Biechten bij Paul Newman

Willy Vlautin

Allison Johnson, een vrouw van 22, een meisje nog eigenlijk, slaat eindelijk op de vlucht voor haar vriendje Jimmy Bodie, een racistische alcoholist die haar verkracht, mishandelt en die bovendien aan de drugs is. Maar ze is wel zwanger van hem. Van Las Vegas reist ze naar Reno in Nevada, van de ene gokstad naar de andere, op zoek naar een abortuskliniek – het is maar de vraag of het een verbetering zal zijn.

Op de vlucht, on the road en richting het noorden, het is een mooi gegeven voor een ‘road novel’, een genre dat goed past bij het kale zuidwesten van Amerika, en bovendien een genre waarin Willy Vlautin excelleert, zowel in zijn romans als in zijn muziek.

Het zojuist in vertaling verschenen Noordwaarts is niet zijn nieuwe roman, want na het mooie De ruwe weg, uit 2010 (Boeken, 26.05.2011), heeft hij er geen meer geschreven. Noordwaarts (2008) was zijn tweede boek na het goed ontvangen (en ook al zeer geslaagde) romandebuut Motelleven (2007). Niks geen ‘moeilijke tweede’, Noordwaarts leest alsof Vlautin het uit zijn mouw heeft geschud.

Het decor is vertrouwd en de personages klinken vertrouwd, niet alleen met echo’s uit Vlautins andere werk, maar ook uit de verhalen van Raymond Carver, de romans van John Steinbeck, de films van Jim Jarmusch of de muziek van Tom Waits, want associaties met film en muziek liggen net zozeer voor de hand als die met literatuur. Zijn liedjes (die hij uitvoert met zijn band Richmond Fontaine) zijn vaak nauwelijks minder literair dan zijn romans.

Soundtrack

Het lijkt Vlautin weinig uit te maken; hij neemt als schrijver ook totaal geen afstand van zijn ‘andere’ carrière. Integendeel, nog nooit heeft Vlautin zich zo nadrukkelijk als muzikant gepresenteerd als in deze ‘Americana novel’ Noordwaarts: er zit een soundtrack bij het boek, die hij maakte met hulp van zijn bandleden. Kale, muziek waarin vooral de pedal steel gitaar de aandacht opeist, dat huilerige countryinstrument dat overal een laagje verdriet overheen legt.

Maar ondanks al die voorbeelden en associaties heeft Vlautin wel degelijk een eigen toon, die zich misschien het best laat omschrijven als de schijnbare helderheid die soms door een alcoholwaas lijkt heen te schemeren.

Je realiseert je eigenlijk pas gaandeweg hoeveel er gepráát wordt in dit boek en hoeveel vreemde dingen er gebeuren. Vriendje en vriendinnetje ratelen wat af in hun half dronken, half stonede zoektocht naar toekomst, de goede voornemens en het optimisme versus de zwakte van een avond: ze gebruiken veel woorden. En niks gaat normaal, van een kopje koffie drinken of een film kijken tot en met liften: nooit gaat iets eens volgens plan. En toch heb je het gevoel dat Vlautin weinig woorden gebruikt en geen opsmuk hanteert: de camera staat op ruziënde, kibbelende, of simpelweg hun ellende spuiende personages. Maar Vlautin zegt niets, Vlautin laat alleen maar zien.

Dat is natuurlijk schijn, want met kleine dingen drijft hij het op zichzelf dunne verhaal voort. De figuur van de vriend die ze al snel in het boek verlaat, blijft indirect een rol spelen. Zo heeft hij haar een tattoo van een hakenkruis opgedrongen, en wanneer hij zich realiseert dat buitenlanders niet zozeer dood moeten, maar gewoon uit Amerika weg moeten blijven, heeft hij daar spijt van. Hij is zo onberekenbaar dat de dreiging op de achtergrond blijft hangen: ‘Je moeder heeft per ongeluk gezegd dat je in Reno woont. Ik zie je over een week.’

Laatste hoop

De tegenhanger van deze Jimmy is Paul Newman – die natuurlijk alleen in filmvorm aanwezig is. Wat de broederliefde was in Motelleven, en het paard Pete in De ruwe weg, is Newman hier: de laatste hoop, het ideaal dat alles goed kan maken. Wanneer ze – samen met haar onmachtige moeder – een Newman-filmmarathon kijkt, stelt Allison zich de vraag hoe Paul Newman zich zou kunnen gedragen.

En Paul Newman praat met haar, therapeutische (en geestige) gesprekken: ‘Elke keer als ik me zorgen maak of als mijn angsten beginnen op te spelen, dan denk ik aan Paul Newman. Soms is het moeilijk om hem hier te krijgen, maar meestal komt hij wel’. Kritiekloos is ze niet tegenover haar held; er zijn films waarin Robert Redford er éigenlijk beter uit ziet.

Het is dat kritische oog dat maakt dat je als lezer heel lang vertrouwen houdt in het lot van Allison. Ze kan zelfs haar grootste held kritisch bekijken, ze zou het moeten redden, ze moet het redden. En dat wil je ook graag – en dat de koele blik van Vlautin dat teweeg brengt bij personages die zo ver van ons afstaan, is het bewijs van zijn vakmanschap en betrokkenheid.