aan Amerikanen worden toegedicht. Alleen ben ik in dit jaar dat we in de VS wonen slechts weinig mensen tegengekomen die aan dit stereotype beeld beantwoorden.

Wat wel klopt, is dat veel Amerikanen geïnteresseerd zijn in onderwerpen als optimisme en succes. En dat er een complete industrie bestaat die graag in die behoefte voorziet. Tv-programma’s, tijdschriften, boeken, seminars, traditioneel en online-onderwijs.

Opvallend is dat lang niet alleen de oppervlakkige inhoud goed verkoopt. Een populaire auteur op het gebied van succes en optimisme is bijvoorbeeld Heidi Grant Halvorson. Ze schreef onder meer de boeken Succeed en 9 things successful people do differently. Praktisch, toegankelijk en humoristisch. Maar daarnaast is Halvorson een gerespecteerde onderzoeker, directeur van het Motivation Science Institute van Columbia University en blogger voor Forbes, Harvard Business Review en de Wall Street Journal.

Een paar van haar lessen. Succes, stelt Halvorson, is het stellen en realiseren van je eigen doelen. Dat kan over geld gaan. Maar Halvorson vindt dat haar landgenoten eerst maar eens wat aandacht aan hun gewicht, gezondheid en relaties zouden moeten besteden. Niet zo gek in een land waar meer dan een op de drie mensen obees is en meer dan de helft van de huwelijken eindigt in een scheiding.

Succes is daarnaast niet iets dat je in de schoot geworpen krijgt omdat je de ‘DNA-loterij’ hebt gewonnen, zegt Halvorson. Succes is voor een belangrijk deel het gevolg van je eigen gedrag. En gedrag kun je managen met specifieke technieken. Dat is niet makkelijk, maar het kan wel.

Enkele favoriete adviezen van Halvorson: stel specifieke doelen en vertaal deze nauwkeurig naar gedrag. Zeg niet: „Ik wil wat meer bewegen”, maar: „Ik ga elke maandag en donderdag een half uur hardlopen”.

Focus daarnaast niet op het neerzetten van een prestatie, maar richt je op leren. Je kunt beter een experiment doen en bijsturen, dan in één keer de hoofdprijs willen winnen.

Toegegeven, dit klinkt allemaal logisch. Maar onderzoek dat Halvorson presenteert, laat zien dat heel wat mensen in de praktijk vage doelen stellen en allerlei andere ineffectieve methodes gebruiken.

Aardig is Halvorsons visie op optimisme. Psychologisch onderzoek toont al jarenlang aan dat het helpt om met positieve verwachtingen naar het leven te kijken. Het maakt je onder meer gelukkiger en gezonder.

Ook als je doelen wilt halen, helpt het wanneer je gelooft dat je het kunt, stelt Halvorson. Maar simplistisch optimisme, waarbij bezwaren worden weggewuifd en moeilijkheden worden ontkend, is juist contraproductief. Wie gelooft dat het universum hem op de een of andere manier zal belonen voor zijn positieve denken, komt bedrogen uit.

Realistisch optimisme werkt wel. Realistische optimisten geloven in de overwinning en onderkennen tegelijkertijd dat de weg er naartoe lastig is en veel energie, moeite, denkwerk, planning en tijd zal kosten. Daardoor werken ze slimmer en harder aan het halen van hun doelen. Wat leidt tot (veel) betere resultaten. Eigenlijk heel Hollands: optimisme is goed, maar we moeten het niet overdrijven.

Halvorson laat zien dat je – ook in de VS – kunt scoren met dit type nuchter, genuanceerd en onderbouwd advies. Zolang je bereid bent om in gewone taal te communiceren, jezelf als wetenschapper niet overdreven belangrijk vindt en tegelijk de diepmenselijke fascinatie voor geluk en succes wél serieus neemt.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap