Uitgeputte Mollema ‘gewoon’ van start

Wielrenner Bauke Mollema, die gisteren op Alpe d’Huez met uitputtingsverschijnselen als 26ste finishte, is vanochtend in Bourg d’Oisans ‘gewoon’ van start gegaan in de negentiende etappe van de Tour de France.

Gisteravond twijfelde de ploegleiding van Belkin over al dan niet doorrijden van haar kopman, maar Mollema lijkt vastbesloten de honderdste Tour komende zondag in Parijs af te ronden. Hij zakte gisteren van de vierde naar de zesde plaats in het klassement en gelooft zelf ook niet meer in een podiumplaats op de Champs-Elyseés.

Mollema’s ploeggenoot en meesterknecht Laurens ten Dam eindigde gisteren als 37ste en duikelde in het klassement van de zevende naar de tiende plaats. Hij klaagde na afloop over vermoeidheid en pijntjes als gevolg van een valpartij in de tijdrit van woensdag. Mollema en Ten Dam stonden een week geleden nog in de topvijf. Met hun sterke rijden wakkerden ze een Tour-koorts in Nederland aan.

„We hebben twee klassementsrenners in de lappenmand”, zei Belkinploegleider Nico Verhoeven gisteravond tegen de NOS. Over Mollema zei hij in dezelfde tv-uitzending: „Na binnenkomst in het hotel was hij een wrak. Hij kon amper eten.”

Voor de etappe naar Alpe d’Huez had de ploeg zich gisterochtend al zorgen gemaakt of Mollema wel kon starten. Na de loodzware inspanning van stapte hij vanochtend in Bourg d’Oisans ook weer op de fiets, in de voorlaatste Alpen-etappe naar Le Grand-Bornand.

Voor beide Nederlanders duurt de Tour te lang. Ze hebben weinig ervaring met drie weken lang meestrijden om het klassement in een grote ronde.

Critici stellen dat de Tour uitrijden onmogelijk is op gewone voeding. Vooral de laatste week, met 27 beklimmingen in de Alpen, zou onmenselijk zwaar zijn. Veel van de dopingmiddelen die renners de voorbije decennia hebben gebruikt, zijn tevens herstelproducten. Mollema en Ten Dam zijn nooit in verband gebracht met dopegebruik.