De menselijke maat

Kasper van Kooten ziette veel grafieken en cameragegoochel tijdens de Tour de France. Hij geeft de voorkeur aan beelden van de wijze waarop toeschouwers hun bewondering tonen voor de man op de fiets.

Al honderd jaar betuigen mensen met kunst van stro en blote voeten hun dank aan die andere mens op dat fietsje. Foto Reuters

In superslomo de fietswissel van de bij-de-tijd-rijdende Mollema kunnen bekijken, de calorieverbrandingsexcessen van d’oude Voigt middels elliptisch vormgegeven staafgrafieken voorgeschoteld krijgen, de gigantische druk op de te vroeg weggesprongen Quintana zichtbaar zien toenemen door digitaal becijferde kilowatts of een nachtcamera recht in de Afrikaanse neusvleugels van een door zijn ovale voorblad dehydrerende Froome zien verdwijnen, het is allemaal mogelijk.

De techniek staat voor niets en de firma Dijkstra & Ducrot vertelt u er in met ’t jaar poëtischer wordend vakjargon graag wat meer over. Echter, al deze staaltjes digi-finesse halen het niet bij het kijken naar de analoge mens. En die komt weer helemaal terug. Ik leg dat uit.

We zien een op het eerste gezicht wat gratuit shot van een weiland. Eén chagrijnige Drôme-knol heeft zojuist voor camera 14 (in de heli) zijn kunstje gedaan door drie passen slappe draf te zetten. Het is te warm. De koers zit op slot, er is een tijdelijk tekort aan kastelen en de cameraman denkt: „Ik ga even wat voor mezelf doen”. Hij laat het wijde shot staan en rookt een Gauloise. De Franse regie is een verse spuit aan ’t zetten en onze commentatoren zwijgen ook even (ik visualiseer Ducrot, zo stil mogelijk knabbelend aan een roze koek).

Plots zie ik iets bijzonders: in een weiland is van strobalen de woorden ‘Tour de France’ bij elkaar gerold. Eronder ligt, plat in 2D, een reuzenfiets. Lief, daar hebben mensen moeite voor gedaan, denk ik. En dan, uit het niets, beginnen allebei de wielen van de grote vriendelijke reuzenfiets te draaien.

Als ik twee seconden langer kijk, zie ik tientallen ménsen in het wiel zitten. Mensen die samen twee perfecte cirkels vormen en op een voor ons onzichtbaar en onhoorbaar commando precies tegelijk dezelfde kant op zijn gaan rennen. Behalve eentje natuurlijk, want je hoort het voor je: „Nee François, kind van een varken! Wat hadden we nu gezegd?! Linksom draaien, nomdedieu!”

De leider van dit visuele spektakel moet verduiveld goed snappen hoe televisie werkt. Een wegens bezuinigingen ontslagen regisseur van France2 die zo zijn gram haalt? Hij kreeg twee hele dorpen samen: mannen zonder tanden, mannen zonder baan, vrouwen met moeilijke voeten, kinderen zonder vakantie, honderd mensen die mij een onvergetelijk analoog beeld geven op mijn HD-tv. Even geen technisch gecijfer en hyperclose beelden van carbon. Nee, stro en mensen!

„De menselijke maat is terug in het wielrennen”, hoor ik D&D steeds zeggen in hun commentaar. Het D-woord mijden D&D angstvallig en dat is maar goed ook. 3 D’s is te veel. Maar de menselijke maat is nooit weggeweest, want al honderd jaar betuigen mensen in opperste bewondering en met kunst van stro en blote voeten hun dank aan die andere mens op dat fietsje, de wielrenner die onzichtbaar werd door alle onmenselijke mogelijkheden; de metingen, de techniek, de dokters, de warmte-gestuurde ultra-3D-minicam in het hol van Andy (of Frank) Schleck. Een fietswissel in een tijdrit?! Precies daardoor wist Bauke de remmen even niet meer te zitten en reed (zeer beheerst) het publiek in.

Maar er is hoop!

De tip: deze grote, wijde shots laten staan en de mens zélf weer zijn magistrale werk erin laten doen. Al sinds de uitvinding van het bewegende beeld, de film, is dat het mooist. Bij Chaplin en Keaton, ook bijna honderd jaar oud, of later bij Tati kregen we toch ook geen close-up van zijn achteras?

Nee, we zagen en zien nog steeds het liefst het totaal van die ene man op die fiets, op die enorme trein, in die onafzienbare stad of in dat onmetelijke landschap: de mens in al zijn kleine grootsheid, met een aandoenlijk plan om aan zijn omgeving te ontsnappen.

En ik heb in mijn oortje horen fluisteren dat die mens aan het terugkomen is, dus ik houd even in nu. Dan maar linkeballen.

Kasper van Kooten is cabaretier en schrijver