Hakken in het snackmoeras

Tijdens de bouwvak is een kalksteengroeve in Winterswijk terrein van paleontologen. Ze zoeken er fossielen van voor het dinotijdperk.

Het in maart ontdekte fossiel van de Palatodonta bleekeri, een zeereptiel van 245 miljoen jaar geleden. Foto Universität Zürich

Vanaf aankomende zaterdag hakt in Winterswijk een groep Nederlandse en Duitse geologen tien dagen aaneengesloten naar fossielen. De onderzoekers gaan aan de slag in de hoop nieuwe soorten te ontdekken en nog meer inzicht te verwerven in de ontwikkeling van het leven op aarde.

De groeve van Winterswijk heeft al eerder voor mooie vondsten gezorgd. Een fossiel schedeltje dat door een amateur-geoloog in de plaatselijke kalksteengroeve ontdekt was, bleek in maart dit jaar afkomstig van een levensvorm waar geologen al jaren naar op zoek waren. De Palatodonta bleekeri (de gehemeltetandige van Bleeker, genoemd naar de ontdekker) was een zwemmend zeereptiel dat zo’n 245 miljoen jaar geleden leefde. Een voorvader van een inmiddels uitgestorven zeedierengroep, de placodonten. De schelpenetende placodonten hadden een opmerkelijk gebit: twee rijen scherpe tandjes op de bovenkaak, en een rij platte maalkiezen op de onderkaak. De vondst van de Palatodonta bleekeri verschafte geologen inzicht in de vroege evolutie van deze zeediergroep.

In voorgaande zomers hebben paleontologen van de Vrije Universiteit en de Universiteit Utrecht eveneens staan hakken, samen met collega’s van Universität Bonn. Opgravingsleider Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: „De groep wordt elk jaar groter.” Aan die universiteit zal de fossielinhoud van de losgehakte brokken kalksteen de komende maanden worden geanalyseerd. Reumer: „Dat doen we dus niet in de groeve – komende week gaat het vooral om het fysieke werk.”

De onderzoekers verwachten zowel fossielen van land- als zeereptielen te vinden. Emeritus hoogleraar paleontologie Bert Boekschoten van de VU, enthousiast volger van de opgraving: „De kalk van Winterswijk is ontstaan door blauwwierenbloei in een zogeheten sabkha – een soort tropisch zoutmoeras. In eerdere jaren hebben we botfragmenten van zeereptielen gevonden en voetafdrukken van landsauriërs. De hypothese is nu dat die landsoorten kwamen pootjebaden in de ondiepe zoutmoerassen om eens lekker te snacken en zich tegoed te doen aan kadavers van zeedieren. Hoe meer fossielen we vinden, des te groter de kans dat we deze hypothese kunnen onderbouwen.”

De groeve van Winterswijk is 300 meter lang en 30 meter diep en zit boordevol prehistorische reptielen. „Oerdino’s”, in de woorden van Boekschoten, want om als echte dinosauriërs te worden beschreven zijn de Winterswijkse fossielen net een paar miljoen jaar te oud. De kalksteen in de groeve komt uit het Midden-Trias en heeft een ouderdom van 236 tot 240 miljoen jaar. Het tijdperk van de dinosauriërs (ofwel ‘geduchte reptielen’) begon officieel pas rond 230 miljoen jaar geleden in het Boven-Trias. Toen pas ontstonden de soorten die hun poten niet aan weerszijden van hun lichaam hadden, maar eronder – en juist dat is een van de kenmerken die dinosauriërs van andere reptielen onderscheidt. De Winterswijkse zeereptielen behoorden tot de Sauropterygia, een orde die later is uitgestorven. Zo was er de Nothosaurus winterswijkensis, die zo’n anderhalve meter lang kon worden en er een amfibische levensstijl op nahield. Enkele jaren geleden vonden paleontologen in de groeve een vrijwel perfect bewaarde schedel van deze soort.

Dat de geologen juist nu aan de slag gaan, komt doordat de groeve normaliter wordt gebruikt voor kalksteenwinning. Door het jaar heen wordt het gesteente (inclusief eventuele fossielen) zonder pardon fijngemalen tot grijs gruis en vervolgens gebruikt als kunstmest of bindmiddel voor asfalt. Boekschoten: „Zonde, maar ik ben blij dat we ’s zomers in de groeve mogen. Een van de grondleggers van de opgravingen, Henk Oosterink, heeft er onlangs zelfs fossiele kwallen gevonden. Spectaculair, want weekdieren als kwallen fossiliseren in principe nooit omdat ze alleen uit zachte delen bestaan – en die rotten weg in contact met zuurstof. Deze exemplaren moeten in heel rap tempo onder het sediment bedolven zijn.” Naast de professionele opgraving tijdens de bouwvak is er incidenteel ook gelegenheid voor amateurs om fossielen te zoeken: tussen april en november is de groeve elke eerste zaterdag van de maand geopend voor bezoekers.

Winterswijk is niet de enige groeve in Nederland waar fossielen worden gevonden – in de groeve van de Limburgse cementfabriek ENCI werd vorig najaar nog een mosasaurus opgegraven.