Ouderloos in het vooronder

Ilse Bos: Troep. Illustraties Linde Faas. Lemniscaat, 336 blz. €16,95. 8+

‘We waren zeven en we wisten best dat het ongebruikelijk was om op die leeftijd zonder ouders te leven.’ Aan het woord is Pola, hoofdpersoon in Troep, het aanstekelijke debuut van journaliste en juf Ilse Bos. Op de woensdagochtend ‘dat het verhaal begint’, is Pola inmiddels twaalf. Ze woont met haar twaalf broertjes en zusjes op een woonschip, de Blauwtje, op het puntje van een schiereiland. De broertjes en zusjes zijn, op een uitzondering na, geen bloedverwanten. Eén voor één kwamen ze aanlopen en de moeder van Pola, Taatje, ontfermde zich over hen.

Niet dat Taatje zich als een kloek gedraagt. Ze is nogal rusteloos, zwerft de wereld rond op zoek naar haar grote liefde Willem, maar onverantwoord is ze niet. Ze belt elke zaterdag stipt om vijf uur om te horen hoe het gaat. En ze vertrekt niet voor ze het geheime vooronder van de Blauwtje vol euro’s heeft gestort. En toch gaat het ‘Zorgbureau’ zich met de kindertroep bemoeien.

Ouders hoeven niet aanwezig te zijn om belangrijk te zijn, hygiëne is iets om grapjes over te maken (achtjarige Wally is vooral ‘goed in boeren, scheten laten, neus- en oorpeuteren’), op school leer je niet alles en een nieuwbouwhuis is iets waar klagerige kantoortypes in wonen. Dit soort milde recalcitrantie maakt Pola en haar lappendekenfamilie verre verwanten van de personages van Annie M.G. Schmidt. Ze zijn minstens zo eigenzinnig – maar Bos heeft haar Troep totaal hedendaags gemaakt.

Bovendien gaat ze fijn op de loop met de werkelijkheid. Zo zijn er opeens de Onbedoelden – zijn het insecten of hersenspinsels? Ze praten een geestig verhaspeld ambtenarenjargon: ‘inmiddels verblijf ik, uw dienstwillige dienaar’. Het wazige zusje Wolke, dat met pissebedden praat en ze zelfs bijvoert, is de eerste die contact maakt met de Onbedoelden, die later een belangrijke rol zullen spelen.

Kinderen van acht en ouder kunnen dit verhaal prima zelf lezen, maar de voorlezende volwassene kan zich ook vermaken met de verwijzingen naar het nu en de recente geschiedenis. De Blauwtje ligt aan de rafelrand van een niet nader genoemde stad, waarin je makkelijk het Amsterdam van de jaren negentig kunt herkennen, met het verlaten voormalig havengebied dat langzaam werd volgebouwd. Er wordt in Troep een ondergrondse metrolijn gebouwd en tegelijkertijd ontstaan er raadselachtige gaten in de bodem – aha, daar is de Noord-Zuidlijn en haar perikelen.

Speciale aandacht verdienen de prachtige, bonte en soms dromerige tekeningen van Linde Faas. Ze illustreerde al eerder kinderboeken, maar in dit rijk geïllustreerde boek komt haar stijl echt tot zijn recht.