Een beetje zuipen en schreeuwen

Oranje-carnaval in bocht zeven op Alpe d’Huez. De Nederlanders genieten, maar klachten zijn er ook. „Renners uitjouwen en blokkeren. Triest.”

Geen enkele Nederlander eindigde in de etappe naar Alpe d’Huez in de top twintig, maar dat was niet waarom Nederland in het nieuws was in de Tour de France. Oud-wielrenner Robbie McEwen twitterde gistermiddag „aan de kleine minderheid van ‘fans’ in de Nederlandse bocht” dat ze zichzelf en hun land „te schande” hebben gemaakt. „Renners uitjouwen en blokkeren. Triest.”

De zevende bocht op de klim naar Alpe d’Huez, van bovenaf gezien, staat internationaal bekend als ‘de Nederlandse bocht’. Alle 21 bochten staan het vol met fans, maar in de zevende begeven de renners zich door een in het oranje gestoken, aangeschoten meute. Uit de speakers klinken schlagers. Mannen met kort haar springen op volgauto’s. Een Franse gendarme probeert in haar eentje de menigte te bedwingen.

Het zijn niet alleen Nederlanders die het de renners zwaar maken. Zo kijkt de Australiër Richie Porte (Sky) geërgerd om als hij met zijn stuur blijft haken in een Japanse vlag. Tot aan de Franse ritwinnaar Christophe Riblon (AG2R) aan toe moeten de renners de supporters van zich afslaan als hinderlijke vliegen. Enkele malen staan coureurs zelfs stil doordat het publiek ter linker- en rechterzijde van het parcours elkaar in het midden ontmoet.

Ook de beste Nederlander in Alpe d’Huez, Wout Poels van Vacansoleil, staat stil in bocht zeven. Maar, zo vertelt hij na afloop, de aanmoedigingen van landgenoten motiveren hem alleen maar. „Als ze maar op tijd aan de kant springen. En dat deden ze gelukkig. Ik zag mijn vrienden hier staan. Het lijkt me wel leuk om de hele dag een beetje te zuipen en te schreeuwen.”

Twee keer moeten de renners de berg op. Koen de Kort en Tom Dumoulin (beiden Argos-Shimano) komen samen boven, ruim 25 minuten na de etappewinnaar. De etappe is „een van de mooiste dagen uit mijn carrière”, zegt De Kort. „Dit is echt schitterend om mee te mogen maken. Je maakt het niet al te vaak mee in je carrière. Als je de kans krijgt, moet je er zo veel mogelijk van genieten. Mijn broer en zus waren er, en veel vrienden.”

Een voordeel voor de Nederlandse renners is dat de oranjefans hun gunstig gezind zijn. „Ik heb niet al te hard hoeven te trappen”, zegt Dumoulin. De Kort: „Iedereen werd gek. We zweepten ze nog een beetje op. Dan word je inderdaad behoorlijk geduwd.”

Als Johnny Hoogerland (Vacansoleil) bocht zeven nadert, gaat hij „tweehonderd meter” achter de groep rijden waarin hij op dat moment zit. „Ik dacht: dan zit ik er na de bocht wel weer bij. Even mijn benen strekken.” Toch kan dat ook eng zijn, aldus de Nederlands kampioen op de weg. „Als ze je duwen, is het niet erg. Maar als ze je aan de zijkant duwen... Voor hetzelfde geld duwen ze je van je fiets af. Als de één je links duwt en de ander je rechts, dan ben je snel je evenwicht kwijt. Maar er is niks geks gebeurd.”

Na afloop van de etappe ligt bocht zeven bezaaid met lege bierblikjes. Uit de bosjes stijgt een penetrante urinelucht op. Het was feest op de Alp.