Detroit zette alles op de auto, nu is de stad failliet. Hoe kon dit gebeuren?

Detroit van boven. Foto EPA / Jeff Kowalsky

Detroit vroeg gisteren faillissement aan. Niet eerder was het failliet van een Amerikaanse stad zo omvangrijk: de schuldenlast wordt geschat op 18 miljard dollar. In zestig jaar kromp de bevolking van 1,8 miljoen naar amper 700.000. Straten zijn verlaten, wie achterbleef is vaak werkloos. Hoe is dit gebeurd?

Het is zeldzaam dat een Amerikaanse stad failliet gaat, maar in Detroit gaat het al heel lang heel slecht. In de periode tussen 2008 en 2012 gaf de stad jaarlijks gemiddeld 100 miljoen dollar meer uit dan er binnenkwam, schreef buitenlandredacteur Tom Kreling vorige maand in NRC. Vorig jaar kon de stad het hoofd alleen maar boven water houden omdat de Bank of America 80 miljoen dollar uitleende.

Opkomst én ondergang dankzij de auto

De omvang van het faillissement is enorm. In de laatste zestig jaar gingen zes Amerikaanse steden en districten failliet - één geval uit 1994 uitgezonderd allemaal in de afgelopen vijf jaar. Jefferson County stond in dat lijstje het diepst in het rood: met naar schatting 4,2 miljard dollar schuld vroeg het district in Alabama met zo’n 660.000 inwoners in november 2011 faillissement aan. Detroit gaat daar flink overheen: de geschatte schuld bedraagt 18 miljard dollar, schreef The New York Times gisteren. De aangestelde schuldenexpert, Kevin Orr, heeft het over 15,2 miljard dollar.

Hoe heeft het zover kunnen komen?

“Detroit is het schoolvoorbeeld van een miljoenenstad die opkwam en ten onder ging met één soort bedrijvigheid”, schreef Geert Mak in Reizen zonder John (2012). De stad werd aan het begin van de twintigste eeuw The Motor City. Henry Ford richtte in 1903 aan Mack Avenue zijn Ford Motor Company op, waar in de eerste jaren een paar auto’s per dag werden gemaakt. Ook Chrysler en General Motors maakten van Detroit hun thuishaven.

Het werd dankzij De Grote Drie de autohoofdstad van de wereld, met meer dan tweehonderd fabrieken voor auto’s, motoren en onderdelen. De bevolking groeide in een rap tempo omdat zwarte arbeiders vanuit het zuiden van de VS naar Detroit kwamen voor de zekerheid van een baan in de auto-industrie.

De fabriek van Henry Ford in 1914.

De fabriek van Henry Ford in 1914. Foto Hollandse Hoogte

Toen de VS zich met de Tweede Wereldoorlog begonnen te bemoeien, zag president Franklin D. Roosevelt Detroit als ‘het arsenaal van de democratie’. Anders gezegd: de vele autofabrieken zouden dienst moeten doen als wapenfabrikant. Ford stampte een fabriek voor bommenwerpers uit de grond (met 40.000 mensen in dienst), maar er werden in de stad ook grote aantallen tanks en vliegtuigen gemaakt.

In 1950 was Detroit dankzij de bloeiende industrie met 1,8 miljoen inwoners de vierde stad van Amerika.

Daarna ging het bergafwaarts.

Een huis kost soms nog maar 1.000 dollar

De Amerikaanse autofabrikanten kregen in de jaren zeventig en tachtig concurrentie van (onder meer) Japanse merken. De fabrieken ontsloegen hun werknemers, verhuisden de banen naar het buitenland, automatiseerden of gingen dicht. Niet langer was Detroit de stad voor een baan met zekerheid en het stichten van een gezin.

Mensen verlieten het centrum. Ze verhuisden naar een andere stad of naar een buitenwijk - wat door ingewikkelde regelgeving betekende dat hun belastinggeld niet meer in de stadskas terechtkwam.

Grand River Avenue, Detroit, in maart van dit jaar.

Grand River Avenue, Detroit, in maart van dit jaar. Foto EPA / Jeff Kowalsky

De economische crisis die in 2008 begon, maakte alles nog erger. Mensen lieten in een nog hoger tempo hun huis achter en de banken bleven ermee zitten, waardoor de markt instortte en de prijzen kelderden naar een gemiddelde van 15.000 dollar. Maar, zoals Mak schreef: “Met wat geluk kun je hier voor 1.000 dollar ook al iets op de kop tikken.”

Stad van de auto’s groeide in de breedte, niet in de hoogte

Uiteraard brachten de werkloosheid en bijbehorende uitkeringskosten de stad nog verder in de problemen. Straatverlichting bleef uit, alarmdiensten reageerden traag of niet, politie en brandweer waren niet voldoende aanwezig, hele buurten raakten in verval en werden achtergelaten. Detroit werd arm, erg arm. In de armste wijken, waar mensen simpelweg niet weg konden omdat ze er geen geld voor hadden, steeg de criminaliteit.

Bovendien is de stad uitgesmeerd over een groot gebied, zo’n 222 vierkante kilometer. Als stad van de auto’s was het namelijk altijd logischer om in de breedte uit te breiden, in plaats van in de hoogte zoals andere steden. Ook dat levert nu een strop op: in gebieden waar nauwelijks mensen wonen moet Detroit nog wel gas, water en licht leveren.

Van de 1,8 miljoen inwoners die Detroit in 1950 had, waren er vorig jaar nog 685.000 over. Naar schatting 78.000 gebouwen staan leeg, waarvan er 38.000 op instorten staan. Het lijkt of ruin porn, de term die je op internet tegenkomt als het over de griezelige schoonheid van vervallen gebouwen en straten gaat, voor Detroit is uitgevonden.

Om met Geert Mak af te sluiten: “Het is een moderne spookstad geworden, het postmoderne Tsjernobyl van de Verenigde Staten.”

Lees en zie ook deze artikelen en fotoseries

Meer lezen, luisteren en zien: