Ruimte voor het leven

Het is tegendraads, de manier waarop De Revisor het nieuwe nummer presenteert. Net als vorige keren: helemaal niet, namelijk. Géén manifest, beginselverklaring, uitleg, statement. Een verzameling literaire teksten, dat is alles.

Geen uitleg over waar ‘De Groninger en zijn gronden’ vandaan komt, een theatraal, grappig, melodramatisch ‘heldengedicht’ van de vorig jaar overleden Nanne Tepper. Geen verklaring waarom een verhaal van Rob Waumans deze Revisor opent. De redactie zal het een goed verhaal gevonden hebben, en dat is het ook.

Er tussenin staan gedichten, van wat oudere (Martin Reints) en wat jongere (Martijn den Ouden) dichters. Essays – waaronder een leuk stuk van Arjen Fortuin die Louis Paul Boon herleest, de held van zijn jeugd, en zo ook zichzelf herleest: ‘ Het is een hebbelijkheid van critici om te denken dat ze een boek beter begrijpen dan degene die het heeft geschreven – zelfs als die critici nog amper baardgroei hebben.’

De redactie schrijft zelf ook: een melancholieke schets van Jan van Mersbergen, een impressionistisch verhaal over Den Haag van Erik Lindner, ‘De boomklimmer en de pechvogel’, een ongemakkelijke beschouwing over Vlaanderen van Bart Koubaa, en een essay met foto’s van Daan Stoffelsen, over onder anderen Nescio en Sebald, en ook een beetje in hun stijlen; geïllustreerd als Sebald, wandelend als Nescio in zijn dagboeken beschreef.

Alsof er niks aan de hand is met het literaire tijdschrift, is De Revisor gewoon een kleine 150 bladzijden ‘nieuwe Nederlandse literatuur’, zoals de ondertitel beloofd. Niet meer, niet minder. Over van alles, in allerlei stijlen.

Je zou het identiteitloos kunnen noemen, maar dat zou te simpel zijn. Want juist wanneer een tijdschrift stuurloos is, komen de beginselverklaringen los. In het geval van De Revisor lijkt het ontbreken van zo’n tekst het statement te zijn. Ze zijn wat ze willen zijn: nieuwe literatuur, en dat gaat dus over poëzie en opvoeden, maar ook over de kindermoordenaar Kim de Gelder en het Vlaams nationalisme. Dat is vooruitkijken, terugkijken, en uitzichtloos blijven. Het lijkt onmogelijk dat er niets in deze Revisor staat wat een literatuurliefhebber zou kunnen aanspreken en dat is dan misschien het statement: dat er in het leven altijd ruimte moet zijn voor literatuur; want in literatuur is altijd ruimte voor het leven.