Quinoa next shopt

Het wemelt in de winkels van de ‘verantwoorde’ producten en ‘gezonde keuzes’. Wat is het beste?

Reisde je tien jaar geleden door de Andes, dan waren die knolletjes in je soep een onaangename verrassing. Tegenwoordig is quinoa – ‘moeder aller granen’ volgens de Inca’s – makkelijker te krijgen bij de EkoPlaza dan op de hoogvlaktes in Peru. De ‘aardappel van de Andes’ wint snel aan populariteit. De NASA ontdekte het product al in 1993 en maakte het onderdeel van haar astronautendieet. Sinds een paar jaar gaat ook de rest van de westerse wereld om. De prijs van quinoa – tjokvol eiwit en anti-oxidanten – is verdriedubbeld sinds 2006. De Verenigde Naties hebben 2013 zelfs uitgeroepen tot ‘jaar van de quinoa’. Vanwege de hoge voedingswaarde leent het zich uitstekend voor de bestrijding van ondervoeding, aldus de VN.

Quinoa (spreek uit kien-wa, niet kie-no-wa) behoort tot de familie van superfoods als we de gezondheidsgoeroes mogen geloven. Maar superfoods, daar praat Roy van der Ploeg, woordvoerder van het Voedingscentrum, liever niet over. „Er is geen enkel voedingsmiddel dat de andere in zijn eentje vervangt of overstijgt. Het is juist de combinatie in de schijf van vijf die maakt dat je alle vitamines en voedingsstoffen binnenkrijgt.”

Quinoa geldt als bijzonder goede aanvulling op het dieet van vegetariërs en mensen met een glutenallergie. In tegenstelling tot de echte graansoorten – quinoa is familie van de bladspinazie – is dit korreltje bijzonder eiwitrijk, en bovendien glutenvrij. Positieve effecten die dit pseudograan worden toegedicht, zijn een goede darmwerking (vanwege de vezels), meer energie (door de vitamine B2) en een betere weerstand (door de mineralen en antioxidanten). De zaden lijken op graan. Ze worden ook op die manier in de keuken gebruikt.

Nrc.next zet de quinoa van Lassie (Albert Heijn) af tegen die van Joannus Molen (EkoPlaza) en EkoPlaza’s huismerk.

Lassie (Albert Heijn)

275 gram, 2,07 euro

Ga je quinoa onderling vergelijken, dan moet je volgens het Voedingscentrum op het percentage voedingsvezels en vetten in de verschillende soorten letten; dat is immers de reden dat je producten in deze categorie eet. Dan valt meteen op: er is weinig verschil. Lassies quinoa bevat net zoveel eiwit (14 gram), vet (6 gram) en voedingsvezels (7 gram, waarvan maar 0,7 procent verzadigd) als de andere twee.

Ook op gebied van duurzaamheid ontloopt het elkaar weinig. Alle drie de soorten hebben het ECO en het Europese NL - BIO - 01 keurmerk. Beide certificaten garanderen dat het product zonder chemische bestrijdingsmiddelen is geteeld en dat de granen niet genetisch zijn gemodificeerd. Lassies quinoa zit, net als die van Joannus Molen, in een pak van FSC – gerecycled – karton.

EkoPlaza Quinoa Zwart (huismerk)

500 gram, 6,49 euro

Quinoa is een van de weinige voedingsmiddelen die alle tien de essentiële aminozuren bevat die het lichaam niet zelf aanmaakt, maar wel nodig heeft. Quinoa is sowieso gezond. Als we toch onderscheid moeten maken, is de zwarte variant een tikje gezonder vanwege de extra anti-oxidanten in de schil, zegt plantenveredelaar bij Wageningen UR Robert van Loo. Die verhogen de weerstand en de gekleurde varianten – rood en in overtreffende trap zwart – hebben er iets meer van. Zwarte quinoa kan ook alleen in het wild met de hand worden geoogst en is rijker aan mineralen dan de andere varianten. De zwarte variant is ook duurder: een ton levert 8.000 dollar op, terwijl dat gemiddeld iets meer dan 3.000 dollar is volgens The Guardian.

De zwarte quinoa koopt Eko Plaza aan bij een coöperatie van kleinschalige Peruaanse boeren. Vergeleken met vlees of vis is quinoa duurzaam. Een koe heeft nou eenmaal meer voeding nodig dan een pseudograan dat leeft op mineralen, een klein beetje water, zonlicht en ijle lucht. Toch is er op die duurzaamheid wel wat aan te merken. Vanwege de hoge prijsstijging van met name zwarte quinoa zouden boeren de grond uitputten, schrijft de Deense wetenschapper S. E. Jacobsen in Journal of Agronomy and Crop Science in 2011. Na de teelt heeft de voedingsarme bodem van de Andes gemiddeld tien jaar nodig om te herstellen. Maar vanwege de ‘explosief groeiende populariteit’ verbouwen boeren nu vaak meteen het jaar erop weer quinoa op dezelfde grond, schrijft Jacobsen. Andere wetenschappers relativeren dat standpunt weer.

Joannus Molen Organic & Fair trade white quinoa (EkoPlaza),

350 gram, 4,15 euro

Bij de quinoa van Joannus Molen staat de mens centraal; er staat een Indianengezicht op de voorkant van de verpakking – ook van FSC karton. Als enige van de drie heeft deze quinoa het Fair Trade zegel. Dat is omdat de witte quinoa komt van boeren die zijn aangesloten bij de Boliviaanse ANAPQUI coöperatie. Op hun site vertellen zij wat ‘duurzaamheid’ voor hen in praktijk betekent. Ze krijgen een eerlijke prijs, die ze herinvesteren in landbouwmachines en onderwijs.

Toch is er in sociaal opzicht nog wel wat aan te merken op de quinoateelt. Boeren krijgen een goede prijs, maar de rest van de bevolking kan het gewas niet meer betalen, schrijft onder meer Jacobsen. De enorme prijsstijging leidt daarnaast tot conflicten over landeigendom.

Van Loo relativeert: „Het is gewoon handel.” Boeren in de Andes verdienen meer aan quinoa dan vervangend voedsel kost. Die vervangende graansoorten zijn droog bulkgoed, lang houdbaar en worden meestal per schip vervoerd. Scheepvracht veroorzaakt een stuk minder CO2-uitstoot dan transport over de weg. Daarom is quinoa uit Bolivia halen qua milieubelasting bijna even belastend als tarwe over de weg vervoeren vanuit Nederland, zegt voorlichtingsorganisatie over duurzaamheid Milieucentraal.