De oude koning is ontmoedigd

België krijgt zondag a.s. de jonge koning Filip. Zijn vader liet zich niet van een troonsafstand weerhouden. Terecht, want er waren nogal wat aanwijzigingen dat Albert controle miste.

De Belgische koning Albert II houdt zijn kersttoespraak op 24 december 2012 Foto Benoit Doppagne

Op recepties werd er de afgelopen tijd een stoel klaargezet voor de Belgische koning Albert. En hij bleef, tegen zijn gewoonte in, maar heel kort. Politici en diplomaten zagen dan een oude, uitgeputte man. Hij is ook bijna tachtig en heeft al veel lichamelijke klachten. Niemand in België vindt het dan ook gek dat hij komend weekend afstand doet van de troon.

In Albert II, de biografie laat emeritus hoogleraar nieuwste geschiedenis Mark Van den Wijngaert een heel andere kant zien van Alberts vermoeidheid: de koning leek de afgelopen jaren niet meer goed te kunnen inschatten welke kant het op ging met de Belgische politiek en raakte de controle over zijn familie kwijt. Hij maakte zich kwetsbaar door twijfelachtige keuzes tijdens de formaties, waarbij hij steeds andere bemiddelaars aanwees, en vooral ook door zijn omstreden kersttoespraak in 2012. Daarin viel hij de Vlaams-nationalistische N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie, red.) hard aan, zonder de naam van die partij te noemen. ‘Albert ontbloot daarmee zelf de kroon’, volgens Van den Wijngaert. Als koning van België moest hij juist boven de partijen en de deelstaten staan.

Het is een beeld van Albert dat geen aandacht kreeg sinds hij begin deze maand bekendmaakte dat hij aftrad. Er werden toen vooral twijfels geuit over de volgende koning, Alberts oudste zoon Filip: heeft die wel genoeg politiek gevoel voor het ingewikkelde en ernstig verdeelde België?

Kwaad

Volgend voorjaar zijn er in België regionale en landelijke verkiezingen, die zo goed als zeker tot een politieke crisis zullen leiden, net als na de verkiezingen van 2010 – de regeringsvorming duurde toen anderhalf jaar. Premier Elio Di Rupo heeft niet voor niets tot het laatst geprobeerd om Albert op andere gedachten te brengen.

Van den Wijngaert draait het om: het was juist Albert die steeds vaker politiek gevoel leek te missen en geen zin meer had in de volgende crisis. In de zomer van 2011 was hij een keer openlijk kwaad omdat het de partijen maar niet lukte om samen te werken. Of misschien koos hij de verkeerde adviseurs: politici van de vorige generatie, zoals oud-premier Jean-Luc Dehaene. Albert leek niet te kunnen begrijpen dat de nieuwe generatie politieke leiders zich vooral nog druk maakt over de eigen kiezers in hun eigen deel van het land.

Albert had bij zijn aantreden twintig jaar geleden, na de dood van zijn broer Boudewijn, wel meteen geaccepteerd dat België een federaal land was geworden met eigen bevoegdheden voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Maar hij bleef zeggen dat het om ‘eenheid in verscheidenheid’ ging: de bevolkingsgroepen moesten proberen om elkaar te begrijpen en te respecteren.

De koninklijke familie is Franstalig, maar Albert deed zijn best om Vlaanderen veel aandacht te geven. Hij spreekt ook goed Nederlands. Door zijn kersttoespraak over het gevaar van populisme en zijn vergelijking met de jaren dertig – waarmee hij volgens heel Vlaanderen de N-VA op het oog had – liet Albert zich volgens Van den Wijngaert kennen van zijn meest Franstalige kant. In het zuidelijke landsdeel werd zijn waarschuwing normaal gevonden en ook de politiek verantwoordelijke Di Rupo, een Franstalige socialist, zag niet in wat het probleem precies was.

Grootste partij

De N-VA, die een onafhankelijke republiek Vlaanderen wil, is de grootste partij van België en van een afstand is het nauwelijks te begrijpen dat je er als koning voor kiest om die in de hoek te zetten. De partij komt daar dan zeker sterker uit: N-VA-leider Bart De Wever speelt graag Calimero en hij weet wat dat hem oplevert. Ook de adviseurs van Albert zouden dat kunnen weten.

Van den Wijngaert schreef een helder en feitelijk boek dat ook voor niet-Belgen goed te volgen is. Hij geeft weinig commentaar, de duiding zit vooral in het levensverhaal van Albert en de politieke ontwikkelingen in België. Albert was niet voorbestemd om koning te worden, Filip vond zelf dat hij al twintig jaar geleden klaar was om zijn kinderloze oom Boudewijn op te volgen, maar de Belgische regering besliste anders: het werd Albert.

Die had zich daar niet op voorbereid en leunde zwaar op de kabinetschef van Boudewijn. Maar hij was vriendelijk voor zijn onderdanen, hij was vrolijk en maakte zich ook oprecht zorgen over het voortbestaan van België. Als prins had hij voor België handelsmissies geleid. Maar in die tijd verwaarloosde hij zijn drie kinderen, Filip, Astrid en Laurent. Hij was bijna nooit thuis en had achttien jaar lang een minnares met wie hij een dochter kreeg. Ook zijn vrouw Paola ging haar eigen gang.

Astrid heeft nog wel haar best gedaan om haar ouders bij elkaar te brengen, Filip en Laurent hebben ook nu nog een slechte relatie met Albert en Paola. Laurent ontwikkelde zich tot een ongeleid projectiel voor wie de regering speciale regels bedacht: als hij nog eens zonder toestemming op reis zou gaan en als prins contacten zou leggen voor zijn eigen projecten, dan raakte hij zijn overheidstoelage kwijt.

Filip deed onhandige politieke uitspraken en Albert reageerde op alle ophef door nog meer afstand te nemen. Van den Wijngaert schrijft dat prins Laurent alleen nog maar welkom is bij koningin Fabiola, de weduwe van Boudewijn. Die raakte op haar beurt in opspraak: ze had een fonds opgericht dat bedoeld zou zijn om belasting te ontwijken.

In een toespraak op zijn laatste nieuwjaarsreceptie noemde Albert zichzelf ‘bedroefd’ over de ‘familiale gebeurtenissen’. Hij verloor de grip op de Belgische politiek en had nauwelijks nog gezag in zijn eigen familie. Hij raakte ‘ontmoedigd’, schrijft biograaf Van den Wijngaert. Albert vond dat het mooi genoeg was geweest.