De nieuwe Van der Weijden

Ferry Weertman zwemt maandag op de WK in Barcelona tien kilometer in open water. Kenners vergelijken hem met Maarten van der Weijden.

Ferry Weertman: „Het mooiste is dat de beste zwemmer niet automatisch wint.” Foto Andreas Terlaak

Het is dat spel waarvan hij het meest geniet: de ene keer de tegenstanders irriteren met een tempoversnelling, de andere keer energiezuinig mee zwemmen in hun kielzog, wachtend op een verwoestende eindsprint.

De ogen van Ferry Weertman (21) stralen als hij praat over racetactiek, koud water of hoge golven. Of de wereldbeker in het Argentijnse Viedma, waar honderden enthousiaste fans tot hun middel in het water staan om de zwemmers aan te moedigen. „Het mooiste aan deze sport is dat de beste zwemmer niet automatisch wint. Je moet slim zijn, je moet op de goede plek zwemmen en je moet het kunnen afmaken met een sprint.”

Na een aantal magere jaren heeft bondscoach Marcel Wouda eindelijk weer een serieuze troef in het openwaterzwemmen. Uit het niets werd het tijdens de Spelen van Beijing (2008) in Nederland een bekende sport, na die gouden tien kilometer van Maarten van der Weijden.

Wouda, die Van der Weijden destijds begeleidde, deinst er niet terug Weertman te vergelijken met diens grote voorbeeld. „Ferry is een beresterke kerel, technisch vaardig en uiterst gedreven”, zegt hij in het nationale trainingscentrum in Eindhoven. „En hij is heel intelligent. Dat helpt echt in deze sport. Je moet race-intelligentie hebben. Dat heb ik ook gemerkt bij Maarten, die was extreem slim. Ferry heeft daar wel wat van weg. En hij heeft een veel betere eindsprint dan Maarten had.”

Wouda kijkt al anderhalf jaar met stijgende verbazing naar de ontwikkeling die de zwemmer uit Naarden doormaakt. „Echt verbazingwekkend. Hij is als een komeet gekomen.”

Vorige maand liet Weertman al zien waartoe hij in staat is. Tijdens de Open Franse kampioenschappen haalde hij zijn eerste internationale titel, op de vijf kilometer. Een week later werd hij bij testwedstrijden voor de WK in Barcelona tweede achter de Griek Spyros Gianniotis, de wereldkampioen op de tien kilometer, de olympische afstand.

Alles wijst erop dat zijn eigen tien kilometer hem beter bevalt dan de vijf, zegt Weertman. Daarop zal hij zich volledig richten. Waar voorgangers als Van der Weijden, Edith van Dijk en Linsy Heister ook de 25 kilometer in hun repertoire hadden, slaat Weertman die echte marathons over. Sinds de tien kilometer in 2008 de olympische status kreeg is het bijna twee uur durende nummer veranderd. Weertman: „Het wordt steeds minder een marathon, omdat het veld breder wordt. Steeds meer zwemmers zijn afkomstig van de 1.500 meter in het zwembad.”

Daar, in De Tongelreep in Eindhoven, werkt Weertman zelf ook zijn trainingen af, gemiddeld zo’n zeventig kilometer per week. Dat lijkt veel, veertienhonderd baantjes in een vijftigmeterbad, de concurrentie maakt veel meer kilometers, verzekert hij. „In het buitenland zwemmen ze allemaal honderd kilometer per week.”

Dat is een bewust keuze, zegt Wouda. „Ik breng hem rustig. Hij zwemt nog niet de kilometers die Maarten zwom. Ferry is wat gespierder dan Maarten. Daarom ben ik bang dat ik meer afbreek dan opbouw bij Ferry. Misschien kan hij dat over één of twee jaar wel aan.”

Weertman, die tijdens de WK in Barcelona alleen de tien kilometer zwemt, komende maandag, liet zich inspireren door Van der Weijden. „Ik bekijk nog regelmatig zijn eindsprint in Beijing, dat blijft mooi om te zien. Daar zou ik elke dag naar kunnen kijken. Het hele verhaal, met het hoogtetentje, zijn anti-jetlagbril. Hij was nooit de absolute favoriet. En op dat ene moment vielen alle stukjes in elkaar.”

In Barcelona hoopt Weertman op een plek in de topacht, die hem de A-status zou opleveren. „Als ik een goede race zwem, moet dat lukken”, denkt hij. Het zou hem goed uitkomen, die voor sporters magische status die recht geeft op een – bescheiden – inkomen. Want tot nu toe heeft hij alleen maar geïnvesteerd in zijn sport. „Je verdient niks, je geeft alleen maar geld uit. Mijn ouders betalen mijn huur in Eindhoven en geven wat geld voor eten. Je kunt er eigenlijk niks bij doen, misschien een beetje studeren, maar betaald werk is er niet bij.”

Voorlopig redt hij zich wel in Eindhoven, waar hij de afgelopen tijd trainde in de nabijheid van zijn vriendin, langebaanzwemster Sharon van Rouwendaal. Maar die vertrekt na de zomer naar Narbonne in Frankrijk, na een teleurstellend jaar. „Ze vond het niet leuk meer, ze wil harder trainen dan we in Nederland doen. Maar ik ga sowieso dit jaar niet mee. Ik heb er wel over nagedacht. Maar ik heb dit jaar een hele grote stap gemaakt en hoop dat volgend jaar weer te doen. Dat ga ik niet op het spel zetten.”