Syriërs nu ‘luizen’ die Egypte uit moeten

Syriërs en Palestijnen in Egypte wordt verweten dat zij aanhangers van de afgezette president zijn. Het opendeurbeleid is teruggeschroefd.

Het zit Mohammed Abu Eyad niet mee. Sinds hij in mei met vrouw en kind via Libanon Syrië ontvluchtte, vreest hij nu in Egypte voor zijn veiligheid.

De dag na de afzetting van president Morsi werd Abu Eyad met drie andere Syriërs uit een busje gesleurd bij een legerpost in Alexandrië. „Ze hebben ons urenlang vastgehouden, ondervraagd en uitgescholden”, zegt hij. Abu Eyad kreeg te horen dat hij binnen 45 dagen het land uit moet.

Hij is slachtoffer van een hetze tegen Syriërs en Palestijnen in Egypte sinds de omverwerping van Morsi. Abu Eyad heeft de dubbele pech dat hij zowel Syriër als Palestijn is.

Onder Morsi hadden de Syriërs het goed in Egypte. Er was een opendeurbeleid voor vluchtelingen, en Morsi gaf hun toegang tot gratis onderwijs en gezondheidszorg. Palestijnen vielen niet onder het opendeurbeleid maar Abu Eyad zegt dat de autoriteiten een oogje dicht deden voor Palestijnen uit Syrië.

Egypte was de nieuwste bestemming voor Syrische vluchtelingen. De VN hebben er bijna 80.000 geregistreerd, maar vermoed wordt dat het er intussen honderdduizenden zijn.

De ommezwaai was bliksemsnel. De ochtend na Morsi’s afzetting werd een visumplicht ingevoerd. Op luchthavens overal in de regio werden Syriërs geweigerd. Ten minste één vlucht werd teruggestuurd.

Een visum aanvragen is praktisch onmogelijk omdat Morsi half juni de betrekkingen met Damascus verbrak. Morsi deed dat tijdens een rede die in het teken stond van Syrië. Hij schaarde zich resoluut achter de rebellen, en impliceerde dat hij het goed vond als Egyptenaren in Syrië tegen Assad gingen vechten.

Volgens sommigen was die rede de laatste druppel voor de legerleiding, die het al moeilijk had met Morsi’s talmende houding jegens jihadistische groepen, met name in de Sinaï, en met zijn vriendschappelijke banden met Hamas in Gaza.

Door Morsi’s toespraak waren de Syriërs en Palestijnen na diens val gebrandmerkt als zijn aanhangers. In de media gonsde het plotseling van geruchten dat de pro-Morsi-betogers Syriërs en Palestijnen waren. Een tv-presentator, Yousef al-Housseini, vergeleek hen met luizen en zei dat ze allemaal het land uitmoeten.

Ex-parlementslid Mostafa al-Guindi riep de Egyptenaren op tv op comités te vormen om de Syriërs en Palestijnen „op te hangen”. Daarover ondervraagd door deze krant, zegt Al-Guindi dat het videofragment dat op internet circuleert hem slecht citeert. „Ik had het niet over gewone mensen maar over Hamas en Syrische rebellen die onze mensen doodschieten in opdracht van de Moslimbroederschap. Die moeten dood, ja.”

Of dit waar is of niet maakt niet meer uit, zegt Sima Diab, een Syrische die al lang in Egypte woont en zich inzet voor vluchtelingen. „De perceptie is er, en de schade die is aangericht door de haatcampagne in de media is onomkeerbaar.”

Abu Eyad is radeloos. Hij komt uit Yarmouk, de Palestijnse buurt in Damascus die grotendeels is verwoest door het leger. Hij wordt in Syrië gezocht wegens activiteiten voor de oppositie. „Ik weet niet wat nu te doen. Ik kan onmogelijk terug naar Syrië. Voor mijzelf kan het mij niets schelen maar ik ben bang dat ze mijn vrouw en kind iets aandoen.”