Column

Het gaat toch om de klank

De vier acteurs van theatergroep De Warme Winkel zijn mijn hoop in bange dagen, alleen al omdat ze laten zien wat je met literatuur op het toneel kunt doen. Zo zag ik in de winter hun voorstelling Jandergrouwnd, gebaseerd op de roman Underground van Vladimir Makanin. Niet eerder had ik een Nederlands gezelschap zo goed het chaotische Rusland zien verbeelden als toen.

Vorige week bezocht ik hun voorstelling Poëten & Bandieten, die over het leven gaat van de Russische dichter Boris Ryzji.

Ryzji, die in 2001 op 26-jarige leeftijd zelfmoord pleegde, groeide op tijdens de perestrojka in het door gangsters geregeerde Jekaterinburg en werd mateloos aangetrokken door geweld. Zijn meeste gedichten gaan dan ook over vechtende kerels, wodkazuipen, kettingroken, gevangenissen en politiemannen – kortom over het eeuwige Rusland.

Nu is zijn werk mooi vertaald door Anne Stoffel, maar zoals bij veel Russische poëzie haalt zelfs zo’n vertaling het niet bij het origineel, omdat je alleen in het Russisch de dramatiek ervan kunt voelen.

Maar nu was daar De Warme Winkel. Hun stuk begon geestig, met het bellen van willekeurige burgers uit het telefoonboek, aan wie een gedicht van Ryzji werd voorgelezen. Het was jaloersmakend, want zo wil ik iedere avond wel in slaap gezongen worden. Daarna werd Ryzji’s leven op zo’n indringende manier vertolkt dat ik twee uur lang gegijzeld werd door het leed van een vereenzaamde ziel, zoals je die in Rusland ook al zo vaak tegenkomt.

En toen was er dat ‘circusmoment’, waarin Jeroen de Man Ryzji’s gedicht ‘Ode’ aan flarden scheurde door alle woorden ervan belachelijk te maken. Ik moest erom lachen en schaamde me tegelijkertijd, omdat dat gedicht zo ongelooflijk mooi is. Gelukkig besefte ook De Warme Winkel dat, want aan het slot van zijn tirade sloeg De Man om en zei: ‘En wat rest er dan? Alleen klank!’ De acteurs schaarden zich nu in een kring en declameerden unisono de magische woorden: ‘Nacht. Een ster. Klabakken rijden/ rond. Hun autolampen glijden/ door de straten en de kuilen,/ langs een muur, een boom, een heg,/ en als boze dromen schuilen / griezels in de schaduw weg.’ Etc. En in die paar minuten begreep ik wat je allemaal met poëzie kunt doen en vooral wat poëzie vermag. Ik buig dan ook diep voor die vier acteurs die het ongelukkige Rusland zo goed begrijpen.